Ze keek me aan of ze me niet goed verstaan had. ‘Hoe heet de poes?’, vroeg de assistente van de dierenarts. Ze moest nog ingeschreven worden voor we de behandelkamer in gingen. Met haar 16 jaar was ze nog nooit bij een dierenarts geweest. ‘Loeder’, zei ik. Rick die met me mee was begon al wat te lachen toen hij haar zag aarzelen. Ze keek me dus weifelend aan en vroeg: ’L o e …d e r?’ ‘Ja, Loeder want ze is een loeder, wel een leuk loeder’. De poes van Jan Jans en de kinderen heette ook Loedertje en zo noemen we haar ook als ik haar leuk en lief vind. Maar als ze weer op het aanrecht rond struint of een goudvis te pakken heeft is het weer Loeder.
De dierenarts, dezelfde die Queeny in haar laatste ogenblikken liefdevol bijstond, keek naar Loeders oog. Dat ziet er raar uit, rood en lijkt stuk. En dat is het ook. Toch is ze levendig en oogt niet ziek. Ze had twee opties voor me. De eerste is opereren en het oogje er uit halen … of zalf en antibiotica. Ik koos voor het laatste voor ons 16 jarig Loedertje.
Zo zat Wim daarom 3 keer per dag met de poes op schoot en druppelde ik de zalf in het oogje. Voor het tabletje had ik in de loop der jaren met onze katten een speciale techniek ontwikkeld: Wim hield vast. Ik kneep met de ene hand het bekje open en met de wijsvinger van de andere duwde ik het tabletje achter in de keel en hup… ze slikten het meteen door. Even een stukje leverworst er achteraan en klaar was Loeder.
Wim had intussen net z’n rondje gemaakt op het erf, een beetje frisse lucht doet altijd goed. Ik hoorde Wim net roepen: ‘Weer op het aanrecht….’. Dat leer je een kat ook nooit af.
Loeder werd 19 en daarna kwam Dirk die nu verwend wordt bij Alle en Anja. Dirk heeft zijn eigen personeel.
