Weblog2

Zaterdag, 27. Juli 2013 - 07:54 Uur
Vesting- en Hanzestad Hattem

Hattem wordt er een versterkte stad op de noordrand van de Veluwe. Het stadsplan van Hattem laat zien dat de huidige kerk dan al een belangrijke rol speelt . De tufstenen toren dateert uit de 12e eeuw en er wordt aangenomen dat er naast de parochiekerk op de Gadsbergh, al een kapel met toren stond op de huidige plaats in het centrum van Hattem. Met het verlenen van de stadsrechten in 1299 wordt dus ook het kerkelijke centrum verplaatst. De nieuwe kerk wordt gewijd aan de apostel Andreas en is zo de patroonheilige van Hattem.[1]
In 1401 kregen de burgers die binnen de stadsmuren woonden van hertog Willen de Hoenwaard, in de volksmond Homoet, waar ze hun vee mochten laten grazen en steen mochten bakken. In 1404 werd het kasteel St. Lucia gebouwd. Dit gebouw zou bekend worden als "de Dikke Tinne". Deze naam dankt het kasteel aan de dikke muren, die de dikste van Nederland waren. In 1778 werd dit kasteel gesloopt omdat de gemeente besloot om de stenen te verkopen. In 1786 werden Hattem en Elburg bekend omdat daar de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet werden geaccepteerd en de verkiezing als een interne zaak werd beschouwd. De sterke patriottische beweging stond onder leiding van de advocaat Herman Willem Daendels. Binnen een maand hebben de troepen van stadhouder Willem V de opstand onderdrukt. In het Voerman Museum zagen we o.a. een schilderij dat de Spaanse troepen, die in 1629 voor Hattem liggen, uitbeeldt. En deze tekening laat de de troepen van stadhouder Willem 5 zien, bovenaan op de tekening. De patriotten uit Hattem staan al klaar bij hun bootjes om over de IJssel te vluchten.

Vrijdag, 26. Juli 2013 - 11:26 Uur
Hattemer duifjes

In het Bakkerij Museum heb ik al eens horen vertellen hoe de naam Hattem ontstaan zou zijn. Het is de 18e eeuwse legende van de duif.
De burgemeester had mooie duiven waarvan er op een dag eentje weg vloog. Hierdoor was de hele stad in consternatie. De stadspoorten werden meteen gesloten zodat de duif niet zou ontsnappen. Maar ja… een duif hè… die vloog er overheen.
Het was een geluk bij een ongeluk. Een oude vrouw die voor de poort stond ving de duif en riep: Hier… ik ‘had 'em’. En daarom is deze kreet verbasterd en werd het Hattem.
Het zou waar kunnen zijn....
In het Bakkerij Museum worden de Hattemer duifjes verkocht. Ze worden gemaakt van bloem, honing, suiker èn wat verfijnde specerijen. En daarbij nog wat noten en zuidvruchten.
Dat Bakkerij museum is zeker de moeite waard. Voor kinderen is er in vakantietijd en op woensdagmiddag een speciaal programma waarbij er zelf broodjes gebakken mogen worden en wordt er op een leuke manier een speciale voorstelling gegeven.

Wikipedia meldt twee heel andere redenen voor de naam Hattem:
De naam "Hattem" is een typische heemnaam. Wat deze naam echter precies betekent is onduidelijk. Er zijn grofweg twee veronderstellingen. Hattem zou het heem zijn van mensen die eerder tot de stam van de Chattuarii (ook wel Hattuarii of Hatten) behoorden of het heem van mensen wier leider Hatto heette. De laatste veronderstelling is gebaseerd op het feit dat de meer dan de helft van de heemnamen afgeleid is van een persoonsnaam. Waarschijnlijk vinden de Hattemers de laatste veronderstelling de juiste of de leukste, gezien de naam van de voetbalclub Hatto Heim
Hattem wordt omstreeks 800 voor het eerst in de geschiedschrijving genoemd. Hattem kreeg zijn stadsrechten in 1299 van graaf Reinoud I van Gelre en is een Hanze- en vestingstad.

Ik weet niet wie dit leuke beeld van de vrouw met duif gemaakt heeft maar dit staat vast op een prominente plek in Hattem. Misschien weten Henry, als ex wethouder, of Tonny, als beeldhouwer, het wel?

Zondag, 21. Juli 2013 - 16:58 Uur
Het Spookhuys

Het restaurant het Spookhuys in het enig overgebleven gedeelte van de middeleeuwse burcht St. Lucia te Hattem, in de volksmond de Dikke Tinne genoemd vanwege de imposante torens.
Op deze unieke locatie waar volgens zeggen nog steeds een spook rondwaart, kunt u genieten van onze specialiteiten.

Vier jaar heb ik in Hattem gewoond, maar nooit heb ik verhalen als deze gehoord. Maar het Spookhuis bestond toen allang net als het Daendels poortje waar je af moest stappen als je er per fiets wilde passeren. Maar nu Kladdegat ter sprake komt, vind ik dit volgende verhaal:

Lang geleden vertelden de Hattemers uit eigen ervaringen dat de verhalen over spoken in 't Spookhuys geen sprookjes waren. Spoken die in de nachtelijke uren rond dwaalden en heimelijk, in de ondergrondse gangen, spookhond ´Kladdegat´ontmoetten.
Er zijn verhalen rondom die spookhond Kladdegat: Spoken bestaan.

Op een nacht zat Arend- Janszoon rechtop in bed. Hij hoort de klok slaan en telt de slagen. Het is 12 uur, de tijd van het spook, hij weet het zeker. De koeien houden op met eten en staren verstijfd naar de trap als hij de klok 12 uur hoort slaan.
Ze zien hoe het spook de trap af dwaalt, over de deel zweeft en verdwijnt in de gangen onder ´t Spookhuys. Na enkele minuten is het weer rustig, helemaal stil, alsof er niets gebeurd is.
In de tuin van het huis staat een geraamte met een sabel, het ontzielde lichaam van een kozak, een verdwaalde Rus. In de nacht was deze overvallen door generaal Souman, de dappere generaal die de kozakken keerde. Nazaten van hem wonen nog in de stad.
Broer Albert neemt op een nacht de sabel mee in de hoop het spook te kunnen imponeren. Om twaalf uur 's nachts staat hij onder aan de trap, zwaaiend met zijn zwaard. Al zwaaiend zakt hij plotseling ineen als een pudding. Als hij bijkomt vertelt hij dat hij een vreemde man onder aan de trap heeft gezien. "Daarboven aan de trap," zegt hij "en hij heeft mij met vuurspuwende ogen aangekeken!"
Het spook in ´t Spookhuys deinsde nergens voor terug. In de onderaardse kerkers dwaalde hij rond. De kreten van zijn slachtoffers, aan ketenen gebonden, waren in de wijde omtrek nog te horen!
Het was Jan Visscher, een stoere bewoner van Hattem, die begin 1800 de spookhond te lijf ging. Het hondengat, waar de spookhond woonde, werd door Jan eigenhandig dichtgemaakt.
Een stenen muur van behoorlijk kalk en steen
maakte dat het spook 'Kladdegat' voorgoed verdween...

Zaterdag, 20. Juli 2013 - 08:23 Uur
Bollebak en Kladdegat

Nichtje Suze en haar vriendin bij Kladdegat, afgelopen jaar op de brug aan de Dorpsweg. Hij ligt veilig aan de ketting. Het beeld werd gemaakt door Jan Erik Barendsen in 1993.

Zoals wij vroeger in Linde de Bollebak hadden waarmee je bang gemaakt kon worden, hadden ze in Hattem Kladdegat. Het was een soort hondachtig beest. Ik denk ook dat die misschien dezelfde functie had. De bollebak, een soort watergeest, huisde voornamelijk in gevaarlijke kolken of beekjes en opoe hield ons op die manier bij de gevaarlijke laoke weg.
Kladdegat was meer het Hattemer spook. Het hondachtige wezen huisde in de donkere tunnels onder de stadsmuren aan de Adelaarshoek, inderdaad, in het Spookhuys. De Hattemers rilden als ze ’s nachts het naargeestig gehuil en het gerammel van kettingen meenden te horen.
De spookhond was zo levensecht dat ze het ’s avonds laat niet waagden om zich in donkere hoekjes rondom de stadsmuur te begeven. Tot in de 20ste eeuw bestond er nog een heilig ontzag voor Kladdegat, waarvan opvoeders dankbaar gebruik van maakten: ‘Pas maar op, anders komt Kladdegat je halen.’

Angst. Aan de ketting, de ogen vol vuur.
Vastgeketend aan Hattems muur
Met een boog er omheen, anders doet hij u wat!
Waakt u voor spookhond 'Kladdegat'.

Donderdag, 18. Juli 2013 - 21:32 Uur
Drieten

Toen ik Wim vertelde van de geut’ndrieter bij de Dijkpoort moest hij lachen: ’Echt Hattems um der zoiets van te maken, net as de Strontkleppe'.
Dat woord drieten wordt ook in de Achterhoek gebruikt èn in Twente. Een paar bekende uitdrukkingen:
Noe he'j ’t schaop an ‘t driet'n , --oh wat erg, nu hebben we gedonder in de tent
Ik loat mie nich in 'n tuk driet'n. --Ik heb met jou nog een appeltje te schillen,
Er is zelfs een songtekst van Jovink En De Voederbietels met : Schoap An't Drieten
‘s Winters as de boer'n ies driet dan is ’t kold. -- 's Winters, als de boeren ijs poepen dan is het koud)
Opoe Bijenhof bezigde het woord drieten vooral als ze kwaad was: Och … loop toch hen drieten.
En een klein kind werd vaak wat liefkozend: mien drietebuul genoemd
Wim kent trouwens nog een uitspraak van een echte Hattemer die goed kwaad was op een van de neven van der Kolk: ‘Kom es hier ie…dan za’k oew köppien op een päöltien zett’n. Wie het herkent mag het zeggen…

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden