Weblog2

Maandag, 18. Juni 2012 - 10:20 Uur
Rick

Bij het zwembad in Niederburg.

De ontwikkeling van Rick is een ander verhaal. Toen we eenmaal wisten dat er een beschadiging in zijn rechterhersenhelft zat begon er een tijd van therapieën. In eerste instantie oefenden we met zijn handje om die soepel te maken net als later met zijn linkerbeen en voet. Daarna volgde de fysiotherapie in de kelder van het Gerardus Majellaziekenhuis. Dhr Otter nam Rick onder zijn hoede. Hij leerde er lopen. Toen later bleek dat zijn linkervoet een verkorte achillespees had werden we doorgestuurd naar de orthopeed. Ik vertelde over de fysiotherapie en vroeg hem zo tussen neus en lippen hoe lang we daarmee door zouden moeten gaan voor dit vruchten af zou werpen. Hij sprak de woorden: ’Mevrouw… dit komt nooit meer goed’. Ik weet niet goed meer hoe ik toen thuis ben gekomen. Tja een slecht nieuws boodschap komt altijd hard aan. Het was ons al opgevallen dat Rick niet lang geboeid was als je verhaaltjes voorlas of vertelde. Hij zwierf dan de kamer rond en wij vroegen aan een maatschappelijk medewerkster om een gesprek. Zij kon ons geen nieuws vertellen… nee autistisch was hij niet. We kwamen op ons verzoek nog bij een kinderarts terecht vanwege zijn bijzonder sociaal gedrag . Die liet hem, zonder ons erbij, spelen. Haar mening was: geen bijzonders aan de hand. Toen kwam het moment dat Rick naar de Mytylschool op het Roessingh mocht. Dat gaf ons een tijdje rust. Hij had het zo te zien naar de zin, leerde schoenen strikken met één hand en had iedere week zwemmen. Het bleek een waterrat te zijn die het liefste meer onder dan boven water zwom. Vooral met de onderwijzer die hij in de tweede klas kreeg kon hij bijzonder goed overweg. Dat klikte.

Vrijdag, 15. Juni 2012 - 18:27 Uur
Een enerverend jaar

Spektakel aan de Jan Voermanstraat. Links vriendje Marcel en die krullebol achter Gerhard is.... ome Johan.

Mark was 3,5 toen er een verzoek kwam om een paar weken aan het begin van een nieuw schooljaar de honneurs waar te nemen in een vierde klas van de Emmaschool, de school waar Gerhard al in de tweede zat. Er moest nog iemand benoemd worden. Natuurlijk kon Mark die weken naar de kleuterschool aan de overkant waar Rick ook op zat. Je voelt hem al aankomen. Er was niemand geschikt te vinden. Dus ik bleef wat langer.
Een jaar of acht/ negen is een ideale leeftijd bij kinderen om les aan te geven. Die leeftijd is erg geïnteresseerd in alles, je kunt er veel aan kwijt.
Maar wat te doen als er een van je kinderen ziek wordt. De eerste keer kwam mama over. Drie kwartier vanuit Linde met de auto naar Hengelo en na een kopje thee om 4 uur weer terug want ook thuis moest alles doorgaan. Ze vond in het begin vooral dat ik te jong trouwde. Eerst een hele opleiding en dan..... bovendien drie kinderen achter elkaar. Toch heb ik haar daar later nooit meer over gehoord want Wim vond ze een uitstekende keus voor mij, zo hendig in de huusholling ok nog.
De moeder van een vriendje van Gerhard bracht de oplossing en kwam elke week een ochtend poetsen èn bij ziekte oppassen. De enige die een enkele keer ziek werd was Mark, meest een gewoon griepje. Hij is nog steeds degene die dat overkomt. '
Het werd op die school een vol jaar. We verhuisden halverwege dat jaar ook nog naar de Marnixstraat, ons eerste eigen huis. Rick was intussen getest op de Mytylschool van het Roessingh en kon meteen al beginnen. Hij kon z’n naam al schrijven. Ik had hier geen idee van. Het bleek dat Anneke het met hem had geoefend. Hij werd toen elke morgen met een busje gehaald en ’s middags weer thuis gebracht. Tijdens de lessen kreeg hij de therapie die hij nodig had: spel- en ergotherapie, fysiotherapie èn zwemmen. Alles onder één dak.
De jongens hadden trouwens alle drie een taak gekregen om mee te helpen. Ik had er zelfs een lijstje voor bedacht: 1 helpen afwassen 2 stofzuigen 3 de boodschappen die vergeten waren even halen bij de Migro op de hoek. De taken wisselden per dag. Ik vroeg pas nog eens hoe ze dat ervaren hadden. Nee hoor… daar hadden ze geen enkel probleem mee gehad.
Het was een enerverend jaar en het was goed om daarna even op adem te komen.

Donderdag, 14. Juni 2012 - 23:17 Uur
Over flitsen en een droom die geen droom meer was...

Wim met Mark.

Ik had het over flitsen die naar boven komen als ik aan een bepaalde periode denk. De stokken die de jongens mee naar binnen brachten en die net weer zo snel naar het bos gebracht moesten worden van Wim zo gauw hij thuis kwam. Wim die eindelijk zijn droom waarmaakte door autorijlessen te geven in z’n vrije tijd. De verhalen die hij er over meebracht logen er niet om. De jongedame met haar korte rokje mèt hakken die hij kledingadvies meegaf voor de volgende keer. De kreet: ’Meneer van der Kolk wat ruikt u weer lekker’, was ook zoiets. Toen Wim toch besloot aan de studie te gaan, een soort ‘Stork HTS’, kwam aan die droom die geen droom meer was een eind en zat hij een paar jaar achter zijn boeken, minstens één keer per week samen met twee Klazen bij ons aan de grote tafel. Die jongens waren in de kost en werkten ook bij Stork en vonden het allang gezellig om een avond bij ons te zijn. De bruiloft van één Klaas maakten we nog mee en het frappante was dat we beiden in later jaren in Emmen weer tegenkwamen.
Mijn invalloopbaan begon opnieuw toen Mark ongeveer 3 jaar was. Ik had me eens ergens laten ontvallen dat ik wel weer zin had om voor een klas met kinderen te staan en een week later was dat al doorgedrongen bij de hoofden der scholen en kreeg ik een eerste oproep. Kind meenemen geen bezwaar. De ene keer een dag, soms iets langer. Het was een sport om bij zo’n telefoontje meteen de boel te regelen en op tijd op school te zijn. Soms ging Mark gewoon naar de kleuters en als dat niet ging mocht hij met z’n zak auto’s en speelgoed in de klas spelen. De kinderen op school keken er niet van op. Toch kreeg ik jaren later eens een opmerking van een kassamedewerkster bij de buurtsuper: ’O juf, ik weet nog dat u bij ons in de klas was en dat u dat kleine jongetje meebracht. Hij ging toen achter het bureau zitten en stalde z’n autootjes daar uit en deed wroem wroem...!’, zei ze lachend. Had toch indruk gemaakt.

Woensdag, 13. Juni 2012 - 15:28 Uur
Kleine kinderen...

Wanneer ik terugdenk aan onze 6 jaren aan de Jan Voermanstraat komen de herinneringen als flitsen in mijn brein terug. Karin en Alfred met zoontje Vincent aan de ene kant naast ons. Alfred was ook machinist op de grote vaart en was ook van plan om aan de wal verder te gaan. Voor hij van een reis thuis kwam , bracht Karin altijd de lekkere drankjes die nog niet op waren voor Alfred nieuwe meebracht. Vond Wim helemaal niet erg en hij en Karin namen er dan even van. Aan de andere kant woonden Han en Riet die dolblij waren met hun huis nadat ze een paar jaar bij familie hadden ingewoond op een slaapkamer. Hun dochtertje heette Petra en was van Gerhards leeftijd.
Onze huisarts heette Busschers en was een hulp in bange kinderziektedagen. Nadat Gerhard op de kleuterschool was begonnen kregen ze de bof, de mazelen en de rode hond, alle drie. Nee niet tegelijk maar achter elkaar. Het nam een half jaar in beslag. Gerhard reed eens met de step tegen de garagedeuren en kreeg een ei op z’n hoofd zoals ik die alleen nog maar in de Donald Ducks was tegengekomen. Op mijn paniekerig telefoontje mocht ik meteen komen. Busschers keek er naar en vroeg: ’Wat wil je? Dat ik hem er af snijd?’ We hadden vanzelf het goede gekozen door met koude waslapjes in de weer te gaan. De keer dat hij aan de aambeienzalf had gezeten of de thermometer had afgebeten zodat de kwikrolletjes door de kamer dartelden waren lastiger, maar de adviezen volgden we spoorslags . Toen er op een dag een mevrouw aanbelde wees ze naar boven en zei: ‘Er ligt een jongetje in de vensterbank. Ga maar voorzichtig naar boven. Ik blijf er wel onder staan. Lag Gerhard languit in de vensterbank. Ook weer goed gegaan.
En dan heb ik het nog niet over Rick gehad die weer andere zorgen met zich meebracht. En Mark bleek al snel zijn eigen weg te gaan wat het uitrukken van de politie tot gevolg had. Tot mijn grote opluchting kwam een dame met mijn knulletje in dat oranje pakje aanwandelen. Hij was gewoon een blokje rond gegaan, wel midden in de stad Hengelo. Ik heb het opnieuw benauwd als ik er aan denk. En toch… kleine kinderen, kleine zorgen.

zie: 7 december 2009 10.13

Vrijdag, 8. Juni 2012 - 19:43 Uur
Effen tussendeur

Iedere wekke steet d’r in onze krante een stuksken in een noordelijk dialect van Lamert Kieft. Mag ik graag efkes lèzen. Disse keer von ik et warkelijk de muujte weerd um jullie ok met te laoten lèzen. ‘k Hebbe ’t natuurlijk wel effen umme ezet in ’t Achterhoeks zoas wie’j dat sprekt.

Nee ’t was neet druk bie-j de patatkraom van Jan Öllie zoas ze patatbakker Jantienus Schut ok wel neumen. Hee leunen es naor buten: Gien mense te zeen. Allenig scharrelden d’r wat dikke pielenten rond bie’j de viever midden in ’t derp. ‘Dikke enten!’, aldus bakker Jan Öllie. ‘Lummels… ie zollen ze zo in de frikandellen draejen’, zei Jan hardop, toen d’r toch nog wat gehaost een klant an kwam.
‘Jan, gauw effen een een petatjen afghanistan, twee hamburgers opoe en twee langen met pudding’, reep e al uut de wiedte… alles hier opetten en rap want ik verrekke van de honger.’
‘Foi Hippe toch.’ Jan Öllie zut in zien klant Hilbert Fictorie uut Kloetenberg, ’Zo te heuren heb ie hoge nood. Is effen kieken, wat ha’j ok al weer ezeg: een grote petat oorlog dach ik, twee hamburgers en dree frikandellen mayo. Zo was ’t toch? ’t Kump d’r drek an heur, efkes geduld astubleef ’ en hee löt alles al sissend in de öllie glieren.
‘Donder d’r mien ok maor een eierballe bie-j in Jan. Ik stao stief van de honger. Jao zuver zenen heur; a’k in de penarie zitte slöt et mien op de mage; dan krieg ik toch vret bujen!’, aldus Hilbert Fictorie.
‘Wat he’j weer veur ellende Hippe dan?’, vroog bakker Öllie zich af, ‘toch niet met Griet hè, oew vrouwe?’ En dat was noe precies et geval. ’t Kump allemaole van die verrekte Herman, Griet zien katte. Herman is een vieze katte, een gloeperd van et zuverste water. Maor toe mar, ’t is wel Griet eur lieve poediepoedie, we’j niet. En Griet dut niks aan as Herman veurtrekken. Vanmergen nog, ik zège: ’Hee, d ‘r lag toch nog een dikke makreel in de koelkaste? Den hef hier en gunder toch gien peutjes ekregen? Wat blek: had Griet mien lekkere makreel an die katte op evoerd, hee zat zich nog um de bek te slikkeren, dee rotzak. Ik zee: ’Heb ik hier misschien ok nog wat te vertell’n of hoe zit dat?’ ’Nee, ikke en oonzen Herman bunt de baas hierzo; Hermänneken, mien poediepoedie hè? Jao jao mien vis jungesken..?’ ‘Noe Jan, ’t wodden mien rood veur de ogen, maor ik dache van:’Hippe mien jonge, hold oew gemak noe mar. Hold oew gemak’ en Hilbert Fictorie zuchen nog es.
‘Toevallig bunne wie’j in Kloetenberg de boel an ’t versieren met mekare… veur ’t EK voetbal, ie wet ’t wel? Alles oranje. Pötjen bier d’r bie, gezellig. Afijn, ik komme een uur elene thuus, ik hadde nog wat oranje touw met van die vläggeskes d’r an in de hande. Griet was d’r neet, maor Herman lag te pitt’n in de stoel. Ik zegge: ’Herman… olde makrelenvisser, zal ik oe ok es v.v. versieren?’ ’t Praoten ging Hippe wat moeilijk af van alle emotie. ’Afijn ik hadde alvaste ’t oranje vläggeskes touw uut mekare ehaald en ik was ’t ech niet van plan, eerlijk waor heur, maor ik gooie Herman zo ‘t..touw aover de kop, in ’n mastworpe, ie wet wel? En ikke maor ansjorren die b..b..bende! En Herman maor sparteln, ’t was net of ik een dikke makreel an den hengel hadde en ik zège: ’Herman mien jonge wo’j ok nog met doon an de v.v.voetbal poele?’ Ik trok et zaakjen nog wat strakker an – en toe kwam Griet in huus’ , en Hilbert Fictorie leunen verslagen tegen de petatkraom. ‘ Zie hef mien met mien eigen touw et huus uutebosseld, dus ik zal veurlopig wel gien beeld en geluud hemm’n’.
‘Jao Hippe, vrouwen en katten is apart goed mien jonge’, menen Jan Öllie, ‘ie könt d’r oe ’t beste maor neet te völle met bemeujen. Maor kiek es, hier bunt alvaste oew drie langen met pudding; de rest kump d’r zo an’. En al ettend knappen Hilbert Fictorie weer wat op.

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden