Weblog2

Vrijdag, 5. September 2014 - 18:18 Uur
Het bankje

Dit gedicht van Dina stond boven het nieuw geplaatste bankje aan de Wildenborchse weg. T Lammers stond er onder.
Dat schoot Dina in het verkeerde keelgat en reageerde met een volgend gedicht.

Maandag, 1. September 2014 - 08:59 Uur
't Lange End

De zes zussen van de Boskamp,
van l naar r: Hanna, Dika, Heintje, Dina, Jo en Mies.


"t Lange End
- de weg van Vorden naar den Wildenborch-

Het lange end kent vele mensen
En vele mensen kent dat end,
Waar enkel boom en dennen groeien
Met slechts een enkele bank bekend.

Dat end is velen lief geworden,
Zo denk ik vaak en is t zo niet?
Hoeveel zou zij daar niet bewaren
Van alles, wat ze zag en ziet?

Maar plotseling is het end gebroken
Een huis verscheen uit t zand
En voordat men t zich in kon denken,
Stond er een huis in t dennenland.

Wel mogen wij daar niets van zeggen,
Een elk moet wonen toch,
En daar reeds overal gebouwd werd
Was t lange end er nog.

Ik wilde dit alleen maar zeggen,
En raad geven wou ik enkel maar:
k Zag boven aan het huis een ledig plekje
Met de naam schijnt men niet klaar.

Wat zou zon huis dan t beste sieren?
Zou het deze naam niet zijn:
Als t lange end daarin gebeiteld,
Of mocht geschreven zijn.

Wanneer dan daar in later jaren
Alles bebouwd zou zijn
En huis na huis daar op mocht rijzen
En de stilte verre zijn.

Dan zou een elk die naar dit huis keek
En t Lange End daar las,
Weer denken aan dat end van vroeger
Dat vol stilte en geheimen was

Da. E. (Dina Eggink)


Ik heb dit gedichtje van tante Dina al eens laten zien lang geleden, ergens in 2008. Het haalde de krant in 1938 nadat Dina verongelukt was op weg met onze vader Hendrik Jan naar een nieuw dienstje in Baarn. Toen ze even van de motor waren afgestapt om de route te bekijken werd zij geschept door een slingerende aanhanger.
Pas plaatste ik het nog eens op de Faceboekpagina voor de Vordenaren. Daar kreeg ik veel leuke reacties op. Uiteindelijk ook van Marian, een kleindochter van Marie Pardijs van t lange End. Zij vertelde dat dit gedicht nog steeds een plek in de woonkamer heeft op t Lange End, waar nu Johan en Alie Pardijs wonen, en dat haar oma vaak vertelde dat de schrijfster van dit gedicht daar vroeger vaak langs kwam fietsen toen het nog een zandpad was. Zo zie je maar weer Wie schrijft die blijft.

Zondag, 31. Augustus 2014 - 09:23 Uur
Memories...

Ken je dat? Wanneer je een oude foto bekijkt dat je dan bij iedere persoon die je ziet meteen een verhaaltje tevoorschijn komt. Waarschijnlijk is deze foto gemaakt bij het 25 jarig huwelijk van Gerrit en Hanna Voortman. De feestvarkens zitten middenvoor, samen met Anton en Diny. De anderen met een bloem op zijn natuurlijk broer Anton en zus Bertha Voortman die samen met hen het gezin Voortman vormden aan de Larxenpas. En natuurlijk helemaal rechts zit Wim Rumainum die als pleegzoon tijdelijk bij hen thuis woonde tijdens zijn studie aan het Baudartius Lyceum. Hij zou met de andere studenten uit Nieuw Guinea de bovenlaag kunnen vormen in hun land. Het is helaas anders gelopen. Achter tante Hanna staan twee schoonzussen en vier van haar zussen: onze moeder Coba, tante Jantje Eggink en dan Jo Groot Nuelend- Eggink, Mies van Velthuizen- Eggink, Heintje van Middelkoop- Eggink en Dika Kettelarij- Eggink. Mies heet eigenlijk Wilhelmina en werd eerst ook Mina genoemd, te lezen in oude brieven. Mies paste veel beter bij haar, een vlotte meid die kon schaatsen als de beste.
Achter moeder Coba staat vader Hein met naast hem zelfs opa Bijenhof, dan Koos van Middelkoop, Hendrik Kettelarij, een voor mij onbekende, dan Jan Eggink, Gijs van Velthuizen en Hendrik Jan Groot Nuelend. Het voelt bijna als oneerbiedig om hen gewoon bij hun naam te noemen zonder oom of tante ervoor. Gijs en Mies waren degene die hun tijd vooruit waren en gewoon door hun kinderen Gijs en Mies genoemd werden. Helemaal rechts zie ik ook Dinies ouders. De oudere generatie ken ik niet zo goed maar ik vermoed dat er drie tantes links staan naast mama.
Natuurlijk heb ik broer Henk ontdekt links van moeder Coba en Johan kijkt wat argwanend tussen de grote mensen door. Verder zie ik rechts nichtje Erna en neef Peeuw. Je ziet het, ondanks dat Hanna en Gerrit zelf maar één zoon hadden kregen ze voor hun feestje heel wat familie op de been.

Vrijdag, 29. Augustus 2014 - 19:32 Uur
Gerrit Voortman

Hier is de paardenliefhebber beter te zien. In het mapje met Voortmans zijn heel wat foto's met paarden, met broer Anton, jonge Anton en zelfs een met tante Hanna bij een paard. Toen Herman in 1946 vanuit de USA in Nederland aankwam was hij het eerst bij de Voortmans en vroeg daar of ze hem naar de Boskamp wilden brengen. Dat had nogal wat voeten in aarde volgens Herman die dit beschreef in zijn memoires.

Hier het bewuste stukje:

Ik wilde naar Zutphen, maar vlak er voor moesten we stoppen want de IJsselbrug was opgeblazen door de Duitsers. We moesten onze baggage met handkarretjes over de loopbrug duwen.
De bussen waren overvol en konden me niet meenemen. Daarom probeerde ik één van de twee taxis die Zutphen toen rijk was, maar omdat die niet op zandwegen wilde rijden vanwege een tekort aan banden, bedacht ik dat hij we wel naar mijn zuster in Eefde kon brengen. Ja, die Gerrit Voortman kende hij wel. Dat was een hele verrassing voor ze, want ze hadden er geen idee van dat ik zou komen.
Ik vernam die dag dat mijn vader me de volgende dag naar Amsterdam wilde gaan om me op te halen. Ik vroeg Hanna waar Gerrit was, want ik dacht dat die me wel naar mijn ouders zou brengen. Hij was een buurman aan het helpen met hooien. Jonge Anton werd naar de buurman gestuurd om Gerrit te waarschuwen. Ik wist dat hij dat paard niet zou kunnen gebruiken, die was immers bij de buurman. Maar ik had een mooi jong paard in de wei ontdekt, pakte die bij de halster en zette hem vast in de paardenstal omdat ik dacht dat deze me wel naar huis zou kunnen brengen. Na een heerlijke maaltijd vroeg ik Gerrit om me naar huis te brengen. Dat werd moeilijk want dit jonge paard was bedoeld om mee naar de keuring te gaan en zou er na dit tochtje niet meer uitzien. Maar toen hij begreep hoe belangrijk het was wilde hij me wel brengen. Hij stapte met Hanna en jonge Anton in de vierwielige sjees. Meteen begon het jonge paard rondjes te lopen op het erf. Spring er gauw in, zeiden ze. Maar dat durfde ik eerst niet, omdat ik dacht dat hij op hol zou slaan.
Eindelijk sprong ik er ook in en in gestrekte draf met het schuim op de bek ging het richting Vorden waar ik eerst Coba, de vrouw van mijn pas overleden broer Hendrik Jan bezocht.

Toen ik thuis aankwam vond ik mijn beide ouders op de bank voor het huis. Daarna gebruikte ik de fiets om gedurende de komende twee maanden mijn familie en vrienden op te zoeken, want reizen per trein en bus waren erg beperkt zo vlak na de oorlog.

Donderdag, 28. Augustus 2014 - 13:17 Uur
Premiekeuring

De premiekeuringen waren voor de peerdekearls onder de boeren de hoogtepunten van het jaar. De paarden werden voorzien van vlechtjes in de manen, de staarten werden gewassen en de paardehuiden gepoetst.
Vader Hein was ook altijd van de partij en ik heb hem vaak de middag voor de Bennekomse premiekeuring zien vlechten en poetsen. Hier zullen een paar hoogste eerste premies staan opgesteld en het lijkt me ome Gerrit Voortman die tweede van rechts onder het paardenhoofd doorkijkt, want groot van gestalte was hij niet... dat maakte hij natuurlijk weer goed met 't mondje, want ......praten kon hij als de beste...

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden