Weblog2

Proeike

Een tijd geleden alweer kwam Wim vanaf de postbus lopen:

‘Wat is dat nou weer? Wie is toch die Proeike?’ Hij had net een praatje gemaakt met Geert, de postbode en had een brief voor mij in zijn hand, een grote. Wim zat toen dan al wel jaren met een Achterhoekse in het bootje en wist al heel veel eigenaardigheden over de Achterhoek en zijn bewoners, maar dit was nieuw voor hem. Wanneer er ‘proeike’ op staat moet het wel over een paard gaan. Ik dacht dat Diny er misschien iets mee te maken had, al is dat niet zo’n schrijfster. En ik ben ook niet jarig.

Nee… het was een dikke brief van nicht Gerrie met een sticker van een paard er op en daar stond dat ‘proeike’ bij. Gerrie en ik zijn, samen met Gerke, even oud en in en om Vorden opgegroeid. Onze familie is behoorlijk close. Gerrie kwam uit de buurtschap de Wildenborch- je weet wel- van de dichter Staring die daar vlakbij op het kasteel De Wildenborch woonde. En net als ik is ze opgegroeid op een boerderij. Oom Wim, de enige broer van mama, tante Hermien èn tante Riek, was ook al gek op paarden. Ooit was hij in militaire dienst en maakte deel uit van De Gele Rijders, de soldaten te paard. Wanneer je een paard of veulen riep om die uit de wei of stal te halen riep je altijd: ‘Proeike…proeike….’.En ging je de koeien ophalen voor het melken dan riepen we: ‘Kodda…kodda…kodda’, een afkorting van ‘kom dan’! Ging je de kippen voeren dan riep je ‘Tsjiep tsjiep…tsjiep’ en ze kwamen aanrennen. Had opoe voer voor de kat dan riep ze: ‘Pieie…pieie’ en de katten kwamen op het voer af. Alleen de hond riep je bij zijn naam: Trixie, Sacha. Laska, Kim, Scott, Tessa of zoals nu weer Storm.

Toen Wouter eens met een Roemeens kennisje bij ons was kwamen we ook even bij de kippen en ook zij riep ze met tsjiep…tsjiep… tsjiep! Wereldtaal dus. Maar ik was heel blij met een brief van Gerrie.

—Nu: Ik ben zuinig op haar epistels, want Gerrie is van ons drieën de eerste die over de grens van leven en dood is gegaan. Heb mooie herinneringen aan haar.

Foto: Wim Harwig. Ik weet alleen niet welk paard het was. Diny vast wel…

Proeike Meer lezen »

Het chique hondje

Ik vond het al zo’n chique hondje dat tante Hermien voor zich had en ook zo’n mooi halsbandje, meer een tuigje. Ik kon hem niet thuisbrengen, maar ik had buiten Johan Aartsen gerekend. Hij was toen nog wel niet geboren, maar heeft blijkbaar een goed geheugen als hem iets verteld wordt. Hierbij zijn mooie aanvulling en mijn dank ervoor. 

-Even reageren op de geplaatste foto waar jouw vader en moeder en mijn moeder en onze grootouders Bijenhof op staan. Mijn moeder heeft daar een foxhondje voor zich. De vraag is van wie is toch dit hondje??Ik kan hier antwoord opgeven, dit hondje was van mijn ouders. Zij hadden dit hondje via de krant van een familie uit Haarlem. Het was namelijk zo dat de mensen in het westen van het land tijdens de oorlog nauwelijks iets te eten hadden laat staan voor hun huisdieren. Tante Aart had een Ierse Setter op de zelfde manier gekregen.

Het foxhondje bleek zo waaks dat hij geen andere hond in zijn tuin wenste, toen dat wel een keer het geval was sprong hij van gif uit het raam van de kleermakerij .
Het hondje mankeerde niets. Vader Sjoerd was dol op dit hondje. Mijn ouders hebben het hondje maar 2 jaar gehad .-

Het chique hondje Meer lezen »

Het Rijndal

Onze eerste vakantie in Badenhard 1972 was een openbaring. De Rijnstreek en het uitzicht op de Rijn is prachtig. We bivakkeerden in de tot vakantiehuisje omgebouwde jachthut van de fam. Laborenz, een inspecteur bij de TUV. Wim had veel met hem te maken bij Stork. Hij bood ons deze gelegenheid omdat Wim voldoende techniek in huis had om de gaslampen en de generator aan de praat te houden om aan het eind van je verblijf te kunnen stofzuigen. De enige voorziening in de hut was de waterleiding. We douchten beneden in het toilet of zelfs buiten terwijl het waswater gewoon van de berg afliep. Er in deze streek boven het Rijndal volop wijnbouw en hier zitten we tussen de druivenvelden. Je ziet het: Rick neemt de foto. We zouden hier nog vaak terugkomen. Wim heeft hier nog z’n ‘kale billen gezicht’ zoals Rick het wel eens noemde. Dat zou het blijven tot de zomer van 1978. Tijdens onze vakantie in Auvergne, samen met Dick en Anda en hun jongens, liet Wim z’n baard groeien. Dat was de directeur van Stork een doorn in het oog. ‘Dat ding gaat er af’, sprak hij. Nou ja… zoiets moest je natuurlijk nooit tegen Wim zeggen. Hij heeft de rest van zijn leven al veel lengtes geprobeerd maar het bescheiden baardje van de laatste jaren beviel hem toch het beste.

Het Rijndal Meer lezen »

Loeder

 Loeder, de ondoorgrondelijke. Uiteindelijk was zij lang de baas in huis èn tuin. Ze maakte duidelijk wanneer ze naar binnen wilde of toch liever naar buiten. Ze besliste zelf waar ze wilde liggen of zitten. Buiten was het vogelhuisje haar uitverkoren plekje. Zo had de grande dame een goed overzicht op alles wat zich op het erf afspeelde. Wanneer we een paar dagen weggeweest waren zat ze ons op te wachten met een verontwaardigde blik in de ogen en met de staart trots omhoog liep ze mee en was het eerst binnen van allemaal en ontdooide pas wanneer we haar bakje met haar favoriete voer hadden gevuld. Ze had een bijzondere schoonheid en daardoor dachten sommige kattenliefhebbers dat ze wel een aanhalig typje zou zijn. Maar daar kwam je snel achter als je haar oppakte. Het was meteen duidelijk dat ze dat geen voorrecht vond.

Kijk haar hier zitten, die Loeder van ons. Die maandagmiddag zaten we te kijken van de nieuwste capriolen van onze kat op leeftijd. Ze klom wijdbeens omhoog en nestelde zich op het vogelhuisje, daarna op het voederkastje om even later met haar pootje pindakaas uit de hangende pot voor de vogels te snoepen.
Deze kat was ons gewoon de baas. Ze zeggen wel eens: een hond heeft een baas, maar een kat heeft personeel. Helemaal waar. Als ze je aankeek ging je al voor de bijl.

Alleen Daan liet haar in haar waarde. Hij praatte tegen haar, aaide haar voorzichtig maar probeerde nooit om haar op te pakken. Je zag dat die twee elkaar volledig begrepen. Daan heeft iets bijzonders met poezen. Er was altijd wel iets over Pookie, Karel of Boyd te vertellen. Ik noemde hem al de kattenfluisteraar in navolging van Cesar die alles van honden begrijpt of de paardenfluisteraar die dat met paarden heeft. Loeder mocht oud worden aan het Schoolpad net als haar moeder Suze. En warempel nam ze de plek in huis van haar over nadat Suze overleed, maar een knuffelpoes is ze nooit geworden.

Loeder Meer lezen »

Een verkreukeld stukje papier

Toen Wim zelf de Schipholfoto nog eens goed bekeek, hij gebruikte zelfs het plusje om te vergroten, kwamen er zomaar allerlei herinneringen boven. “O kiek… Gaitie van Eikenhorst.. oo en dat mut Trijnie Roetman wezen. En dat was – ik zal geen namen noemen- zien moe kwam bie-j ons an de deure veur dee 25 gulden.” Dat vergeet Wim van z’n leven niet.
In de tijd dat vader Gerard al ziek was had moeder Siet het niet breed met hun vier jongens. En laat Wim nou op een dag een verkreukeld stukje papier zien liggen. Hij schopt er eerst tegen aan, maar hij is nieuwsgierig en wanneer hij het opraapt blijkt het 25 gulden te zijn. Helemaal over de rooie laat hij het moeder zien. Die stuurt hem meteen door naar het politiebureau om aangifte te doen. “En niks afgeven heur”, krijgt hij als waarschuwing mee. Het is nl. zo dat wanneer een jaar lang niemand dat geld komt opeisen… dan mag je het houden.
Een paar dagen later laat Wim zich in de klas ontvallen dat hij zomaar 25 gulden gevonden heeft en dat hij dat opgegeven heeft bij het politiebureau.
Laat nu meteen de volgende dag de moeder van die jongen bij moeder Siet aan de deur komen: “Ik kom effen dee viefentwintig gulden ophaal’n die jullie Wim evunnen hef”. Maar moeder Siet is niet van gisteren en vraagt :”Wanneer denk ie-j da’j ‘m verleuren bunt?”
“Oo… gistermiddag…. dat wet ik zeker.” “Dan kan et dissen niet wean”, zei moeder gevat, “want Wim hef ‘em eergisteren al evunnen.”
De 25 gulden is een jaar lang goed bewaard en daarna was t-ie van hun.

Foto: Wim rechts vooraan

Een verkreukeld stukje papier Meer lezen »

Over goeie bazen en rooie ganzen…

Ben was aan z’n laatste werkzame jaar begonnen bij zijn baas, maar het laatste voorstel om er eerder uit te gaan stond hem niet echt aan. De ene dag vertel je dat je een nieuwe heup nodig hebt. De volgende dag komen ze met een voorstel om er per 1 augustus uit te kunnen, maar dit voorstel leek nergens op. Het stond hem niet echt aan. Hij moest teveel inleveren. En dat na 43 jaar trouwe dienst. “D’r bunt net zo veule goeie bazen as rooie ganzen”, zuchtte Ben. Wanneer Ben en Niesje er waren was er altijd iets van vroeger in de gesprekken.

Moeder van der Kolk was vaak onderweg. Soms om koffie en thee te verkopen op haar vaste adressen, om kranten te bezorgen of naar de kerk waarvan ze kosteres was. Dat beroep werd niet erg gewaardeerd. Ze verdiende er weinig aan. “Ie-j mag blie-j wean da-j in Gods huis mag werken”, kreeg ze eens te horen. “Brek mien de bek niet lös”, zei Ben toen dit ter sprake kwam. Soms was er zelfs iemand die onder de mat van de kerk keek of er wel goed stof gezogen was. De jongens werden vaak ingeschakeld voor de kranten, om koffie naar de kerkenraadsvergaderingen te brengen of de psalmborden in orde te maken. Wim heeft ’s winters heel wat sneeuw geveegd voor het begin van een kerkdienst.

Moeder had eens in een gesprekje met de vrouw van Gait Witkak gezegd: ”Ik bun zo druk, bidden doe ik vaak op de fietse”. Weer wat nieuws: “Hoezo Gait Witkak?” “Nou gewoon umdat e zon ieuwig bleek gezichte hef”, wist Ben. Zo kom je in Hattem aan een bijnaam. Je hoeft er helemaal niks voor te doen. De mooie dochter van de ijsboer werd Lammie met de moccabenen. Om de Mulders uit elkaar te houden werd de ene de Zoere en de andere de Taoie genoemd.

De groentezaak van Pik kwam ook weer eens langs. Heel beeldend omschreef Ben hoe de jonge katjes daar over de kisten met prei, sla en wortels raceten. ’s Avonds werd het paard dwars door de groentewinkel naar de zich in het achterhuis bevindende stal gebracht. Dat waren nog eens tijden. Op een keer onweerde het flink net toen Pik met z’n groentekar met paard er voor bij z’n winkel aankwam. Het ging zo te keer dat hij maar even naar binnen ging om te schuilen en z’n paard en groentekar buiten liet staan. Er kwam op een gegeven moment zo’n harde klap dat een stuk van de pui van zo’n oud huis naar buiten omviel boven op de tomaten en sla van Pik. “Hij kon verder met tomatenpuree”, besloot Wim toen. Hangjongeren waren er toen ook al. Deze Pik ging zondags met z’n kar met paard naar camping de Leemkule om fruit en snoep te verkopen en bond daarbij het paard aan een boom een eindje verderop. Zo kon hij nog een centje bijverdienen. Wat opgeschoten jongens kwamen op een idee: ”Hee Pik… oew peerd löp lös!” Pik er op af natuurlijk en intussen deden de jongens een graai naar de snoep. En… weg was de winst van zo’n dag. Vertel me nu niet dat vroeger alles beter was.

Waarom ik dit verhaal weer opduikel? Al meer dan 25 jaar komt de bromfietsclub op zondag bij elkaar op de Leemkule en ze vroegen mij of ik nog een foto ergens had van groenteboer Pik. Maar nee… in die tijd in Hattem—1963-65 maakte ik nog niet zoveel foto’s. Maar wie er wel een heeft mag zich melden dan stuur ik het weer door naar Henk van Ogtrop van de bromfietsclub.

Foto: Hattem. Links de Achterstraat en rechts de Kerkstraat. Aan het eind van die Kerkstraat was de groentewinkel van Pik.

Over goeie bazen en rooie ganzen… Meer lezen »

Over een strakke milt en voedingsadviezen

Zo’n 15 jaar geleden hadden we een vrouwelijke chiropractor. Ik weet niet meer precies wat de klachten van Wim waren, ik meen iets met de spieren. Ze hoorde nauwlettend zijn verhaal aan, onderzocht hem en vond dat hij een ‘strakke’ milt had. Het zou zelfs verergerd kunnen zijn door de ingreep om z’n pacemaker om te wisselen. Inderdaad was het vanaf die tijd vervelender geworden. Ze heeft hem extra behandeld om z’n spieren wat losser te krijgen en gaf meteen voedingsadviezen mee: ‘s morgens en ’s avonds ananas. Daarnaast eens in de twee dagen leverpaté om z’n ijzergehalte wat op te vijzelen. Ze noemde een aantal eigenaardigheden die bij dit verschijnsel horen: een Calvinistische inslag…ahum, kort lontje… te veel bezig met dingen doen i.p.v. genieten. Ik zei niks…. Maar sommige van die dingen herkende ik wel. Ha ha! Z’n creatieve kant moest maar eens meer uit de verf. Zingen deed hij al met plezier… nu moest hij eens gaan leven zoals ze in Zuid Portugal doen. Gewoon alles heel ontspannen doen….. en beetje bij beetje. En dat was het nu juist. Als hij eenmaal bezig was moest alles af… klaar… finito, ready! Maar goed dat we nog weer op pad gingen met ons caravannetje… ja richting Zuid Portugal.
Het werd toen de Morvan, Piet en Marry en later Les Issambres naar Dick en Anda. En onze topper werd als altijd: Badenhard op de terugweg. Was helemaal geweldig. Zo fijn dat we toen zoveel ondernomen hebben in onze tijd als pensionado’s.
En ik kan je vertellen dat het ‘gewoon alles heel ontspannen doen’ zoals geadviseerd werd, daarna eindelijk was gelukt. Een mens is nooit te oud om te leren.

Over een strakke milt en voedingsadviezen Meer lezen »

Hendrik met een van de mooie meiden

Of het nu komt dat ons Schoolpad niet meer bestaat of dat het in mij ingebakken zit? De herinneringen zijn blijvend. Hierbij een momentje  met opperhaan Hendrik…

Toen de datum van zijn operatie eindelijk onder handbereik was ging de stemming van Wim behoorlijk omhoog. Hij fietste flink op de home trainer en dat deed hem goed. Het leek of zijn spieren sterker werden en dat het ietsje scheelde met de pijn. Hij kon nu weer genieten van alles wat er op ons erf gebeurde. De drie hennetjes die in juni uit het ei kropen zaten ’s nachts dan nog wel wat afgezonderd in de hulstboom naast het kippenhokje maar ze waren intussen helemaal door Hendrik geaccepteerd. Tja… het waren ook een stel mooie meiden geworden. Nu moesten ze alleen nog gaan leggen.

Ik hield alle dames in de gaten. De gouden en de grijze kip legden keurig hun ei in het hok maar de bruine kip met de lichte staart had gewisseld van legplek, nu had ze onder de kapschuur een oude legplek opnieuw in gebruik genomen. Jammer dat Queeny het doorhad want het eerste ei dat ik er echt zag liggen achter de grasmaaier was even later verdwenen. En er was dus maar één die ik ervan verdacht en die me even later schuldbewust aankeek terwijl ze de tong nog even om haar bek liet gaan.

De kloek met haar vier kuikens zou ook wel aan haar rust toe zijn. De vier haantjes, jammer ja, flierefloten verder rond. Wat moesten we daar nou weer mee. Ria zei telkens: ’Ik kan kippen slachten hoor’, maar toen ik voorstelde dat zij de haantjes straks mocht hebben als er wat meer vlees aan zit, schrok ze er zichtbaar van. Straks wordt het dan toch buurman Jans die heel goed en humaan dat karweitje kan klaren. Hij heeft een tante Jantina, die gek is op zo’n lekker gebraden haantje. Want zelf opeten… dat was misschien wat schijnheilig, ik kon ze zelf niet door de keel krijgen. Och, voorlopig gunde ik ze nog een tijdje lekker rondscharrelen op ons erf. Ik zag ze genieten. Hoewel… Hendrik hield ze streng in het gareel, maar als echte pubers trokken ze zich er niet veel van aan.

Zouden onze kippen het wel hebben beseft dat ze het zoveel beter hadden dan veel soortgenoten?

Foto: Hendrik met een van de mooie meiden.

Hendrik met een van de mooie meiden Meer lezen »

Één moment…

Er was steeds één moment op een doordeweekse dag dat we op tijd voor de tv zaten. Nee niet voor het journaal, het nieuws hoorden of zagen we tussendoor wel. Nee, precies om half 6 stemden we af op SBS6, vaak met het bord op schoot.

We waren beiden fan van Escape to the Country, of in het Nederlands: Droomhuis op het Platteland. Het gaf ons een vakantiegevoel en liet ons keer op keer genieten van het Engelse en Schotse platteland. Ze laten een huis zoekend stel 3 verschillende huizen bekijken voor een bepaald budget en dat aan hun eisen zou moeten voldoen. Het laatste huis is altijd een verrassingshuis waar ze zelf nooit aan gedacht zouden hebben. En zo gaan we met hen mee op reis van Cornwall tot in de Highlands.

We beseften dat we geluksvogels waren om de afgelopen 30 jaar zoveel zelf te mogen ontdekken van zowel de Britse natuur als de cultuur. Vergeet ook de typische Britse humor niet. We hebben er vrienden voor het leven aan over gehouden. De laatste weken zochten de huizenzoekers vaak hun ideale huis in Herefordshire, Devon of Cornwall, maar ook wel in Sussex, iets dichter bij Londen omdat ze vaak nog afhankelijk zijn van hun werkplek. Ook de streek tussen Engeland en Wales is favoriet en ook daar zijn we vaak geweest. Het zijn soms jonge net beginnende gezinnen die hun kinderen ver van de stad willen laten opgroeien maar ook de ouderen die de rest van hun leven ver van de drukte willen doorbrengen. En altijd zagen we de voor ons bekende streken en haalden we zo herinneringen op. Al konden we zelf op dat moment weinig ontdekken, op deze manier was het heel fijn om mee te genieten van het prachtige Engelse platteland met zijn mooie kastelen, kerken en tuinen.

Ik zei dan bv. tegen Wim: ’Wet ie nog wel da-w met Tom en Joan bi-j Chatsworth Castle waren met die ommuurde tuin?’ Wim kon het zich nooit herinneren, die onthield heel andere dingen dan ik. Meer de behulpzaamheid van de Schotten, Engelsen ook trouwens. Eens reden we in de buurt van een distillery in de Highlands een verkeerde weg in en moesten we met caravan en al achteruit. Ik zat met het zweet op de rug, Wim niet. Er werd niet getoeterd of geroepen. De auto’s achter ons bleven gewoon aan de kant staan, armen rustend op het stuur en geduldig wachtend tot Wim zijn auto met caravan achteruit gereden had en we weer op de goede weg zaten. Er werd alleen een duim opgestoken. Zo van: goed gedaan jochie! Zie, deze ervaringen onthield Wim dan weer maar je moest hem niet vragen waar het was. Daar had hij mij weer voor.

En nog steeds geniet ik ervan, nu op BBC First

Één moment… Meer lezen »

Gerrie

Een van de dagen die er vast in mijn geheugen zitten is 19 oktober. Het is de verjaardag van nichtje Gerrie. Officieel is het Gerritje, genoemd naar haar opoe van moederskant, opoe Bruins. In haar latere leven met man en kinderen werd ze Gré genoemd, maar voor ons is ze Gerrie gebleven. Ze deed er niet moeilijk over, ze luisterde naar beide. We groeiden samen op, deden samen belijdenis, gingen naar dezelfde Kweekschool en gingen zo naadloos beiden het onderwijs in. We hebben veel plezier gehad samen.
We hadden zoveel raakvlakken dat we het plan hadden om straks als we beiden klaar zouden zijn we samen op een flatje te gaan wonen. Maar ja… ik was net iets eerder klaar en aan het werk in Hattem en een jaar later begon zij aan een school in Rouveen. In deze tijd zouden we misschien toch in Zwolle een flatje kunnen bemachtigen en op en neer kunnen rijden. Toen was een autootje nog ver van ons bedje. Bovendien kwam ik al gauw Wim tegen en zij later haar Gerrit. Maar ons contact is gebleven. Ons eerste hondje Laska kwam bij hen vandaan, uit Doornspijk.
Ook toen onze kinderen groot waren bleven we contact houden. We zochten hen op en zij en Gerrit kwamen ook hier bij ons aan het Schoolpad. Veel brieven met afdrukjes van foto’s stuurde ze want Gerrie was goed in het onderhouden van haar contacten.
Toch moesten we haar een paar jaar geleden missen na een korte ziekte. Regelmatig denk ik nog aan haar en vind het fijn om ook af en toe te zien hoe het met haar kinderen en kleinkinderen gaat. Ik zie veel van Gerrie in hen terug.

Foto: In de zomer van 1962 begeleidden we een groepje stadskinderen op een kinderkamp ergens in Brabant. Het was een mooie week.

Gerrie Meer lezen »