Boris, Jansen en Zwienen Tönnis

Ik denk nog wel eens aan camping De Boomgaard waar een groot stuk van mijn jeugd ligt en ook daarna altijd als thuiskomen voelde bij Johan en Joke. Ze hebben altijd herders gehad. De vorige hond was Boris,, de familiehond is een enorme Duitse herder, maar ook een echte gezinshond. Het was wel een hond waar je niet omheen kon, strak voor de deur van zijn baasjes.

Ooit hadden ze herder Jansen. Die was nog stoerder. Wanneer wij aan kwamen rijden liep hij met de auto mee, zijn kop op onze ooghoogte. Wanneer in die tijd buurvrouw Gerda kwam riep ze al vanuit de verte. ‘Jansen… ik bun et heur’. Eens toen onze jongens er waren gingen ze voor de koffietijd achter Johan aan naar binnen, maar net toen Mark als laatste naar binnen wilde, ging Jansen voor hem staan. Mark riep daarom Johan om zich te laten bevrijden. Die dacht dat Mark hem misschien op een poot had gestaan. Nee… zijn hond zou anders niks doen…

En ook Boris meldde die keer vol overtuiging wanneer ik er aan kwam en daar hadden ze hem ook voor. En als ik naar binnen wilde ging hij voor, daar hield je niets aan. Boris mocht die keer blijven en ging languit in de keuken liggen. Ie könt merken dat e older wodt’, zei Joke. Ik heb hem door de jaren heen zien opgroeien. Die zomer waren we er met ben en Riet en we wilden hen wat van onze omgeving laten zien in de streek waar ik opgroeide. Er ging die middag een groep van de camping klootschieten, georganiseerd door Johan. Het werd een rondje Boomgaard, gevolgd door een ‘Amerikaanse barbecue’, d.w.z. zelf je vlees en drankjes meenemen. Het jaar ervoor bleek het heel gezellig en voor herhaling vatbaar. Wij trokken die keer toch ons eigen plan. Na ons bezoek aan Lochem de vorige dag, gevolgd door Erve Brooks en Ben en Diny, gingen we die middag met Ben en Riet naar de Kranenburg. Zij zijn R.K en zouden ons vast veel kunnen vertellen over de Heiligenbeelden die daar in het Museum te zien zijn. Het is een prachtige kerk genoemd naar de H Antonius. (architect Pierre Cuypers)

Toen ik even ging overleggen zei Riet prompt:

Sint Anthonius beste vrind

Zorg dat ik mijn sleuteltjes terug vindt’.

‘ Jao, ie mossen wel geld met brengen’, voegde ze er aan toe.

Ik vroeg nog of ze ook wisten waarom de H Anthonius vaak met een varken afgebeeld wordt. Volgens Ben W werd hij hier in de Achterhoek ook vaak Zwienen Tönnis genoemd. Het was een heel fijn maar te kort verblijf in het Achterhoekse, samen met Ben en Riet. Wat hebben we mooie herinneringen aan onze gezamenlijke uitjes. Het was september, de wind was herfstig, de temperatuur goed en camping de Boomgaard voelde ook die keer als thuis.