Het genot van met pensioen zijn is dat je over het algemeen ’s morgens tijd hebt om je krantje te lezen. Wim maakte daar altijd uitgebreid gebruik van. Hij wilde de krant ook graag heel houden. Ken je dat? Ik was meestal wat sneller, las de koppen en alleen de dingen die mijn interesse hadden. Als ik hem eerst had lag er overal een stuk. Ik stond er gewoon nooit bij stil. Was Wim het eerst dan mocht ik een stuk van de krant en die ruilde ik om voor een volgend stuk. Dat werd door mij gewaardeerd en… zo bleef de krant heel.
Wanneer Mark vroeger tussen de middag snel de krant doornam zag ik aan het eind een stapeltje opgevouwen onderdelen. Ha!
Ik begon altijd met de column van Jan Wierenga in ons Nieuwsblad van het Noorden. Hij is de opvolger van Jaap Kwak die alleen al vanwege zijn naam opviel en me nieuwsgierig maakte. De laatste jaren is het Herman Sandman die afkomstig is uit het Groninger veengebied. Dat merk je aan zijn taalgebruik en de gewoonten van die streek.
Die morgen stond er ‘Grommen’ boven het stukje van Wierenga en was benieuwd wat dat met de inval van koning Winter te maken zou hebben, want die hadden we dat jaar ook. Aan het eind bleek dat grommen hier in het noorden betekent: licht sneeuwen. Nooit van gehoord. Maar nu gromt het maar door….
De Achterhoekse spreukenkalender gaf de volgende spreuk:
Op straote is ’t net Onzen Leven Heer,
In huus ’n groten pröttelbeer.
Dat pröttel’n hoor ik opoe Bijenhof nog zeggen wanneer er gemopperd werd. En een pröttelbeer…. .. aan wie moet ik dan toch steeds denken?
