Bramen

Dat is lang geleden dat we samen bramen geplukt hebben’, zei Susan die keer toen ik voorstelde om dat weer eens te gaan doen. Ik had me eerder al goed gehad samen met Wim èn Storm en de bramengelei was uit de kunst, net als die van Anja die ze ons toen bracht met het opschrift ‘Schoolpad’. Ze had ze warempel aan ons eigenste Schoolpad geplukt. Door het rigoureuze snoeien van deze winter kwam er veel meer licht bij de braamstruiken en ik had al gezien dat ze dat jaar eens lekker rijp werden terwijl ze anders niet verder kwamen dan rood.
Dus kon ik het niet laten en had ik gewoon hier in de omgeving rondgestruind langs hooi en akkerland. Nee niet langs de aardappels. Daar werd me veel te veel gespoten. Het leverde me die keer minstens drie kilo mooie zwarte bramen en even later stonden opnieuw de potten gelei, jam en sap af te koelen. Ik had zelfs wat losse bramen ingevroren om die straks samen met andere vruchten te mengen om ’s morgens door de kwark of yoghurt te doen. Dirkje schijnt dat goed te bevallen. Krijg je in elk geval minder suiker binnen. En een bijkomend voordeel was dat ik ’s avonds zo moe was van dat sjouwen, getrek in de struiken, het schoonpoetsen van de pannen en keuken dat ik daarna als een blok in slaap zou vallen. Ach… wat had ik toch met bramen. Op de Boomgaard gingen we ervoor naar Breukinks bosje, altijd bramen in overvloed. Toen we in Hengelo woonden struinden Marijke en ik langs de velden en houtwallen. Soms namen we kleine Laska mee. En als ik alleen ging, waar Wim een hekel aan had, nam ik uit voorzorg voor je weet maar nooit het ouderwetse broodmes van mijn moeder mee in de fietstas. Gerhard kwam niet weer bij toen ik dat eens vertelde. ‘Waarvoor doe je dat? Wat denk je dat een agressieve kerel doet? Die pakt je meteen dat grote mes af’. Och…, het gaf me gewoon een veilig gevoel. Het boek ‘In pot en fles’ gaf me de prachtigste recepten…
Bramen plukken, later ook vlierbessen, bezorgde mij en mijn omgeving een gezonde aanvulling op onze maaltijden. Je snapt dat dit nu dierbare herinneringen zijn geworden. Ik waag me niet meer aan slootkanten of akkerranden.