Weblog2

Donderdag, 16. Mei 2013 - 11:07 Uur
Harold

Harold en Luella hebben Nancy en haar kinderen bezocht in Denver. Het is vanuit Iowa een gruwelijk end rijden, maar daar draait Harold zijn hand niet voor om. Ze gaan heel vroeg op pad en rijden gewoon door. De wegen zijn recht toe recht aan, dat scheelt. Harold pronkt hier met zijn kleinkinderen Vander en Nola. Zouden ze daar ook een Intratuin hebben?

Harold and Luella visited Nancy and her children in Denver, a long way to go from Sibley in Iowa. But never mind, Harold is driving and goes on. So they depart very early and arrive very late. Here cousin Harold shows his grandchildren Vander and Nola. Do they have an Intratuin, a gardencentre like we have?

Zondag, 12. Mei 2013 - 21:32 Uur
De meteropnemer...

Laska.

Een meteropnemer? Kennen we die nog wel? Tegenwoordig geven we toch de meterstanden met de mail door? Toch hebben we jarenlang een meteropnemer met de neus in de meterkast gehad. In één van de bladen van Heemkunde Hattem vertelt een meteropnemer over zijn ervaringen. Zo moest hij eens in een gegoede buurt de meter opnemen in verband met een verhuizing. Met de fiets aan de hand liep hij naar de deur tot een grote zwart/beige hond vervaarlijk naar hem begint te grommen en te blaffen. Een vrouw komt even om de hoek van het huis en roept hem toe:” Hou de fiets zo voor de hond dat hij u niet kan pakken”. Al draaiend probeert hij met fiets en al buiten het hek te komen. De hond gaat verschrikkelijk te keer. De vrouw roept opnieuw: ”Op de oprit staat een auto, probeer daar maar in te komen. Het portier is open”. Zo weet hij met de fiets als schild in de auto te komen. Als de hond tot rust is gekomen kan de vrouw hem pakken en kan de man, nog natrillend van de emotie zijn werk afmaken.
Meestal zeggen de mensen: ’Nee hoor, mijn hond doet niks”, maar deze meteropnemer heeft door scha en schande geleerd en laat een hond eerst opsluiten.
Het verhaal doet me denken aan de meteropnemer aan de Kuifmees die net aanbelde toen ik met Laska de achterdeur uit kwam. Die Laska schoot als een raket op de man af en beet hem in zijn been. De man schrok nogal en ik ook. ‘Hij heeft me gebeten’, zei hij, maar aan de broek was niets te zien. Toen heeft hij die binnen even laten zakken- lach niet- om de schade op te nemen. Maar er was niets te zien, zelfs geen afdruk. Toch zat de schrik er bij hem in. We kregen wat later van de PGEM een brief, waarin stond dat wanneer er onverhoopt psychische schade zou zijn ontstaan, wij wel verantwoordelijk waren.
Dat je van alles kunt beleven als meteropnemer, vertelt een van hen in Hattem. Hij komt op een bloedhete dag bij mensen aan de deur. Het duurt nogal lang voor er iemand komt en hij leest intussen het briefje dat op de deur geplakt zit: ’U hoeft niet te schrikken, maar door de warmte zijn wij schaars of helemáál niet gekleed.' Hij vraagt zich al af wat hem te wachten kan staan en nadat hij een tweede keer heeft gebeld wordt de deur open gedaan door een poedelnaakte man. Hij knippert een keer met zijn ogen en gaat naar binnen. Daar ligt een naakte vrouw op een hangbed, een soort vlonder met een matras en aan elke hoek een touw dat verankerd is in het plafond. Hij zweette al maar toen hij eindelijk weer buiten stond, zweette hij als een paard. Toch was hij wat jaloers op die mensen want het was ook zó heet!

Dinsdag, 7. Mei 2013 - 20:52 Uur
De visite aan Hattem ging niet door

De Dijkpoort in Hattem.

Dit stukje uit een blad van Heemkunde Hattem was in het Hattems geschreven. Ik geef nu maar de Nederlandse versie. Misschien is het voor niet- Hattemers wat gemakkelijker te ontcijferen.

In het jaar 1786 trokken op 30 augustus 300 gewapende Zwolse burgers naar Hattem. Dat zat zo: De stad Hattem had onenigheid met de Staten van Gelderland en toen die besloten om de stad te bezetten, deden de Hattemers een beroep op de vrijkorpsen in de omtrek. De hulp kwam: 100 man uit Kampen, 100 uit Wijhe en zo meer. De Zwollenaren voerden vier stukken geschut mee. 1000 scherpe patronen, duizend pond kruit, zandzakken en wat verder nodig was.- Maar intussen waren de Gelderse troepen na een kort gevecht de Homoetse poort binnen gedrongen en hadden de verdedigers zich teruggetrokken op de IJssel en op het Kleine Veer.
Het voorval wat ik nu beschrijf speelde rond 1908 commandant Vernimmen van ‘Pro Patria’ zeker door het hoofd toen hij het besluit nam om met zijn korps ook eens een tocht naar Hattem te maken.- En net als toen trokken ze de Kamper poort uit zo op het Katerveer aan.
Maar eerst zou er in het Engelse werk nog een oefening gehouden worden. Een deel van de manschappen had zich afgescheiden en zich verschanst op een eilandje. Dat moest worden ingenomen. Maar dat viel niet mee want de verdedigers hadden het bruggetje er naar toe voorzien van een briefje met het opschrift: ’opgeblazen’. Dan moest het maar geprobeerd worden met bootjes, maar die waren weggehaald.
Gezamenlijk trokken ze toen met de pont de IJssel over en recht op het Station Hattemerbroek aan en daarna over de Gaedsberg naar de Trijzelenberg.- Daar werd weer even oorlogje gespeeld, kregen ze les in tirailleren en toen zou het op Hattem aan. De manschappen hadden al goed schik bij het vooruitzicht om Hattem eens even goed op stelten te zetten. Ze hadden ook al aardig dorst gekregen want ze hadden sinds Zwolle nog niks gehad en zo trokken ze vrolijk verder onder het zingen van het Zwolse volkslied, begeleid door de hoorn en de trommel: Diiene met de musse en de waterbusse, waeterbusse, waterbu… sse enz. – Dat ging best tot aan de spoorwegovergang van het lokaal spoor. Maar toen was het – Halt!-
Alles wat Hattem aan veldwachters en politie bezat stond daar opgesteld. De toegang tot de stad werd ontzegd. Het bezoek werd niet op prijs gesteld.
De burgemeester was zeker bang dat de Dijkpoort die net door meneer Heufer werd hersteld, weer zou worden afgebroken.
De terugtocht zoals in 1786 op ‘t Kleine Veer kon niet doorgaan. Pro Patria moest zwaar dorstig dit keer dezelfde weg nemen als die waarlangs ze gekomen waren.
’t Was wel sneu voor de kommandant. Hij had na de gebeurtenissen van een goede honderd jaar geleden een andere behandeling verwacht. Maar ondank is ’s werelds loon.

Donderdag, 2. Mei 2013 - 20:25 Uur
Hattem in oorlogstijd

Het doktersechtpaar Piet en Alie van Haeringen en 'Jopie'.

Over wat mijn ouders en grootouders meemaakten in oorlogstijd in de Achterhoek heb ik natuurlijk het een en ander opgevangen en al eens verteld. Maar ook in Hattem heb ik het een en ander meegekregen. Bij moeder Siet kwamen bij een luchtaanval op de IJsselbrug de granaatscherven naast haar in de trap terecht terwijl zij aan het dweilen was. Wim ziet het nog steeds voor zich. Vader Gerard die op het distributiekantoor dienst deed bracht in zijn verfbussen met dubbele bodem extra bonkaarten naar bepaalde adressen. Soms nam hij kleine Wim mee die er op de heenweg welvarend uitzag maar op de terugweg aanzienlijk in omvang geslonken was. Oom Wim de Bruin zat in het verzet en heeft heel nare dingen meegemaakt. Zijn verzetsnaam was Jaap Boersma. Hij was ook betrokken bij de overval van de Knokploeg in Assen om verzetsmensen te bevrijden. Hij is later zelfs onder zijn naam uit het verzet begraven.
Maar ook dokter en mevr. van Haeringen hebben een rol gespeeld in die spannende oorlogstijd. Ze hadden jarenlang een Joods jongetje in huis, Joseph Obstfeld, die meteen werd omgedoopt tot Jopie Bakker. In het boek dat hij later schreef over zijn belevenissen als kind beschrijft hij zelfs de veiligheidsinstructies die ‘oom Piet en tante Alie’ met hem afgesproken hadden. Een beweging met de hand of het knipperen met de ogen had al een betekenis. In de kelder en op de vliering en zelfs in de tuin was een plek om je te verstoppen. Zo heeft hij eens een hele dag achter in de tuin in een gat in de modder achter een trapje gestaan toen er Duitsers, die getipt waren, kwamen om hem op te halen. Toen ze eindelijk de moed opgaven en aftaaiden kon de totaal verkleumde Jopie weer op verhaal komen. Hij werd daarna ogenblikkelijk uit logeren gestuurd bij familie in Zwolle. Zelf zochten ze ook maar een poosje hun familie op in Dedemsvaart om te wachten tot het in Hattem tot rust was gekomen. Soms werden ze gewaarschuwd om maar even te verdwijnen. Zo had iemand eens een dokter nodig maar alle dokters in Hattem waren er even niet, uit voorzorg. Na een tijdje kwam Jopie ook weer terug naar Hattem en werd er verteld dat er een ziek kind bij het doktersechtpaar woonde om te herstellen.

Bron betreffende 'Jopie': Heemkunde Hattem

Woensdag, 1. Mei 2013 - 18:09 Uur
Nog even oefenen

foto: Pa met 't peerd an de hand èn op de fietse, kwam net weer van de premiekeuring.
Nee dat was niet in Hattem maar gewoon in Linde op de Boomgaard.

Wie zin heeft mag nog even oefenen op het (H)attems. De werkgroep Dialect van Heemkunde Hattem zette in 2000 het volgende stukje in haar kwartaalblad.

Eing skuld plög oe 't meeste

Boer Knelis ad nogal oas. D’r stund um nog zoveule wark te wach’n en ’t peerd woor e ’t land met ebouwd ad, stund nog veur de waagn. Knelis mos um loop’md naor Omet breng’n, want ’t was teegn de regels in umme met een peerd an d’ and te fiets’n. Mär Omet was veur de drukke Knelis veul te värre.” ’t Zol ok à wè ’n wonder wèè’n as e de veldwachter teegn ’t lief leup, want ’t was miezerig weer en dan zaa’j ze niet zoveule op stroate”, zo dach Knelis bi’j um eing. IJ ääln zien fietse veur de dag, spän’n ’t peerd uut, deud um ’t älster an en stapp’m op de fietse.
Ij was nog egeeniet an’t ende van de Ridderstroate of door aa’j ’t gegooi in de glääz’n à. De veldwachter, op weg noa ’t pelisiebureau an de KLinksteege, kwamp t’r net nogà groots anzett’n.
In zien onneuzel’eid dach Knelis dät e oaver de kop ekeek’n won’n, mä zo’n grote Bels an ’t älster kö’j nie zo gauw verdonkermoan’n. De veldwachter stèèk’n zien and al op en reup:”Alt, Knelis, ofstapp’m! ‘k Eb oe à zo vääk ewäärskouwd dä’j niet maang fiets’n met ’n peerd an d’and.”
Knelis stund met zien îêne vôêt an de grond, keek oaver zien skolder en en zeng’n:”Vedrei’jd, noe is e mien toch weer van de begägedräger of’esprung’n.”
Mä met dät smoesien kwamp e d’r ditmoa niet of. De veldwachter ken’n um à langer as vandääge en een prente was ut gevolg. Van ärmôêd mos Knelis met ’t peerd an d’îêne and en de fietse an d’andre weer n’uus um de fietse weg te breng’n en doornoa loop’md met de Bels noar Omet.
De veldwachter ad weinig oape dät Knelis ier van eleerd ad.

p.s Omet is Homoet of de Hoenwaard, de gemeenteweide op de uiterwaarden aan de IJssel

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden