Weblog2

Opoe Bruins

‘Ho…’, riep ik wanneer Henk Braakhekke langs zijn voorraad foto’s scrolde. Henk was een professioneel fotograaf en veel van zijn foto’s zijn verschillende kranten geplaatst. Als er wat nieuws te melden was, bleek Henk snel paraat.

‘Ik zie opoe Bruins….’, en warempel het is haar. Ze staat bij haar dochter Janna die emmers na het melken aan het omspoelen is. ‘Gerritje van de bakker’, werd ze ook wel genoemd, want vroeger hadden ze ook een bakkerij, maar dat heb ik niet meer meegemaakt. Toen woonde er al een familie aan de voorkant die later naar de Kranenburg is verhuisd. Nadat Gerrit en Gerda de boerderij overnamen hebben oom Wim en tante Janna nog jaren in het voorste deel van de boerderij gewoond.

Zelfs nu wanneer we vanaf Lochem richting Vorden rijden zeggen we nog… ‘O ja… hier woonde opoe Bruins’. Vooral toen we nog in Hengelo O woonden zijn we vaak hartelijk ontvangen door oom Wim en tante Janna èn opoe, wanneer we even aankwamen voor een kopje koffie en een praatje.

Opoe Bruins Meer lezen »

Kabouters

Ik had vroeger al iets met kabouters. Opoe vertelde ons over kabouter Pum. Ik had nl zo’n gebreid popje met een puntmuts die ik zo noemde. Zij bedacht er steeds andere avonturen voor. Het mooiste vond ik dat kabouter Pum met z’n eigen vliegtuigje dieren ging halen uit Afrika…. voor de dierentuin. Later heb ik de juf op de kleuterschool op haar woord geloofd dat de paddenstoel, rood met witte stippen, echt waar …een kabouterhuisje was. Ik heb er wel eens een middag naast gezeten, wachtend op mijn kaboutervriendje, want ik wist het zeker dat het míjn vriendje zou worden. Ik was hevig teleurgesteld toen er na uren nog niks tevoorschijn was gekomen.
Daarna kwamen de verhalen van Piggelmee, de kabouter die in een Keulse pot in de duinen bij de zee woonde met zijn vrouwtje Tureluur en in een hele grote schelp de zee ging bevaren. Bij Flipje in Tiel kon je ze bestellen als je er wat zegeltjes van de Betuwejam bij deed. Zo ga je toch in kabouters geloven. Net toen dat kinderlijke kaboutergeloof begon te tanen kwam Rien Poortvliet met een prachtig levensecht getekend èn verteld boek De Kabouter. Tja… en dan ga je weer twijfelen… toch? Toen we jaren geleden ergens in Noord Holland zomaar in een tuincentrum een paar betonnen kabouters ontdekten die precies op die van Rien Poortvliet leken hebben we ze gekocht en bij de vijver gezet. Jammer genoeg is het vrouwtje door een manoeuvre van Wim met de tuinslang in de vijver gevallen en hebben we haar niet kunnen redden.
Maar weet je… ik ben niet de enige kabouterfreak. Dan moet je eens bij Ben en Diny rondom hun huis in de tuin op onderzoek en je zult er verscheidene ontdekken, de meeste zijn op de kop getikt bij de Kringloop… dat wel. Ja… ik heb iets met kabouters…bekende ze. En wij zijn niet de enige, mijn buurvrouw Geesje heeft er een heel stel, gemaakt van schuin afgesneden takken waarvan ze de schuine kant voorzien heeft van een geverfd kaboutergezichtje. Toch was er een uitdaging. Ze had ook een dikkere boomstam van een oude appelboom die schuin afgezaagd was. Daar moest ook een kabouter op en dàt zag ze niet zitten.
Tja en toen ………vroeg ze mij.. En dit is het geworden… Geesje was er blij mee.

Ik heb geen idee of die de verhuizing overleefd heeft. Moet ik toch eens vragen…

Kabouters Meer lezen »

Over een ruwe stenen muur en hanenbalken

Ons huis aan het Schoolpad was vroeger een klein boerenbedoeninkje, een keuterijtje noemde de makelaar het in 1994 toen we het bezichtigden. Toen we er voor het eerst binnenkwamen voelde het meteen of ik thuis kwam. Het is in 1975 van binnen degelijk verbouwd tot woonhuis. Eén kamertje was bij de kamer aangetrokken en de deel en stallen waren woonkeuken en badkamer geworden. En wat boven de hilde was? Ook omgetoverd tot slaapkamer. De hanenbalken zijn in ’t zicht gebleven, alleen op één kamer een beetje verhoogd, anders werd het geheel daar wat te laag.

Een deel van de woonkeuken had een muur van ruwe bakstenen en de vloer bestond uit flagstones zoals die ook wel in de tuin gebruikt worden. En om die ruwe muur gaat het. Ik vond hem eigenlijk wel mooi, maar ja… ruwe muur… ruwe stenen… Zou een wit gestucte muur niet beter staan, lichter, en misschien wat meer betegeling in de keuken, zo dacht ik even…

Die morgen kreeg ik de nieuwe Libelle in handen. En raad eens…? Er was toen een nieuwe mode voor binnenshuis. Een ruwe stenen muur en beton op de vloer ging het helemaal worden! Kleine stenen, grote stenen en als je dat te lastig vond of een te grote ingreep, kon je stenen behang gaan gebruiken, net echt! De voorbeelden die ik zag… och eigenlijk leken die nergens op. Onze eigen stenen muur was zo gek nog niet!

En… wat ik die avond zag op de tv? Niet alleen de binnenhuisarchitectuur ging terug naar vroeger. Ik zag producer Erwin bij ‘Op zoek naar Zorro’? Ik zou zweren dat hij een rode boerenzakdoek gebruikt had om die mooie das van te laten maken. Mama droeg die vaak bij het melken als ze onder de koe zat. Dan werd d’r haar niet vet als ze met haar hoofd tegen de koe leunde. Maar misschien dat de dressmaker van Erwin het voor een Paisleydessin aanzag. En presentator Frits had een das met een Schotse ruit, in bruintinten, dat wel. Ik weet niet of die originele ruiten ook in bruin te verkrijgen zijn. Maar toen wist ik het zeker. We gingen terug naar vroeger… en dan ben je weer helemaal bij de tijd!

Intussen is er niets meer over van zowel de stenen muur, de flagstones als de hanenbalken.

Over een ruwe stenen muur en hanenbalken Meer lezen »

Foto’s vertellen…

Foto’s vertellen soms hele verhalen… als je je even in de situatie verdiept en je jezelf even de tijd gunt. Wim Harwig was altijd al een fervent fotograaf en dat begon al jong. Hier is hij met zijn moeder mee naar opa Bijenhof die toen al lang bij ons op de Boomgaard woonde. Zo ging dat in die tijd. Opoe was al zo’n 10 jaar eerder overleden maar opa deed nog kleine hand- en spandiensten. Eén ervan was het wegjagen van de kraaien en eksters en vooral spreeuwen uit de spekkersenboom door telkens aan een touw te trekken die aan een bel vastzat boven in de spekkersenboom. Mama was zuinig op die spekkersen, met van die vogelbeten in de mooie wangetjes van zo’n kers leek dat niet in de bowl waarvoor ze deze gebruikte. Tante Riek was de rust zelve, leek wat dat betreft ook op haar vader. Hier zitten ze gezellig samen op de bank voor de boerderij. Ik zie mama net voorbij lopen. Ze was bezig met de was want dat moest altijd doorgaan op maandag. Wat heeft ze wat lopen sjouwen met water vanaf de regenput aan de ene kant van het huis naar het washok aan de andere kant. In het water dat uit de grond opgepompt werd zat roest en dat zag je later terug in het wasgoed en dat mocht natuurlijk niet. Toch ging even later het schortje af. Ik denk dat Wim ook een foto wilde maken met zijn tante Coba erbij. En zo zie ik het hele tafereel weer voor me. Ik denk dat dit omstreeks 1968-1970 is. Opa is dan bijna aan het eind van zijn leven.

Foto’s vertellen… Meer lezen »

Zij kwam uit het oosten….

Het is goed om af en toe eens door de stapels bewaarde papieren te gaan. Bijna 22 jaar geleden nam ik afscheid van mijn werk als docent aan het Carmel College, daarvoor de R.K. Lts De Zuidoosthoek en nog eerder verschillende klassen op basisscholen.. Ik heb daar op de LTS en later de Carmel een goede tijd gehad zowel met de leerlingen als de collega’s. Samen met mij namen nog een paar oud LTS-ers afscheid en voor ieder waren er verrassingen. Mijn collega’s hadden als verrassing voor mij bedacht dat een pony erbij wel een goed plan was. Dat was het zeker, maar ik wist waar deze vandaan kwam en dat hun uitverkorene last had van hoefbevangenheid. Het idee was geweldig. Het bijpassende afscheids schrijven evenzo. De schrijver was in elk geval op de hoogte van de stijl uit het boek Genesis. Je ziet het, voor mij is het zo waardevol dat ik steeds ook deze paperassen van mijn schooltijd aan de Wendeling bewaarde. Natuurlijk overleeft zoiets elke verhuizing. Dat snap je!

Zij kwam uit het oosten…. Meer lezen »

De genen?

Zou de aanleg van stotteren ook in de genen zitten? Krijg je het gewoon mee? Wim schijnt omstreeks zijn 3e of 4e jaar zo gestotterd te hebben. Voor de grap zegt hij nog wel een apskops als hij kapstok bedoelt. Hij zou hebben gestampvoet als het even niet goed lukte. Daarna heeft hij 3 maanden geen stom woord gezegd en toen was het over. Nou ja, hij wil nog wel eens een woord omdraaien of hij zegt linksaf en wijst naar rechts als hij naast mij zit in de auto. Daar kunnen we mee leven.

Zijn broer Piet stotterde ook, maar niet wanneer hij zong of Nederlands sprak. Alleen in zijn eigen streektaal, het (H)attems. Hij trouwde met Marry die alleen het ABN beheerste en hij verhuisde aanvankelijk naar Schiedam. Probleem opgelost.

Rick heeft soms ook de neiging om te even te gaan stotteren, maar wanneer ik hem op de camping met anderen hoor stottert hij nooit. Waar dat toch mee te maken heeft. Je kunt er een cursus voor volgen zoals een neef van ons heeft gedaan, Rick trouwens ook. Bij hen hoor ik het nu niet meer, maar het schijnt toch iets met je genen te maken hebben.

Foto: Rick 1968

De genen? Meer lezen »

Nudistenstrand?

‘Het is hier overal een nudistenstrand aan het worden’, zei Rick eens toen hij eens bij ons op het terras aanschoof. Hij heeft altijd nogal moeite met omschakelen en had nog z’n wintertrui en jas aan. Hij vindt het maar niks, al die blote armen en korte broeken. Maar het was al wel 25 graden. Het begon toch al op zomer te lijken.

‘Van wie heb ik dat eigenlijk?’, vroeg hij ook nog even tussen neus en lippen. ‘Zou je dat niet van jezelf kunnen hebben?’, zei ik. Het schoot me te binnen dat Wim vroeger ook lang met een dikke jas aan naar z’n werk fietste en wanneer iemand er een opmerking over maakte zei hij: ‘Wat goed is tegen de kou is ook goed als het warm is’.

De eerste zomer dat hij met de VUT bij huis was zou je dat anders niet zeggen. Hij liep veel in enkel een korte broek en was zo bruin als wat. Ikzelf ben niet gek op warm weer. Vroeger al wanneer het echt heet was heb ik wel eens verkoeling gezocht in de waterbak van de koeien. Het zwembad was immers 5 km verderop en een douche kregen we pas in 1962, net toen ik de deur uit ging om in Hattem aan mijn onderwijs loopbaan te beginnen.

Ik zal nooit onze eerste vakantie vergeten toen we net aan het Schoolpad woonden. Ben en Niesje, onze vaste oppassers, waren al gearriveerd en wij moesten alleen nog beslissen of we met de caravan naar de Franse Alpen zouden gaan of naar Normandië« en Bretagne. De eerste stop werd Zuid Limburg, een mooie natuurcamping. Maar het was er toch een partij heet, te heet om te fietsen of te wandelen en de hele dag draaiden we met de schaduw van dat ene boompje mee waaronder we wat verkoeling probeerden te zoeken. En dat terwijl we op ons erf aan het minstens 30 bomen hadden staan. Het werd toen de westkust van Frankrijk vanwege de verkoelende zeewind waar we op hoopten. Wanneer we bij een camping kwamen zonder een plek bij een boom gingen we gewoon verder. Het werd een mooie vakantie, ook al vanwege alle plekken die aan de Invasie en D-Day herinnerden.

Toen ik Rick later aan tafel vroeg waar hij nog wel eens naar toe zou willen. ‘Normandië’, kwam er ogenblikkelijk bij hem uit. En dat werd het, een gezamenlijke vakantie met Rick. Het beviel van beide kanten zo goed dat er nog veel zouden volgen.

Foto: juni 2009

Nudistenstrand? Meer lezen »

Ach…. schapen

Er was één ding dat ik zeker wist toen we het boerderijtje aan het Schoolpad kochten in 1994: Er hoorden hier schapen bij. En die kwamen er. We kregen hulp van Frans Kollmer die hier vroeger een paar schapen had lopen. Toch hadden we nog heel wat bij te leren:

‘Je moet hem wel warm houden’, hield dokter Harrie, de veearts, me voor na een zware bevalling van een van onze vroegere Texelaars. Het lam was wonder boven wonder in leven gebleven dankzij de hartmassage en mond op bek beademing van onze vasthoudende dierenarts. We hadden nog niet zo lang schapen en ook nog geen warme lamp. Die nacht hielden moeder ooi en ik met een dikke deken het lam warm. De warme lamp werd ogenblikkelijk aangeschaft en heeft vaak dienst gedaan. Dokter Harrie leerde ons de beginselen van het af lammeren . ‘Je houdt eerst moeder en lam een dag apart in een hokje zodat ze aan elkaar kunnen wennen’, was de tweede les. ’s Avonds om half 10 gingen Wim en ik altijd nog even de stal in om te kijken of alles goed ging met moeders en hun lammeren. Heel tevreden knabbelden de ooien aan het hooi en de kleintjes lagen lekker warm bij elkaar of bij hun moeder.

Daar moest ik vanmorgen aan denken toen ik in paniek naar de stal snelde. Ik had alleen het rammetje bij de moeder en de andere ooien zien lopen. Ik miste het kleine donkere ooitje. Gisteren had ik nog met Rob gemaild over de kou en de nattigheid voor die kleintjes. Maar Rob stelde me toen gerust. Als de lammeren de eerste dag overleven gaat het goed met de Schoonebekers, dit oude oerras. Niks aan doen.

Maar nu wist ik niet hoe gauw ik bij de stal moest komen en wist zeker dat er een dood lam zou liggen. Wat schetst mijn verbazing… en opluchting. De kleine stond net in de benen, keek me nieuwsgierig aan en leek zo levendig als wat. Ik kon het niet laten. Ik pakte de kleine met een vlugge beweging en met het lekker warme lam in mijn armen liep ik 100 meter verderop naar de moeder en de andere ooien. Opgelucht zag ik hoe moeder en kinderen verder liepen en even later doken beide lammeren onder de moeder voor hun volgende portie melk.

foto: de texelaar ooi met haar twee witte lammeren.

Ach…. schapen Meer lezen »

Terugblik… omdat het zo leuk was…

Vanaf haar hoge uitkijkplaats nog aan het Schoolpad zat Loeder vol verwachting naar me te kijken wanneer ik de deur uitkwam. Ik wist wel wat ze wilde. Dat was zo gauw mogelijk zien binnen te komen. Vroeger toen Suze binnen nog haar domein had, taalde madam er niet naar, maar nu had ze haar territorium verlegd. Intussen had ze alle warme plekjes in huis al uitgeprobeerd. Een eetkamerstoel die onder de tafel geschoven staat was al goedgekeurd, want daarvandaan werd ze nooit verjaagd, wij zagen haar dan niet. De printer, vroeger favoriet, was is in ongenade gevallen. Maar de allerfijnste plek vond ze toch wel het gevilte wollige kleed op de eetkamertafel. ’s Avonds had Loeder de meeste kans om te mogen blijven liggen want dan hadden Wim en ik ons teruggetrokken in de voorkamer.

Maar we hadden haar toch ook voor het vangen …of minstens het verjagen van muizen? En dat zagen we niet meer gebeuren. Voor wat hoort wat toch? Elke morgen verwende Wim haar met een lekker hapje uit een kuipje. De rest , de brokjes stonden altijd in de schuur. Als die daar niet stonden kwam ze helemaal niet meer buiten. Toch verdwenen die brokjes aardig snel. Die middag zag Wim een dikke rooie kat uit het kattenluikje naar buiten komen. En dat was niet de onze. Dat moest ons Loedertje ook in de gaten houden, vonden wij. Geen inbrekers in huis of schuur. Storm en Queeny deden hun best. Dus nu ook Loeder nog!

Het enige wat nog aan het Schoolpad herinnert is het gevilte schapenwollen kleed op de tafel èn Storm natuurlijk

Terugblik… omdat het zo leuk was… Meer lezen »