Vanaf haar hoge uitkijkplaats nog aan het Schoolpad zat Loeder vol verwachting naar me te kijken wanneer ik de deur uitkwam. Ik wist wel wat ze wilde. Dat was zo gauw mogelijk zien binnen te komen. Vroeger toen Suze binnen nog haar domein had, taalde madam er niet naar, maar nu had ze haar territorium verlegd. Intussen had ze alle warme plekjes in huis al uitgeprobeerd. Een eetkamerstoel die onder de tafel geschoven staat was al goedgekeurd, want daarvandaan werd ze nooit verjaagd, wij zagen haar dan niet. De printer, vroeger favoriet, was is in ongenade gevallen. Maar de allerfijnste plek vond ze toch wel het gevilte wollige kleed op de eetkamertafel. ’s Avonds had Loeder de meeste kans om te mogen blijven liggen want dan hadden Wim en ik ons teruggetrokken in de voorkamer.
Maar we hadden haar toch ook voor het vangen …of minstens het verjagen van muizen? En dat zagen we niet meer gebeuren. Voor wat hoort wat toch? Elke morgen verwende Wim haar met een lekker hapje uit een kuipje. De rest , de brokjes stonden altijd in de schuur. Als die daar niet stonden kwam ze helemaal niet meer buiten. Toch verdwenen die brokjes aardig snel. Die middag zag Wim een dikke rooie kat uit het kattenluikje naar buiten komen. En dat was niet de onze. Dat moest ons Loedertje ook in de gaten houden, vonden wij. Geen inbrekers in huis of schuur. Storm en Queeny deden hun best. Dus nu ook Loeder nog!
Het enige wat nog aan het Schoolpad herinnert is het gevilte schapenwollen kleed op de tafel èn Storm natuurlijk
