De Oliver….. toen al een oudje.

Hier sta ik dan… meegenomen naar weer een nieuw huis en ik heb er al heel wat gezien.

Toch mooi dat ik altijd een speciaal plekje kreeg. Ik was al op een aardige leeftijd toen mijn nieuwe baasje in 1940 mij in gebruik nam werden er vooral rekeningen op getypet, rekeningen over hout dat in de zagerij werd verwerkt. Maar toch stond ik in een klein boerderijtje voor het werk dat in de avonduren gedaan werd. Ik hoorde alle geluiden die bij een jong gezin horen, kindergelach en gehuil, ik hoorde verhalen vertellen en meer. Op een spannende dag liep er een andere man langs me heen, stond even stil, keek naar mij en merkte op: ’Nou nou… dat is al een oudje!’ Dat was ik dus  al…. een oudje. Toen kwam er een dag dat ik niet meer gebruikt werd. Mijn baasje was er niet meer en ik ging een tijdje mee naar een andere plek. Daar werd ik flink gebruikt. Er werden veel brieven op mij getikt. Ja ik deed mijn best. ‘Jazeker, de typemachine van Hendrik Jan’, werd er dan gezegd. Het was fijn dat ik zoveel gebruikt werd. Maar na heel wat jaren vond mijn nieuwe baas dat hij toch beter schrijven kon met een pen. Dat getik begon blijkbaar lastig te worden. Opnieuw ging ik terug naar mijn oude gezin en… ik hoefde nu niet meer te werken maar kreeg een mooi plekje waar mensen die op bezoek kwamen ook graag naar keken. Dan werd er even stil gestaan en er werd over mijn leven verteld, over wat ik allemaal had beleefd. En ook nu ben ik al weer heel wat keren mee verhuisd samen met dat meisje uit dat kleine boerderijtje van toen en mag ik staan pronken. Ik hoef allang niet meer te werken maar nog steeds word ik gewaardeerd om wie ik ben.