Weblog2

Zaterdag, 29. Juni 2013 - 07:31 Uur
't Jammerhöltjen

Derde klas van de Kweekschool. Ik sta in het midden met het lichte vest en naast mij Grada die hier het praten niet kan laten. Aad is er niet bij, zeker vergeten....

Het stukje dat ik op 6-12-2009 plaatste.

Grada Bosch komt uit Bronckhorst, het kleinste stadje van Nederland. Nu is het een trekpleister voor heel Europa en Omstreken. En ... woont Grada op een woonboot in Amsterdam!
Toen was het gewoon …een heel klein stadje met een kerk èn een bakker: bakker Bosch, Grada’s vader. Haar moeder kan heel leuk dichten en wanneer ze de enthousiaste verhalen van Grada hoort stroomt er vanzelf weer een nieuw stuk Achterhoekse poëzie uit haar pen. Aad Dorst en Gert Jan Somsen zijn meestal een dankbaar onderwerp. Ik heb deze indertijd (1962) uit de krant geknipt!

‘t Jammer höltjen
-historisch-

Toontjen had et veurjaor weer te pakken.
De schoonmaakwoede sloeg eur in de bol.
Ze zei dat zi’j- as eur mevrouw et goed von-
Vandaag Joops kamer effen nemmen zol.

Wat “effen nemmen” is, hef Joop ervaren
Toen hi’j in huus kwam van de school- wat strop-
Toen dreef zien kamer- inclusief ook Toontjen-
Vanaf de vloer tot et plafond van ’t sop.

Hi’j ging die aovend bi’j zien vriend studeren
Mor biester lukken wol zien studie niet.
Want hi’j hef zenuwachtig uutgelaoten’
‘k Bun straks al mien eigendommen kwiet.

Hi’j had dat al zo vake ondervonnen
As Toontjen an et schoonmaakwoeden was.
De helft verdween rap in de vuulnisemmer
De rest op zolder in een olde kast.

Den andren dag is hi’j op school gekommen
Gehaost mor toch nog net precies op tied.
Zien vriend mos um effen de blokfluit lenen
Natuurlijk was hi’j ’t jammerhöltjen kwiet.

Ik bun beni’jd wat ik een volgend keertje
An Toontjens schoonmaakzin ten offer leg.
“ 'k Zol zeggen”- hef zien vriend um angeraojen
“Breng al oew eigendommen van te veuren weg.”

Zaterdag, 29. Juni 2013 - 07:21 Uur
In en umme Brockhorst

Het was een klas met uiteenlopende figuren op de Kweekschool voor onderwijzers in Doetinchem, zoals het toen heette. Niet alleen wat betreft de karakters maar ook hun geografische achtergrond. Ze kwamen vanuit de hele Achterhoek en Liemers, van Gelselaar tot aan Velp. En Grada kwam uit Brockhorst, de dochter van bakker Bosch. We hebben samen heel wat afgelachen want Grada was een vrolijk type. Dat had ze niet van een vreemde. Haar moeder was net zo. Die hield wel van een geintje.
Toen Grada na haar Kweekschooltijd in Vorden aan de mij zo bekende School met den Bijbel kwam te staan, werden na een tijdje de collega’s in Bronckhorst uitgenodigd op de koffie. Juffr. Van de Hel, mijn eigen oude juffrouw van de eerste klas was er nog bij en waarschijnlijk ook de toen al oude meester Berenpas. Moeder Bosch had het een en ander gehoord over de stijlvolle collega’s natuurlijk en kon het niet laten.... Toen het gezelschap precies op het afgesproken tijdstip arriveerde, had moeder Willemien net alle stoelen op de kop op de tafel staan, een schort voor en een doek om het hoofd zodat het net leek of ze druk aan de schoonmaak was. Wat een consternatie. Toch stonden in een ogenblik alle stoelen recht, zag Willemien er pico bello uit en kwam de taart op tafel. Ze hebben nooit geweten of ze het misschien vergeten of dat het als grap bedoeld was.
Bovendien kon die erg aardige gedichtjes maken over alledaagse zaken die ze zag of haar ter ore kwamen. Ze maakte ze ook naar aanleiding van de verhalen die Grada vertelde als ze thuis kwam. Zo ook het gedicht over de kwijtgeraakte blokfluit van klasgenoot Aad. Die was trouwens wel vaker iets kwijt. Sommige kwamen in de krant terecht, zoals het Jammerhöltjen. .
Afgelopen weekend gingen we met Ben en Riet vanaf camping De Boomgaard naar Bronckhorst om even rond te kijken en een kop koffie te drinken in Herberg De Gouden Leeuw. Ik schoot met Riet ook even een winkeltje in, gewoon even kijken. Ik zag ineens dit boekje liggen: In en Umme Bronckhorst, waarin een aantal gedichtjes in het Achterhoeks van Willemien Bosch weergegeven worden. En dan gaat het verleden weer leven. Het is een heel dun boekje, uitgegeven in 1970. Ik kocht er een. ‘Vind u het niet erg dat er in geschreven is’, zei de dame achter de kassa. ‘Het geeft wat extra’s, gaf ik als antwoord, ’het is haar handtekening.’ Ik vroeg haar nog of zij de schrijfster gekend had. Ze had geen idee. Zo gaat het…

Donderdag, 27. Juni 2013 - 19:41 Uur
'Mijn zolder is net een museum...'

Soms komt er iets boven water waarvan je vergeten was dat je het had. Toen Jos en Margo op de Boomgaard hun huis aan het inrichten waren kwamen er na 55 jaar een paar schoolschriftjes van mij te voorschijn. En als ik in de grote hutkoffer van Wim kijk vind ik van onze kinderen het een en ander. Maar ik ben niet de enige die dingen bewaart. Toen ik in Hattem begon aan mijn onderwijzersloopbaan was het de tijd van Pinkeltje en ik heb in die tijd de kinderen heel wat verhalen voorgelezen. Eén van de ouders zocht een model om te schilderen en vroeg, ik denk via zijn dochter, of ik wel zou willen. Och waarom ook niet. Ik had een kamer bij de fam. Sobering en had behalve mijn schoolwerk weinig meer te doen. Het werd een aardig schilderij dat jarenlang bij mijn ouders heeft gehangen en nu boven ons bureau een plekje heeft gekregen. Dochter Hannie vond het niet echt lijken, ik sta er wat ernstig op en enigszins geflatteerd. Als dank voor het meegekregen schilderij gaf ik toen een boek van Pinkeltje. Dat werd zo gewaardeerd, dat ze het nog steeds als een soort relikwie bewaart. 'Mijn zolder is net een museum', meldde ze, en stuurde de foto van het 50 jaar oude boek. 'Van juffr. Eggink 1963', staat er voorin. Zo kun je lekker mijmeren als je eens op de zolder rondstruint. Toch erg leuk om te horen.

Vrijdag, 21. Juni 2013 - 13:36 Uur
Memories....

Ik zat gisteren wat raar tegen die foto van ons interieur uit 1965 aan te kijken. De spullen klopten wel, het bankstel en de gordijnen met de West Side Story print, de Camel sigaretten die Wim meebracht van z'n reis, de ongeverfde naturel boekenplanken, maar het leek zo anders. Ineens bedacht ik dat de dia die we er van hadden in spiegelbeeld gekopieerd is en ineens wordt alles weer herkenbaar. De hardhouten beelden uit Indonesië, meegebracht op één van Wims reizen toen hij nog scheepswerktuigkundige was, doen nog steeds dienst. Een herinnering uit lang vervlogen tijden maar als je hoort hoe hij er over verteld lijkt het pas gisteren. Ook de olifantentafel heeft lang dienst gedaan en kwam uit een Afrikaans land. Van de boekenplanken met de bakstenen van de vader van Gerda Mulder hebben we lang plezier gehad, in elk geval tot de grote Lundia kast zijn intrede deed aan de Marnixstraat. Sinds die kast is verhuisd naar Rick moeten we het weer met planken doen, dit keer gezaagd uit een bergroe van de Boomgaard. Ik denk dat de hooibergen tegen de vlakte moesten toen de melkstal gebouwd werd omstreeks 1972. Het zijn prachtige dikke eikenhouten planken waar je nog kunt zien waar de gaten zaten. Het strakke bankstel uit 1965 waarvan de bekleding uit stof bestond kon niet tegen drie kleine kinderen en een hond en maakte later plaats voor een leren hoekbank. Tja…. memories…..

Donderdag, 20. Juni 2013 - 16:05 Uur
Huizen, keukens en tevredenheid...

Onze inrichting aan de Eijerdijk in 1965.

Ik mag graag naar huizenprogramma’s kijken. Nee, ik blijf er niet voor thuis maar als ik er toch ben kijk ik het liefst naar oude Engelse huizen, schuren, molens, die gerenoveerd worden en dan in oude stijl. Wat later zie je op SBS 6 Huizenjacht en dat is toch heel andere koek. Hoe vaak heb ik de kreet van de jongeren gehoord: ‘Dat is niet mijn smaak’, wanneer er een toch splinternieuwe keuken of badkamer in zit. Dan kun je nog beter een ouder huis nemen om op te knappen, maar ook die zijn prijzig.
Ons eerste onderkomen was bij juffr. van der Meulen aan de Eijerdijk in Hattem, een grote woonkamer met banken onder de ramen, een slaapkamer met planken vloer die aanvankelijk in de olie gezet werd, een keukentje dat ook de doorloop naar de tuin was. En daarin werd eigenhandig door Albert Sobering en Wim een granieten aanrechtblad geplaatst met twee kastjes eronder en een gordijntje in het midden onder de gootsteen. Wel hadden we een splinternieuw gasfornuis met een ruitje in de ovendeur waardoor je het bakproces kon volgen. Dat was op dat moment de grootste wens van Wim wat betreft de inrichting. Wanneer er gebadderd werd was dat aan het aanrecht nadat we een paar ketels water aan de kook hadden gebracht. De geiser kwam pas toen we Gerhard kregen.Verder was onze inrichting voor die tijd vrij strak te noemen en beviel me de mix van oud en nieuw.
Ons keukentje in Aalten was een standaard Bruinzeelkeuken, ook niks mis mee. Ongeveer dezelfde zelfde kregen we in Hengelo aan de Jan Voermanstraat, maar toen we eenmaal aan de Marnixstraat gingen wonen in ons eerste eigen huis gingen we zelf aan de slag. Het werd een heel lang aanrechtblad met daaronder een paar degelijke kastjes en losse apparatuur: wasmachine, droger èn een afwasmachine. We waren er heel blij mee, vooral met de afwasmachine want met opgroeiende kinderen en regelmatig invalwerk voor mij was dat een uitkomst.
En ook nu nog ben ik heel tevreden met mijn degelijke landelijke keuken met losse apparatuur en kijk toch regelmatig naar de interieurarchitecten die op de I-pad laten zien hoe een van de favoriete huizen er na een verbouwing en met een strak interieur er uit zou kunnen zien.

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden