Wanneer ik een programma op de tv bekijk is het de kunst om te raden waar iemand vandaan komt. Ze kunnen nog zo goed alle Nederlandse woorden correct uitspreken… er blijft de klankkleur die verraadt waar ze opgegroeid zijn. Ooit nam ik mijn eigen stem op de bandrecorder op om een dictee in te spreken voor school en ik hoorde aanvankelijk tot m’n schrik dat m’n stem eveneens verraadde waar mìjn wiegje heeft gestaan. Ik vond het toen wat confronterend, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat het juist bijzonder is om dat beetje te hebben.
In Emmen is het ook wat. Op de streekschool, indertijd de RK.LTS De Zuidoosthoek kwamen de kinderen uit alle streken rondom Emmen, de meesten spraken met elkaar in hun eigen dialect. Die uit Erica en Schoonebeek kon ik goed volgen. Sleen en Oosterhesselen ook, maar kwamen ze uit Emmer Compascuum of Ter Apel dan was het even anders. Ze spreken daar Kanaols zoals ze het zelf zeggen. Het Gronings is er al mee verweven. Ik vroeg eens een jongen waar hij vandaan kwam en hij antwoordde: ”Uut Taontie”. Ik moest het even laten bezinken, maar zijn buurman hielp me uit de brand : Het Haantje. Het is een mooi klein dorpje richting Schoonoord.
In de brugklas ging er bij de methode Nederlands ook een hoofdstuk over Schooltaal- Thuistaal. Het voorbeeld was het sprookje van Roodkapje in het Amsterdamse dialect. Dat vonden ze lachen! Daarna kwamen ze zelf aan de beurt in Drents, Fries of … ja… Kanaols. Zelf moest ik natuurlijk ook met de billen bloot en dat werd Hans Knol, een gedicht in het Achterhoeks dat opa Bijenhof begin van de 20e eeuw al had voorgedragen op de Jongelingsvereniging. Als klein kind zei opa voor we naar bed gingen vaak Hans Knol voor ons op…. zo vaak dat ik het nog steeds helemaal uit het hoofd ken. Ik moest wel een paar woorden vertalen voor de klas, maar ze hadden ogen op steeltjes!
Jaren terug waren we op bezoek bij de familie Knol in Uithuizen, helemaal aan de Waddenzee, waar ze een schapenboerderij hebben. Het was heel gezellig. Ze hadden één van onze bordercollie pups, Toska, en we kwamen eens kijken. We spraken met elkaar gewoon Nederlands. Ineens ging de telefoon, dochter Corrie was aan de lijn. Toen hoorde ik voor het eerst het onvervalste Noord- Gronings. Mooi hoor!
In het blad Naober van een paar jaar geleden vertelde een politica over haar verhuizing als opgroeiende puber naar Gendringen… ja in de Achterhoek. Er waren in het begin wat communicatieproblemen. Ze was toen al goed gebekt en één van de jongens noemde haar een frech blaag. Ze had geen idee wat dat was. Dus bleef ze een frech blaag (brutaal kind)
M’n eigen moedertaal, het Achterhoeks, blijft me altijd na aan het hart liggen. Als ik in Vorden kom en ik doe even wat boodschappen in een supermarkt en ik hoor de streektaal van Vorden… dan denk ik toch meteen: Hè hè… hier praten ze eindelijk weer gewoon.
Opgenomen in: Tweets van het Schoolpad
