Weblog2

De grootste riekdom in mien lèven.

Toen ik indertijd voor de derde keer zwanger was vond mama dat eigenlijk niet zo’n goed idee. We hadden er al twee en met Rick hadden we al genoeg te doen enz. Het was natuurlijk louter bezorgdheid, maar het zat me toch dwars. Toen ik echter aan opa uit Barchem ook vertelde dat we een derde baby zouden krijgen en dat mama daar eigenlijk meer bezorgd dan blij om was zei hij: "Och Hetty, wi’j hebt ‘r tiene ekregen. Maor ik kan oew vertellen…mien kinder …ze bunt de grootste riekdom in mien lèven".
Maar de beide oma’s wilden wel op de kinderen passen wanneer ik het ziekenhuis in ging. We hadden een vroedvrouw gekozen die alleen ziekenhuisbevallingen deed. Je kon kiezen voor drie dagen ziekenhuis en daarna nog een week kraamhulp òf zeven dagen ziekenhuis. Wim vond het een rustig idee dat ik een week in het ziekenhuis zou blijven.
Maar toen het puntje bij het paaltje kwam hadden beide oma’s er op gerekend dat Gerhard bij hun zou komen logeren. Dat zagen ze helemaal zitten. Op mijn 26e verjaardag in augustus zei één van de oma’s: "Als Gerhard straks een weekje bij ons is…". Waarop de andere zei: "Gerhard….nee..die zou toch bij ons komen…."? Rick was toen net 2 jaar en was veel bewerkelijker. Het liep nogal hoog op tussen die beide oma’s, die elkaar nooit erg gelegen hebben. Mama liep in elk geval al aardig rood aan. We hadden het er ook nog niet zo over gehad wie naar wie zou gaan. Dit was bij mij helemaal tegen het zere been, wat….. zere been… twee zere benen. Heel heftig!
In elk geval raakte ik nogal van de kaart. En daar kan Wim weer niet tegen!
Hij sprak de volgende wijze woorden: "Jullie krijgen ze geen van beiden. Ik neem gewoon vrij. Klaar"!
Wat later kwam de tussenoplossing: drie dagen ziekenhuis en daarna kraamhulp. "Breng de jonges die paar dage allebèi maor bie’j ons op "De Boomgaard", zei pa toen. "Daor redde wi’j ons wel met. En dan kö’w ze gelieke weerumme brengen as Hetty met den kleinen d’r weer is uut ’t ziekenhuus". En zo gebeurde het!

De grootste riekdom in mien lèven. Meer lezen »

Die laatste zondag!

Het logeren op "De Boomgaard" begon al vroeg. Hier ben ik er samen met Gerhard toen Wim nog veel weg was. . Het zou z’n laatste jaar op zee worden.

Onze jongens gingen altijd graag logeren bij opa en oma op "De Boomgaard". Ook Oma in Hattem was een geliefde plek om eens een paar dagen onder moeders vleugels vandaan te zijn.
Er was wel een speciale tactiek nodig om het afscheid voor Rick te verzachten, want dat stond hem echt niet aan. Logeren vond hij geweldig, maar wanneer het vertrek van de rest van de familie aanbrak ging hij gewoon krijsend voor de auto liggen. Daar had mama het volgende op gevonden.
"Rick ga jij maar fijn met opa de kalfjes voeren"? Of "Ga je even mee met opa naar buurman Lettink. Daar is net weer een kalfje geboren". En intussen gingen wij weer naar Hengelo. Waren we één keer weg…was er niets meer aan de hand.
Mark had oma een keer tuk. We komen hem op een gegeven moment ophalen en mama vraagt: "Is er iets met Mark. Mankeert hem iets? Hij zegt dat hij van de dokter geen spinazie mag hebben"!
Maar de pannenkoeken van oma kan niemand evenaren…zeggen ze.
De laatste zondag bij pa en mama op "De Boomgaard", voor ze naar Vorden verhuisden, zal ons heugen. Iedereen was er. Ook Ben en Diny met Berend Jan en Wouter. Mark en Rick ontdekten samen met Berend de giertank en liepen er wat aan te sjorren. Mark probeerde een hendel uit: "Wat is dit voor ding"? Op hetzelfde moment zaten Rick en Berend die er achter stonden van top tot teen onder de gier! Ben en Diny waren snel weg in de auto met hun stinkend pakketje achterin. Rick werd onder de douche gezet en namen we fris in een veel te groot trainingspak van Johan weer mee naar Hengelo. Een raar afscheid was het. Gelukkig niet echt, want nog steeds zijn we op diezelfde Boomgaard altijd welkom bij Johan en Joke.

www.campingboomgaard.nl

Die laatste zondag! Meer lezen »

De Hoofdige Boer

De Achterhoekse dichter Staring schreef eens het gedicht: De Hoofdige (koppige) Boer, dat zo begint:
"Elk weet,waar ’t Almensch kerkje staat
en kent de laan die derwaart gaat…."
Voor wie dat niets zegt: Vroeger moesten sommige mensen van het dorp Almen om naar de kerk te gaan door de beek waden. Op een bepaald moment werd er een brug gebouwd, maar de boer die altijd met z’n laarzen door de voorde in de beek had gewaad, vond dat helemaal niks. Hij bleef de voorde gebruiken.
Onze ome Gert noemden we stiekem ook wel: de hoofdige boer.
Ome Gert was getrouwd met Hanna, één van de zussen van vader Hendrik Jan. Hij had in mijn ogen een prachtige boerderij op een nog mooiere plek! En hij had veel koeien. Nu bestaat er ook zoiets als een Landbouwschap die vanwege de gezondheid van mens en dier regels heeft ingesteld. Daarom moesten alle koeien ingeënt worden. En dat…… liet ome Gert zich niet opleggen. Na verschillende waarschuwingen werd zijn melkvee weggehaald en gewoon uitbetaald. Hij wilde het "bloedgeld" niet hebben. Nee, het ging hem om het PRINCIPE.
Ze kochten nieuw vee. Toen werd na verloop van tijd de tweede kudde koeien ook opgehaald.
Hij heeft de tv gehaald. In een actualiteitenprogramma mocht hij zijn woordje doen. Ook tante Hanna en Gerts zus Bertha waren in de studio. Telkens wanneer Gert zijn stelling onder woorden bracht knikten de twee tegelijk ter instemming.
Zolang hij leefde is ome Gert aan het procederen geweest om zijn recht te krijgen en wilde ook zijn zoon opleggen om hiermee door te gaan. Die wilde dat niet. Dat zorgde vervolgens voor veel onenigheid. Nee ome Gert gaf niet toe, nee nooit!!
Hij moet wel een nazaat zijn van die hoofdige boer van dichter Staring.
In Almen is nu een hotel/restaurant "De Hoofdige Boer" (zie foto) en…. je kunt er ook lekker thee drinken in hun sfeervolle theetuin!
Wanneer we er eens zijn of langs rijden, kan het niet anders of ik moet éééven aan onze eigen hoofdige boer ome Gerrit denken!

De Hoofdige Boer Meer lezen »

Opnieuw een tiental!

In 1965 kwamen oom Herman en tante Nettie na lange tijd – 1946- naar Nederland, tante Nettie voor het eerst. Toen is deze foto gemaakt. Ik zie tot mijn verbazing dat juist tante Heintje er niet op staat. Ik weet nog wel dat ze in die tijd last van evenwichtstoornissen had.
Opa…zie je die pantoffeltjes… geflankeerd door Herman en Nettie.
Verder van l. naar r.: Dika, Mies, Bram, Hanna, mama, Jo, Jan, Jantje (van Jan) , Hendrik Jan (van Jo), Koos (van Heintje), Hendrik (Van Dika), Gijs (van Mies), Pa en Gert Voortman (van Hanna).

In Barchem was het altijd volle bak wanneer we er kwamen, want meestal was er iets te vieren. Of opoe en opa waren zoveel jaar getrouwd òf ze waren jarig. En behalve de Amerikaanse tak was iedereen er. We hebben wat een verstoppertje gespeeld en zijn heel wat keren vanuit de hilde op de deel naar beneden in een stapel hooi gesprongen.
Eefje van tante Dika, Wim van "Top", Herman uit de Steeg en ik waren even oud. Maar er waren nog veel meer liefhebbers, want bij Tante Heintje in De Steeg waren ze al met 10 kinderen. Eerst kregen ze daar 3 meisjes, daarna 6 jongens en uiteindelijk nog Nelly, het nakomertje. En wanneer iemand zei: "Tien kinder Hentje…wat zu’j ‘et druk hebb’n". Dan zei ze steeds: "Oo…., maor ik heb ze niet alle 10 geliek gekrege"! Het accent van de Steeg had ze ook overgenomen. De oudsten, Josien, Coby en Diny, hielpen steeds met de jongeren. Voor ik later naar Hattem vertrok om voor de klas te staan ben ik een dag bij hun geweest en dat was hééél gezellig.
Herman heeft later de boerderij in De Steeg voortgezet. Nadat oom Koos overleden is bleef tante Heintje een poos alleen. Maar ze kon slecht tegen alleen zijn en in ome Gert vond ze een fijne nieuwe levenspartner. Hij had zelf geen kinderen, maar sloot alle 10 van Heintje in z’n hart. Ze zijn nog wel 20 jaar samen geweest tot hij ook overleed. Tante Heintje bleef altijd opgewekt. Toen in 1996 Oom Herman met Harold naar Nederland kwam, maakten ze van de verjaardag van tante Jo op 19 april een soort familie reünie in de Wildenborchse Kapel. Het was de eerste keer dat ik neef Harold zag… en het was net of het een oudere broer van me is. Hiermee werd ook het contact met de neven en nichten daar weer hernieuwd.
En wie zie ik daar hand in hand met haar nieuwe vriend lopen: tante Heintje. Ze woonde al in het Zorgcentrum in Gorssel net als tante Hanna. En daar woonde ook een neef…ook een Hendrik Jan. Ze hebben een hele goede tijd gehad daar met kamers naast elkaar. Tot ook deze vriend overleed. Toen we haar een poos terug opzochten was ze 96. Ze doet nog overal aan mee en staat heel positief in het leven. Ze heeft zelfs nieuwe meubeltjes gekocht, want zei ze: "Ik wil nog graag 100 worden"!

Opnieuw een tiental! Meer lezen »

Tante Mies

Gijs en Mies met Harry..ik denk 1947.

Mama zei vroeger wel eens: "Ie’j liekt ok op oew tante Mies". Op m’n vader Hendrik Jan dat wist ik wel, maar tante Mies…. Zelf heb ik me afgevraagd hoe ze daar nou toch bij kwam. Ze zei het meestal op een moment dat ik wat nonchalant overkwam, steeds kapotte knieën had, bomen beklom of op een koe ging zitten, waar ik natuurlijk binnen de kortste keren weer af viel. Ook mijn huishoudelijke kant is niet erg sterk ontwikkeld. Op een gegeven moment hoorde ik de Amsterdamse vrienden Cor en Jos in Barchem over hun bezoekje aan oom Gijs en tante Mies praten. Die woonden in de bossen bij De Steeg, waar oom Gijs jachtopziener was. Jos vertelde dat Mies een lek afwasteiltje had en toen ze een half jaar later weer terug kwamen dat ze nog hetzelfde lekke afwasteiltje gebruikte. Kon Mies niet veel schelen!
Dat de kinderen hen gewoon Gijs en Mies noemden in plaats van pappa en mamma was ook iets wat de familie wel apart vond, maar ja …Mies hè!
Tante Mies ging ook met haar jongens Harry en Peder in Barchem kamperen. Oom Gijs kon op zijn manier nooit weg bij zijn wild. Juist wanneer hij weg was gebeurde er altijd wat. Net of de stropers hem zagen weggaan.
Die naam Peder had nogal wat voeten in aarde, want die naam wilden ze bij de Burgerlijke Stand niet accepteren. Die naam kenden ze niet. Maar oom Gijs was die naam tegengekomen in een Zweeds of Noors boek en hij vond hem mooi voor hun zoon. Ik weet niet of hij met dat boek naar het gemeentehuis is geweest, maar de naam Peder bleef. Alleen hebben ze hem niet lang zo genoemd. Ik weet niet beter dan dat ze hem altijd Peeuw hebben genoemd. Ze kregen ook nog een 3e zoontje, maar Siefertje is maar een paar jaar geworden. Hij is vrij onverwacht overleden. Ik dacht aan hersenvliesontsteking. Ik weet nog dat pa en mama naar de begrafenis gingen.
Mies was een vrolijk typje, eigenlijk net als al die ooms en tantes, altijd opgeruimd. Ze is toch vrij jong, midden 50 nog, overleden aan kanker. Ook nu gingen pa en mama naar de crematie. Dat was voor hen de eerste keer dat ze dat meemaakten. Ze vonden het helemaal niks…zo kil.
Nee cremeren was er bij pa en mama niet bij. Toen Wim eens opperde dat hij dat afscheid op het kerkhof altijd zo erg vond en dat wat hem betrof als hij dood ging het afscheid net zo goed beperkt kon blijven tot de rouwdienst, schoot mama even uit haar slof: "Ik hoppe toch dat jullie mien wel helemaole weg zult brengen". En dat heeft Wim haar beloofd!

Tante Mies Meer lezen »

Artikel Contact april 2005 slot

Het gezin Bijenhof op "De Haar"
Van l. naar r.zittend Hermien, Coba en Rika
Wim naast opoe.- ik gok op 1933-

Toen de oorlog voorbij was ging alles weer zijn gangetje. Sjoerd Aartsen werd als kleermaker, vanwege zijn speciale stoffen, zoals reeds gememoreerd nationaal bekend. Hermien:"Ik heb hier een kast vol met bekers en medailles die Sjoerd allemaal tijdens wedstrijden gewonnen heeft. Op die foto daar krijgt Sjoerd een beker overhandigd die hij zojuist heeft gewonnen. En wat zo leuk is, het kostuum dat Sjoerd daar aan heeft, is al wel 35 jaar oud. Het wordt nu gedragen door Niels Vogtländer, één van mijn kleinzonen. Sjoerd maakte kostuums voor professoren, doktoren en allerlei deftige namen.
Toen tijdens de begrafenissen van prinses Juliana en prins Bernhard de namen van de aanwezigen werden voorgelezen, heb ik heel wat keren tegen mezelf gezegd, die en die ken ik. Die hebben in het verleden ooit al eens bij Sjoerd een pak laten maken.
Ja ik mis Sjoerd nog elke dag, maar als ik dood ga zie ik hem gelukkig weer", zo zegt Hermien berustend.
"Toch vind ik het fijn dat ik er ’s morgens nog ben en kan genieten van mijn ontbijt: zwarte koffie en roggebrood en boter. Heerlijk", zo zegt de krasse 87-jarige die benieuwd is of er op 5 mei nog Canadezen in Vorden komen die ooit in huize Aartsen te gast zijn geweest.

Artikel Contact april 2005 slot Meer lezen »

Hermien Aartsen -artikel in Contact -3-

In het midden tante Hermien met Johan en Carin. Mama loopt er achter en ik links.

"Sjoerd kwam in de loop van 1940 weer naar Vorden en pakte hij hier de draad weer op: kleermaker. In die oorlogsjaren hebben we hier heel wat bombardementen meegemaakt", zo vertelt Hermien Aartsen. En alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, huize Aartsen bleek in de oorlogsjaren een "walhalla" voor de onderduikers. "Er hebben bij ons inderdaad tientallen Nederlanders ondergedoken gezeten. Die sliepen en aten hier. Wij hadden altijd genoeg te eten, mijn ouders hadden immers een boerderij. Mijn man was altijd bezig andere mensen te helpen. Onder de onderduikers was ook dominee Slomp, beter bekend als "Frits de Zwerver".

We zijn nooit bang geweest dat "ze" de onderduikers zouden ontdekken. Ik herinner mij nog dat wij hier een Franse officier een poos onderdak hebben verleend. Die hadden ze in Dachau alle nagels van de vingers getrokken, verschrikkelijk! Toen we bevrijd waren hebben we ook een paar weken Canadezen in huis gehad. Die hebben toen wel een week gevochten om over de IJssel te komen. Gebakken aardappels en verse melk, dat was hun lievelingskostje. Van één van hen kreeg ik een schoenborstel cadeau, die gebruik ik nog altijd.
Ook hadden wij een Canadese verzorger in huis. Ik weet niet precies meer hoe hij heette, een heel aardige man.
Toen hij wegging gaf hij mij dit boekje met versjes "Hyms for Canadian Forces". "Ik heb het van mijn moeder gekregen en jij bent hier in Nederland mijn moeder geweest en daarom geef ik het jou", zo zei de Canadees. Lief hè", zo blikt Hermien Aartsen terug.
"Zo rond de bevrijding ben ik een keer heel boos op Sjoerd geweest. We kregen een seintje dat er bij een boer in het Galgengoor op zolder 30 Duitse militairen zaten die zich over wilden geven. Sjoerd en Gerrit Broekgaarden er direct op af. Naar beneden komen zeiden ze tegen die Duitsers. En ze kwamen naar beneden met het geweer in de hand die ze meteen afgaven. Wat was ik kwaad, die Duitsers hadden Sjoerd en Gerrit wel dood kunnen schieten", zo zegt Hermien.

Hermien Aartsen -artikel in Contact -3- Meer lezen »

Hermien Aartsen -artikel in Contact -2-

"De Haar", geschilderd door tante Hermien.
Ook Diny en ik zijn hier geboren.

Hermien Aartsen is één van de Nederlanders die zich de oorlog en de bevrijding nog goed voor de geest kunnen halen. Ze vertelt over haar man Sjoerd met wie ze zoveel fijne jaren heeft gehad, over haar vier kinderen en 10 klein- en 5 achterkleinkinderen. Voor hen schreef zij een boekje over haar leven getiteld "Herinneringen van Hermien Aartsen".

Ze vertelt hoe verdrietig ze was en soms nog is over het verlies van een zoontje en dochtertje. "Och weet je, als ik verdrietig ben ga ik schilderen, hier aan de werktafel bij het raam". Aan de muur hangen enkele door haar gemaakte schilderijen, met name winterlandschappen. "Sjoerd en ik gingen in de winter nog wel eens skiën", zo legt ze uit.
"Op dit schilderij staat de boerderij "De Haar". De boerderij dateert uit 1803, daar ben ik geboren". Sjoerd en Hermien waren tot over de oren verliefd op elkaar. "Dat is ons hele leven zo gebleven. Toen hij me leerde kennen, werkte ik aan de Ruurlose weg bij dokter Servaas. Ik was toen 14 jaar, dus nog erg jong.

Toen Sjoerd mijn leeftijd hoorde (hij was 9 jaar ouder) zei hij, dan wacht ik nog wel een paar jaar. Toen ik 17 was kregen we verkering. Op 18 augustus 1939 zijn we getrouwd, een stralende dag. Zien we er niet erg gelukkig uit", zo zegt Hermien terwijl ze mij de trouwfoto laat zien! Niets teveel gezegd…een prachtig paar!
"Een paar dagen later kwam politieagent Kamphuis bij ons aan de deur met een oproep voor Sjoerd. Hij moest in militaire dienst. Het voelde als een steek door ons beider harten. In militaire dienst, wanneer zou hij terugkomen? Allemaal vragen. Agent Kamphuis vertelde nog dat hij de oproep al een paar dagen geleden had ontvangen, maar dat hij gewacht had met afgeven tot na onze trouwdag. Tien dagen later vertrok Sjoerd al. Bij het afscheid gaf hij mij het volgende gedicht:

"Bemoediging"
"Een mensch lijdt dikwijls ’t meest,
Door ’t lijden dat hij vreest.
Doch dat nooit op zal dagen.
Zo heeft hij meer te dragen,
Dan God te dragen geeft.

Het leed dat is drukt niet zo zwaar,
Als vrees voor allerlei gevaar.
En komt het eens in huis,
Dan helpt God altijd weer
En geeft Hij kracht naar kruis"

Sjoerd vertrok in eerste instantie naar Breda, vandaar uit naar verschillende plekken in Nederland. Intussen was de oorlog uitgebroken. Sjoerd zou in Amsterdam zijn, kleren maken voor de militairen. Ik hoorde niets van hem. Ik wist niet eens of hij nog leefde. Ik besloot om hem te gaan zoeken. Heb ik ook gedaan.
Samen met een schoonzus en twee ooms Bijenhof. We zijn vanuit Vorden met de auto vertrokken, dwars door de Duitse linies, op weg naar het RAI gebouw in Amsterdam. Plotseling ontmoette ik Sjoerd daar, we vielen elkaar in de armen, zeer emotioneel. Ook de beide ooms konden hun ogen niet droog houden".

Hermien Aartsen -artikel in Contact -2- Meer lezen »

Het artikel in Vordens “Contact” eind april 2005. -1-

Tante Hermien ( r) op 21 fbruari 1997 toen Gerhard met zijn Judith trouwde.

Een maand voor tante Hermien in 2005 overleed haalde ze nog de krant in Vorden. Het was toen 60 jaar na de Bevrijding!

Hermien Aartsen ( 87):"Toen Otto Frank bij ons in de kleermakerij kwam, hoopte hij dat dochter Anne nog zou leven"!

"Het was een paar maanden na de oorlog. Op een gegeven moment kwam er een vertegenwoordiger bij ons thuis aan de Stationsstraat. Je weet misschien nog wel dat mijn man Sjoerd daar vroeger een kleermakerij had. De kleermaker Sjoerd was in heel Naderland bekend vanwege de prachtige pakken die hij maakte. Kostuums op maat, gemaakt van een speciale Engelse stof. "Ik heb iemand bij me, mag die ook binnenkomen, hij zit nog in de auto", zo vroeg de vertegenwoordiger. Prima hoor, zo zei ik. De man kwam binnen, bleek de baas van die bewuste vertegenwoordiger te zijn. Keurig in het pak, maar wat zag hij er slecht en oud uit.
Hij stelde zich voor: "Ik heet Otto Frank, van beroep zijdehandelaar in Amsterdam". Terwijl hij genoot van een kop warme chocolademelk met veel suiker en koek (dat vond hij lekker), vertelde hij dat zijn vrouw in Dachau om het leven was gekomen. "Ik hoop dat mijn dochters nog in leven zijn", zo voegde hij er aan toe. Eén van zijn dochters was Anne ( van het dagboek).
Een paar maanden later werd bekend dat beide dochters van Otto Frank al een poos eerder, eveneens in een Duits kamp aan dysenterie waren overleden. Toen het boek van Anne verscheen heb ik het meteen gekocht".
Mevrouw Hermien Aartsen- Bijenhof vertelt het verhaal over Otto Frank alsof hij nog op de dag van gisteren de kleermakerij aan de Stationsweg was binnen gestapt.

Het artikel in Vordens “Contact” eind april 2005. -1- Meer lezen »

Gerke en ik……. 2008 is het jaar van onze AOW!

Gerke en Wim hier naast Tante Hermien. Deze foto werd gemaakt op de 25-jarige trouwdag van oom Sjoerd en tante Hermien

Vanmorgen belde Gerke. Maandag had ik haar een mail gestuurd omdat ik haar telefonisch niet kon bereiken, om haar te feliciteren met haar 65e verjaardag. Ze krijgt nu ook haar AOW. Ik moet er nog een half jaar op wachten.
Toen opa Bijenhof, ons beider opa, in begin jaren 50 voor het eerst "van vadertje Drees trok" ,zoals dat toen in de volksmond genoemd werd, was hij daar zó blij mee. Sinds die tijd heeft hij bij de verkiezingen altijd op Drees gestemd en volgens mij na die tijd verder ook P vd A. Nu waren de ouderen niet meer afhankelijk van hun kinderen. Het was de tijd van de eerste bejaardencentra. Er waren er heel wat die met 65 jaar in zo’n bejaardencentrum gingen wonen. Het idee alleen al. Nee Gerke daar zijn wij nog lang niet aan toe, wat jij?!
Gerke vertelde dat hun jongste kleinzoon Joppe met broertje Diederik bij hun gelogeerd had en dat dat zo’n woelwater is dat je met z’n tweeën moet zijn om hem een schone luier te geven.
Verder raadde ze me aan om ook te gaan Nordic Walken! Dat doet zij met Wim elke vrijdagmiddag! Ze wandelt graag èn het is goed voor de conditie. Haar Wim hoort bij de fanatieke groep. Die wil nog presteren. Gerke doet het met een groepje Soester dames wat rustiger aan.
Je ziet het hier ook veel. Toen we eens met onze kinderen èn Ben en Niesje met een wandeltocht in Exloo meededen waren er ook Nordic wandelaars die meededen en een behoorlijke snelheid konden ontwikkelen. Op een gegeven moment was het pad wat smaller geworden en een paar van die wandelaars met stokken kwamen gevaarlijk dicht langs Rick gelopen. Die keek wat woestig opzij en sprak: "Rot op met die stokken!"

Gerke en ik……. 2008 is het jaar van onze AOW! Meer lezen »