Weblog2

Zondag, 2. Augustus 2020 - 13:09 Uur
Oude notulen 7 - Korsetten, Moederdag, Reuma en het Kamp

Jaren 60--Opnieuw kwamen de Korsetten en Bh’s weer langs met mevr. Boels- de Lange en werd er een avond besteed aan het fenomeen Moederdag dat overgewaaid uit de USA ook bij ons in opkomst was. Langzamerhand is het hier ook ingeburgerd maar dat had nogal voeten in aarde in het begin. Ik herinner me dat Pa opmerkte dat het vooral goed was voor de winkeliers, maar als hijzelf op Vaderdag wat kreeg zat hij te stralen als een kind dat jarig is.
In oktober 1962 kwam dhr Stevens een lezing houden over Veilig Verkeer, dit keer, ook vanwege de onkosten, samen met de groep van de CBTB.
Zo werd er dat jaar een bijeenkomst bezocht in de Bendien kantine waar iemand van de Zuivelcentrale iets kwam vertellen over gezonde voeding, dat werd natuurlijk ook proeven.
Van Peer kwam nu de beroemde Tomado snelkookpan demonstreren.
En wisten jullie dat er al in 1926 een Vereniging Reumabestrijding was opgericht? Voor tbc was dat al voor 1900 en is nu eigenlijk hier verdwenen als ziektebeeld.
--De Mantoux krasjes die je als kind (jaren 50)kreeg op de binnenkant van je onderarm was een laatste poging om tbc te kunnen traceren. Als ze rood werden moest je naar het ziekenhuis voor een longfoto. Bij mijn zusje was dat zo maar op de longfoto was alleen een ingekapselde tbc cel te zien. Mijn moeder en zusje kwamen met haar thuis met de uitslag en de mededeling dat zij nooit meer tbc zou kunnen krijgen volgens de longarts. In de jaren 40 waren de koeien nog niet allemaal tbc vrij. Dankzij de regels van het Landbouwschap nu wel.---
Het is 1963 als dhr. Bijtelaar komt een film laten zien en vertellen over de bewoners van het Woonwagenkamp, waarmee hij goede contacten onderhoudt. Ze hebben onderling een sterke band, het is lastig om daar als burger tussen te komen in die tijd.
---In 1984 zat er een jonge vrouw in ons volleybalteam . Ze was met een man van het Woonwagenkamp in Emmen getrouwd, maar was als ‘burgermeisje’ geboren. Hoe ze dat ervaren had, vroegen we haar. Tja, ze hield van deze jongen die nu haar man is. Toen ze zwanger werd kon kiezen tussen: met hem op het kamp gaan wonen of zonder hem in het dorp. Duidelijk. Ze zijn gelukkig geworden en zij kreeg later een mooie baan op de administratie van de Gemeente Emmen.
Eind jaren 80 had ik een jongen in de klas, hij heette Frits maar iedereen noemde hem Jonge. Hij zal naar zijn vader of opa genoemd zijn. Hij woonde met zijn vader en diens vriendin tijdelijk in een kleine caravan op een parkeerterrein. Ze waren niet meer welkom op het Woonwagenkamp vanwege de scheiding. Toen ik later op huisbezoek ging woonden ze in een gewone burgerwoning, waar ze niet konden aarden. Ze zijn daarna naar een ander klein kamp in de omgeving vertrokken---
Dhr. Bijtelaar vertelde ook over de Zigeuners. Deze zijn niet erg geliefd bij de Woonwagenbewoners. Ze hebben een andere taal en leefwijze. Ze handelen veel in goud en zilver, doen alles met muziek en waarzeggerij. In deze tijd kwam er nog analfabetisme voor. Intussen zal dat bij de Woonwagenbewoners niet meer het geval zijn.
Kerst werd in deze tijd niet meer samen met de mannen gevierd maar met de Gereformeerde Vrouwenvereniging.

Zaterdag, 1. Augustus 2020 - 12:48 Uur
Oude notulen 6- Teddyluiers, sigaren, de Hezenberg en Arbeidsvreugd

Hoe langer het geleden is dat deze notulen geschreven werden, hoe interessanter.
Eind 1959 kwam dr Bickart uit Nieuw Dordrecht een lezing houden over ‘de vrouw bij het ouder worden’. Hij onderscheidde 4 periodes in een meisjesleven, de jeugd, de pubertijd en de volwassen vrouw. Dan volgde de overgang waarna veel klachten verdwenen. Een maand later kwam zijn vrouw voor een Boekbespreking met de dames van Zuidbarge. Het boek van Jos van Manen- Pieters ‘Gods geheimschrift’ werd besproken. Het zou een voorloper zijn op de vele literatuurclubs die later ontstonden.
Toen kwam in april 1960 dhr Ganzeboom naar Zuidbarge, een vertegenwoordiger van de Spanjaard fabriek uit Borne. In die tijd werd er veel gespaard door jonge meisjes voor hun uitzet. Alles kwam voorbij: witte lakens, lakens in allerlei kleuren, rood, groen en blauw. Frotté handdoeken met bijpassende pannenlappen. Alles had hij bij zich en voordelig uitgestald En dan…als hoogtepunt: de Teddyluiers met als nieuws de bijpassende Teddy huidbeschermer tegen de rode billetjes van de baby na het liggen in zo’n natte luier. Ik zie ze nog voor me, die inleggertjes. Ik heb er vanaf 1965 ook dankbaar gebruik van gemaakt.
---Begin jaren 50 overleed er een oude buurman van ons die net verhuisd was. Als zijn voormalige twee naaste buren togen vader Hein en buurman Derk in hun zwarte trouwpak naar de begrafenis in Klarenbeek. In Vorden stapten ze op de trein, een echte stoomtrein nog met van die harde banken. Hun zwarte bijpassende hoge hoed hadden ze in het bagagenet boven hun hoofden gelegd. Tegenover hen zitten een paar meisjes, tieners nog, op weg naar hun school in Zutphen. Het waren grote giebelkonten. Ze bleven maar lachen en af en toe even vlug naar het bagagerek kijken. Het hield niet op. Pa keek eens wat er toch te zien was dat ze zo zaten te giebelen. Toen zag hij dat zijn eigen plechtige zwarte hoed in een Teddyluier geknoopt was. Het labeltje met het beertje bewoog steeds heen en weer door het gehobbel van de stoomtrein. Het was me ook een mooie combinatie. Twee boeren in een zwart pak met de hoge hoed in een luier met Teddybeertje er aan. ’s Avond werd het voorval in geuren en kleuren aan tafel verteld.---
Eind 1960 kwam dhr. van de Hof met een lezing over Geestelijke en lichamelijke gezondheid. Hij haalde een artikel aan uit de krant van 1900. Er zou in 1930 een grote hongersnood zijn in de wereld, de enige tot dan bekende kunstmest soort zou dan op zijn. Inmiddels weten we uit Noorwegen en Zweden dat de stikstof in de lucht gebundeld kan worden, zo vertelde van de Hof en zou er geen gebrek meer wezen.
En dat anno 2020 nu er problemen zijn met een overschot aan stikstof dat weer onze natuur aantast!
Soms was er een bijeenkomst met de CBTB, Chr. Boeren en Tuindersbond, of de Vrijzinnige- of de Gereformeerde Vrouwengroep. Dat scheelde in de kosten en de interesses waren toch dezelfde.
Vaak werd er aan een mannelijke spreker een doos sigaren gegeven als blijk van waardering, maar toen in 1962 ds. Pomp van de Hezenberg uit Hattem kwam om over zijn werk als geestelijk verzorger te vertellen en hij ook een doos aangeboden kreeg, bleek dat de beste man niet rookte en ging er een extra bedragje naar het goede doel, de Hezenberg. De Hezenberg bestaat nog steeds, krijgt geen subsidies en daar kunnen mensen die rust nodig hebben een tijdje verblijven om daarna verder het leven weer aan te kunnen.
Bijzonder vind ik dat dhr Griep kwam vertellen over de Stichting Arbeidsvreugd, waar mensen terecht kunnen om te werken die op lichamelijk op sociaal gebied niet in het bedrijfsleven kunnen functioneren. We weten nu dat het de voorloper is van het Werkvoorzieningsschap de EMCO.
---Onze middelste zoon Rick heeft er een goede tijd en heeft zijn 25 jarig dienstverband er al gevierd. Zo mocht ik er samen met de directeur en de personeelsconsulent een feestje voor hem van maken toen ik het boek Rick mocht komen presenteren. Collega’s en familie maakten het feest compleet. Het gaf zijn leven weer met de ups en downs die er bij horen. We zijn trots op hem dat hij ondanks zijn beperking zo’n bijzonder en waardevol mens is geworden---.

Foto: Rick, 25 jaar in dienst bij de Emco

Al lezende werd ik nieuwsgierig naar die Spanjaardfabriek in Borne. We hebben 15 jaar in Hengelo gewoond en Twente zit nog in ons hart. Ik weet niet of dhr Ganzeboom over de fam. Spanjaard zelf heeft verteld maar ik vond een indrukwekkend stukje geschiedenis over deze Joodse familie Spanjaard. Door een klik op de titel kun je even meelezen.

Zaterdag, 1. Augustus 2020 - 09:05 Uur
Oude notulen 5 Reizen, etiquette en creatief zijn

Zoals wij de afgelopen jaren ook genoten hebben van reizende Emmenaren, zo vertelde in 1959 Mevr. Veldhuizen- van Zanten al over haar vakantie reis met het gezin naar Italië, compleet met film waarbij de filmapparatuur ook meegesleept werd. Ze vertelde over de Italiaanse cultuur, de prachtige kerken en het leven van de Italianen dat door het hete weer anders is dan bij ons in dit wat koudere en natte landje. De siësta kwam aan bod.
Ik heb het nog niet gehad over de geestelijke vorming. Die besloeg in die tijd samen met de mededelingen en bespreking de helft van de avond. Na de pauze met thee en een koekje en een kwartje contributie kwam de genodigde aan bod. Het waren dan ook intensieve avonden.
In 1959 kwam juffr. Meijer, lerares aan de Chr. Industrieschool over vormen en etiquette vertellen. Hoe kun je je als een goede gastvrouw tonen èn als gast. Hoe dek je volgens de regels een tafel, allemaal handigheidjes.
Weverij de Ploeg kwam langs met de stoffen voor woninginrichting en kleding. Ze stonden hoog in aanzien want stoffen van de Ploeg weverij waren onverslijtbaar. Onze ome Sjoerd Aartsen, kleermaker, zou het er helemaal mee eens zijn.
Ook kwam het Rode Kruis aan bod. Van het geld dat overgebleven was na de Watersnoodramp in 1953 werd een boot gekocht waarmee tochtjes met zieken konden worden gemaakt. Ik weet niet of het de Henry Dinant al was. Verder kregen de dames informatie over bloedgroepen en de bloedtransfusies. Ik heb wel eens gehoord over het inzamelen van postzegels en zilverpapier, maar dat gebeurde ook voor de bloedzieken.
En net als nu hadden de Zuidbarger dames af en toe ook een handwerkavond. Onze laatste avond in februari met onze vrouwengroep Hedera, net voor de corona, hadden wij een creatieve avond. We maakten erg leuke hangers met zeepjes en versiering er tussen. Ruikt heerlijk…


Vrijdag, 31. Juli 2020 - 13:15 Uur
Oude Notulen 4 Verzorging, Cultuur en een hok met eenden...

Ik begin te beseffen dat het wel uniek is om deze handgeschreven notulen onder ogen te krijgen. Wat is er energie gestopt in het stimuleren van de ontwikkeling van de vrouwen van Zuidbarge en omgeving. Meteen vanaf het begin is alles heel nauwkeurig bij gehouden, de eerste 5 jaren door mevr. Kersten- Stavast.
In 1957 kwam mej. Meijer, maatschappelijk werkster van de Stichting Opbouw Drenthe een lezing houden over: De hygiëne van ons lichaam. Dat lichaam moest verzorgd worden van hoofd tot voeten. Het was zo belangrijk om een goed passend korset en bustehouders te dragen. En hoe kleed je je als je dun en lang bent of juist klein en dik. Goede stoffen zijn ook belangrijk, gaan lang mee.
Hetzelfde jaar kwam ook conciërge Ziengs van de Chr. Landbouwwinterschool in Emmen met films:
Nederland linnenland en de Enkalon film, belangrijke industrie in Emmen. Wel bijzonder was het te lezen dat ze steeds een Kerstavond hielden samen met de mannen. Kort erop volgde er een excursie naar de Enkalon fabriek, ook met de mannen.
Het bestuur bezoekt trouw de Bondsdagen die Landelijk of Provinciaal geregeld werden. Ik vond het aandoenlijk te lezen dat de Bondspresidente mevr. Witterholt- Heidanus afscheid nam, geridderd werd in de Orde van Oranje Nassau, maar dat ze van een paar afdelingen een eenden hok kreeg aangeboden met 6 eenden terwijl ander afdelingen samen met een ijskast over de brug kwamen. Dat was me de moeite nog eens waard.
Meester Jaarsma kwam met een film over Palestina en de omringende landen en vertelde over de problemen die daar speelden. Bovendien vertelde hij over de Nederlanders die uit Indië naar Nederland kwamen na de onafhankelijkheid van Nu Indonesië.
De wijkzusters Boksma en Martens kwamen een avond vertellen over het ontstaan van het Groene Kruis en over hun werk.

-Heel even kwam het beeld bij me boven van de wat stoere wijkverpleegster die na de geboorte van Gerhard poolshoogte kwam nemen. Ze vroeg hoe de bevalling geweest was. Ze vulde aan met een vrouw die haar kind kreeg en de boel bij elkaar krijste. Ze had haar toegevoegd als: 'Toen je er aan begon ging je ook niet zo te keer'. Ik dacht nog: weet zij veel?
Ik herinner me liever de wijkzuster in Vorden, zuster Stoop, die gekleed in haar verpleegstersuniform met zwarte wapperende sluier per scooter haar patiënten bezocht. In de winter van 78-79 heeft ze onze moeder liefdevol ondersteunde en verpleegde in haar laatste maanden.-

Ook de Nederlandse literatuur kwam aan bod. Er werden gedichten voorgedragen zoals De Dieren van Aart van de Leeuw, een stukje uit de Gijsbrecht van Amstel en een ernstig gedicht van Jacqueline van der Waals. Ik vermoed dat het:’ Ik weet het wel’ is dat ze schreef toe ze haar einde voelde naderen. Maar… schreef de secretaresse, na de pauze kwamen er nog wat ‘luimige voordrachten’.


De Dieren

De landman gaat, nu de avond is gevallen,
En de arbeid slaapt, voor 't laatst zijn hoeve rond;
Hij keurt het werk der knechts in schuur en stallen,
En als zijn schaduw volgt hem trouw de hond.

Hij toeft bij 't vee, en luistert hoe het ademt;
Rond schoft en horen hangt een warme damp,
Die met een geur van zomer hem bewademt,
En in een nimbus nevelt om de lamp.

Dan loopt hij tastend langs de ruif der paarden,
Verwelkomd door een dreunend hoefgeklop;
Hij spreekt hen aan, en streelt een ruig behaarde,
Een speels hem toegestoken manenkop.

En als hij eindlijk, rustig na 't volbrachte,
De handen boven 't vlammend houtvuur heft,
Vervult hem nog de ontroerende gedachte
Aan wat rondom hem leeft en niet beseft.

Hij peinst, en leest in 't boek met koopren sloten
Het hoofdstuk uit, dat Noachs tocht beschrijft,
Hoe de arke met haar simple reisgenoten
Lang op de oeverloze zondvloed drijft.

Gans in het wonderbaar verhaal verloren,
Terwijl hij mijmrend in de haardgloed staart,
Lijkt het hem of, door God daartoe verkoren,
Hij met zijn dieren over 't water vaart.
Aart van der Leeuw

Sinds ik het weet...

Sinds ik het weet - ik weet het wel, ofschoon
Nog onder ons angstvallig wordt ontweken,
Het booze woord te noemen, dat bij 't spreken
Lacht ruw of wat onzuiver klinkt van toon, -

Sinds ik het weet, werd mij de overvloed,
De schoonheid en de zoetheid aller dingen,
Die mij alom omgeuren en omringen,
Nog wèl zoo liefelijk en wèl zoo zoet,

Sinds ik het weet, schijnt mij de atmosfeer
Doorwasemd en doorgeurd van zoele togen,
Het is of ieder zintuig en vermogen
Nog fijner werd en scherper dan weleer,

Sinds ik het weet, treed ik, wien ik ontmoet,
Den vreemden en den vrienden op mijn wegen,
Ontroerder en vertrouwelijker tegen,
En 'k groet ze met een vriendelijker groet,

Sinds ik het weet, is God mij meer nabij
En vaak, in d'ernst van 't aardsche spel verloren,
Zoo ernstig en zoo diep als ooit te voren,
Gevoel ik plots Gods glimlach over mij.

Jacqueline E. van der Waals

Donderdag, 30. Juli 2020 - 14:10 Uur
Oude notulen 3: De onzichtbare vijand

Al lezend, de handschriften zijn niet allemaal zo duidelijk, kom ik de aankondiging van een film tegen: De onzichtbare vijand. Het is oktober 1960, de tijd van de Koude Oorlog. De angst voor Rusland en een eventuele atoombom zit er goed in. De film wordt gevolgd door een lezing van dhr. de Jong van de de B B, Bescherming Burgerbevolking. Hij zei dat de doorsnee bevolking er wat gelaten onder was. We kunnen er toch niets aan doen immers. Maar volgens hem zou dat wel meevallen want Nederland ligt geografisch ongunstig en is geen atoombom waard, die kost miljoenen. Maar je weet het immers nooit? Daarom geeft de B B voorlichting over wat er wèl gedaan kan worden.
Hij vertelt dat op elke 15 km hulpposten worden opgericht, ieder gezin moet een schuilplaats hebben en door de film konden de Zuidbarger dames zich er een voorstelling van maken hoe die moet worden ingericht.
De schuilplaats moet afgesloten worden met zandzakken, voorraden blikgroenten en vlees, melk enz. moeten worden ingeslagen en er moet zeker ook een radio mee voor de berichtgeving.
Bij ons in de Achterhoek hadden ze bij de Lindese Vrouwenvereniging waarschijnlijk die voorlichting ook gehad want bij ons aan tafel was er onder het eten een hele discussie over. Mijn moeder deed het woord. 'Dan mo-w met zien allen de kelder in, alles afgeslotten. Witte lakens met um oew hen, dat zol dat gif tegen tegen motten hollen'.
Als die atoombom toch ergens gevallen was en je had het overleefd, dan mocht je de deur naar boven niet meer openen voor een eventuele achterblijver. Ik herinner me dat mijn jongste broertje toen 7 jaar was. Mijn moeder stelde zich voor dat we allemaal in witte lakens gehuld al in de kelder zaten maar dat Johan nog ergens buiten was en die zouden we er niet meer in mogen laten? Dit B B plan werd door mijn moeder dus radicaal aan de kant geveegd.'Onze Johan buten laoten, dat geet niet deur... nooit van zien laeven'.

Nieuwe bijdrage  Oudere bijdrage

Aanmelden