Weblog2

Tante Mies

Gijs en Mies met Harry..ik denk 1947.

Mama zei vroeger wel eens: "Ie’j liekt ok op oew tante Mies". Op m’n vader Hendrik Jan dat wist ik wel, maar tante Mies…. Zelf heb ik me afgevraagd hoe ze daar nou toch bij kwam. Ze zei het meestal op een moment dat ik wat nonchalant overkwam, steeds kapotte knieën had, bomen beklom of op een koe ging zitten, waar ik natuurlijk binnen de kortste keren weer af viel. Ook mijn huishoudelijke kant is niet erg sterk ontwikkeld. Op een gegeven moment hoorde ik de Amsterdamse vrienden Cor en Jos in Barchem over hun bezoekje aan oom Gijs en tante Mies praten. Die woonden in de bossen bij De Steeg, waar oom Gijs jachtopziener was. Jos vertelde dat Mies een lek afwasteiltje had en toen ze een half jaar later weer terug kwamen dat ze nog hetzelfde lekke afwasteiltje gebruikte. Kon Mies niet veel schelen!
Dat de kinderen hen gewoon Gijs en Mies noemden in plaats van pappa en mamma was ook iets wat de familie wel apart vond, maar ja …Mies hè!
Tante Mies ging ook met haar jongens Harry en Peder in Barchem kamperen. Oom Gijs kon op zijn manier nooit weg bij zijn wild. Juist wanneer hij weg was gebeurde er altijd wat. Net of de stropers hem zagen weggaan.
Die naam Peder had nogal wat voeten in aarde, want die naam wilden ze bij de Burgerlijke Stand niet accepteren. Die naam kenden ze niet. Maar oom Gijs was die naam tegengekomen in een Zweeds of Noors boek en hij vond hem mooi voor hun zoon. Ik weet niet of hij met dat boek naar het gemeentehuis is geweest, maar de naam Peder bleef. Alleen hebben ze hem niet lang zo genoemd. Ik weet niet beter dan dat ze hem altijd Peeuw hebben genoemd. Ze kregen ook nog een 3e zoontje, maar Siefertje is maar een paar jaar geworden. Hij is vrij onverwacht overleden. Ik dacht aan hersenvliesontsteking. Ik weet nog dat pa en mama naar de begrafenis gingen.
Mies was een vrolijk typje, eigenlijk net als al die ooms en tantes, altijd opgeruimd. Ze is toch vrij jong, midden 50 nog, overleden aan kanker. Ook nu gingen pa en mama naar de crematie. Dat was voor hen de eerste keer dat ze dat meemaakten. Ze vonden het helemaal niks…zo kil.
Nee cremeren was er bij pa en mama niet bij. Toen Wim eens opperde dat hij dat afscheid op het kerkhof altijd zo erg vond en dat wat hem betrof als hij dood ging het afscheid net zo goed beperkt kon blijven tot de rouwdienst, schoot mama even uit haar slof: "Ik hoppe toch dat jullie mien wel helemaole weg zult brengen". En dat heeft Wim haar beloofd!

Tante Mies Meer lezen »

Artikel Contact april 2005 slot

Het gezin Bijenhof op "De Haar"
Van l. naar r.zittend Hermien, Coba en Rika
Wim naast opoe.- ik gok op 1933-

Toen de oorlog voorbij was ging alles weer zijn gangetje. Sjoerd Aartsen werd als kleermaker, vanwege zijn speciale stoffen, zoals reeds gememoreerd nationaal bekend. Hermien:"Ik heb hier een kast vol met bekers en medailles die Sjoerd allemaal tijdens wedstrijden gewonnen heeft. Op die foto daar krijgt Sjoerd een beker overhandigd die hij zojuist heeft gewonnen. En wat zo leuk is, het kostuum dat Sjoerd daar aan heeft, is al wel 35 jaar oud. Het wordt nu gedragen door Niels Vogtländer, één van mijn kleinzonen. Sjoerd maakte kostuums voor professoren, doktoren en allerlei deftige namen.
Toen tijdens de begrafenissen van prinses Juliana en prins Bernhard de namen van de aanwezigen werden voorgelezen, heb ik heel wat keren tegen mezelf gezegd, die en die ken ik. Die hebben in het verleden ooit al eens bij Sjoerd een pak laten maken.
Ja ik mis Sjoerd nog elke dag, maar als ik dood ga zie ik hem gelukkig weer", zo zegt Hermien berustend.
"Toch vind ik het fijn dat ik er ’s morgens nog ben en kan genieten van mijn ontbijt: zwarte koffie en roggebrood en boter. Heerlijk", zo zegt de krasse 87-jarige die benieuwd is of er op 5 mei nog Canadezen in Vorden komen die ooit in huize Aartsen te gast zijn geweest.

Artikel Contact april 2005 slot Meer lezen »

Hermien Aartsen -artikel in Contact -3-

In het midden tante Hermien met Johan en Carin. Mama loopt er achter en ik links.

"Sjoerd kwam in de loop van 1940 weer naar Vorden en pakte hij hier de draad weer op: kleermaker. In die oorlogsjaren hebben we hier heel wat bombardementen meegemaakt", zo vertelt Hermien Aartsen. En alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, huize Aartsen bleek in de oorlogsjaren een "walhalla" voor de onderduikers. "Er hebben bij ons inderdaad tientallen Nederlanders ondergedoken gezeten. Die sliepen en aten hier. Wij hadden altijd genoeg te eten, mijn ouders hadden immers een boerderij. Mijn man was altijd bezig andere mensen te helpen. Onder de onderduikers was ook dominee Slomp, beter bekend als "Frits de Zwerver".

We zijn nooit bang geweest dat "ze" de onderduikers zouden ontdekken. Ik herinner mij nog dat wij hier een Franse officier een poos onderdak hebben verleend. Die hadden ze in Dachau alle nagels van de vingers getrokken, verschrikkelijk! Toen we bevrijd waren hebben we ook een paar weken Canadezen in huis gehad. Die hebben toen wel een week gevochten om over de IJssel te komen. Gebakken aardappels en verse melk, dat was hun lievelingskostje. Van één van hen kreeg ik een schoenborstel cadeau, die gebruik ik nog altijd.
Ook hadden wij een Canadese verzorger in huis. Ik weet niet precies meer hoe hij heette, een heel aardige man.
Toen hij wegging gaf hij mij dit boekje met versjes "Hyms for Canadian Forces". "Ik heb het van mijn moeder gekregen en jij bent hier in Nederland mijn moeder geweest en daarom geef ik het jou", zo zei de Canadees. Lief hè", zo blikt Hermien Aartsen terug.
"Zo rond de bevrijding ben ik een keer heel boos op Sjoerd geweest. We kregen een seintje dat er bij een boer in het Galgengoor op zolder 30 Duitse militairen zaten die zich over wilden geven. Sjoerd en Gerrit Broekgaarden er direct op af. Naar beneden komen zeiden ze tegen die Duitsers. En ze kwamen naar beneden met het geweer in de hand die ze meteen afgaven. Wat was ik kwaad, die Duitsers hadden Sjoerd en Gerrit wel dood kunnen schieten", zo zegt Hermien.

Hermien Aartsen -artikel in Contact -3- Meer lezen »

Hermien Aartsen -artikel in Contact -2-

"De Haar", geschilderd door tante Hermien.
Ook Diny en ik zijn hier geboren.

Hermien Aartsen is één van de Nederlanders die zich de oorlog en de bevrijding nog goed voor de geest kunnen halen. Ze vertelt over haar man Sjoerd met wie ze zoveel fijne jaren heeft gehad, over haar vier kinderen en 10 klein- en 5 achterkleinkinderen. Voor hen schreef zij een boekje over haar leven getiteld "Herinneringen van Hermien Aartsen".

Ze vertelt hoe verdrietig ze was en soms nog is over het verlies van een zoontje en dochtertje. "Och weet je, als ik verdrietig ben ga ik schilderen, hier aan de werktafel bij het raam". Aan de muur hangen enkele door haar gemaakte schilderijen, met name winterlandschappen. "Sjoerd en ik gingen in de winter nog wel eens skiën", zo legt ze uit.
"Op dit schilderij staat de boerderij "De Haar". De boerderij dateert uit 1803, daar ben ik geboren". Sjoerd en Hermien waren tot over de oren verliefd op elkaar. "Dat is ons hele leven zo gebleven. Toen hij me leerde kennen, werkte ik aan de Ruurlose weg bij dokter Servaas. Ik was toen 14 jaar, dus nog erg jong.

Toen Sjoerd mijn leeftijd hoorde (hij was 9 jaar ouder) zei hij, dan wacht ik nog wel een paar jaar. Toen ik 17 was kregen we verkering. Op 18 augustus 1939 zijn we getrouwd, een stralende dag. Zien we er niet erg gelukkig uit", zo zegt Hermien terwijl ze mij de trouwfoto laat zien! Niets teveel gezegd…een prachtig paar!
"Een paar dagen later kwam politieagent Kamphuis bij ons aan de deur met een oproep voor Sjoerd. Hij moest in militaire dienst. Het voelde als een steek door ons beider harten. In militaire dienst, wanneer zou hij terugkomen? Allemaal vragen. Agent Kamphuis vertelde nog dat hij de oproep al een paar dagen geleden had ontvangen, maar dat hij gewacht had met afgeven tot na onze trouwdag. Tien dagen later vertrok Sjoerd al. Bij het afscheid gaf hij mij het volgende gedicht:

"Bemoediging"
"Een mensch lijdt dikwijls ’t meest,
Door ’t lijden dat hij vreest.
Doch dat nooit op zal dagen.
Zo heeft hij meer te dragen,
Dan God te dragen geeft.

Het leed dat is drukt niet zo zwaar,
Als vrees voor allerlei gevaar.
En komt het eens in huis,
Dan helpt God altijd weer
En geeft Hij kracht naar kruis"

Sjoerd vertrok in eerste instantie naar Breda, vandaar uit naar verschillende plekken in Nederland. Intussen was de oorlog uitgebroken. Sjoerd zou in Amsterdam zijn, kleren maken voor de militairen. Ik hoorde niets van hem. Ik wist niet eens of hij nog leefde. Ik besloot om hem te gaan zoeken. Heb ik ook gedaan.
Samen met een schoonzus en twee ooms Bijenhof. We zijn vanuit Vorden met de auto vertrokken, dwars door de Duitse linies, op weg naar het RAI gebouw in Amsterdam. Plotseling ontmoette ik Sjoerd daar, we vielen elkaar in de armen, zeer emotioneel. Ook de beide ooms konden hun ogen niet droog houden".

Hermien Aartsen -artikel in Contact -2- Meer lezen »

Het artikel in Vordens “Contact” eind april 2005. -1-

Tante Hermien ( r) op 21 fbruari 1997 toen Gerhard met zijn Judith trouwde.

Een maand voor tante Hermien in 2005 overleed haalde ze nog de krant in Vorden. Het was toen 60 jaar na de Bevrijding!

Hermien Aartsen ( 87):"Toen Otto Frank bij ons in de kleermakerij kwam, hoopte hij dat dochter Anne nog zou leven"!

"Het was een paar maanden na de oorlog. Op een gegeven moment kwam er een vertegenwoordiger bij ons thuis aan de Stationsstraat. Je weet misschien nog wel dat mijn man Sjoerd daar vroeger een kleermakerij had. De kleermaker Sjoerd was in heel Naderland bekend vanwege de prachtige pakken die hij maakte. Kostuums op maat, gemaakt van een speciale Engelse stof. "Ik heb iemand bij me, mag die ook binnenkomen, hij zit nog in de auto", zo vroeg de vertegenwoordiger. Prima hoor, zo zei ik. De man kwam binnen, bleek de baas van die bewuste vertegenwoordiger te zijn. Keurig in het pak, maar wat zag hij er slecht en oud uit.
Hij stelde zich voor: "Ik heet Otto Frank, van beroep zijdehandelaar in Amsterdam". Terwijl hij genoot van een kop warme chocolademelk met veel suiker en koek (dat vond hij lekker), vertelde hij dat zijn vrouw in Dachau om het leven was gekomen. "Ik hoop dat mijn dochters nog in leven zijn", zo voegde hij er aan toe. Eén van zijn dochters was Anne ( van het dagboek).
Een paar maanden later werd bekend dat beide dochters van Otto Frank al een poos eerder, eveneens in een Duits kamp aan dysenterie waren overleden. Toen het boek van Anne verscheen heb ik het meteen gekocht".
Mevrouw Hermien Aartsen- Bijenhof vertelt het verhaal over Otto Frank alsof hij nog op de dag van gisteren de kleermakerij aan de Stationsweg was binnen gestapt.

Het artikel in Vordens “Contact” eind april 2005. -1- Meer lezen »

Gerke en ik……. 2008 is het jaar van onze AOW!

Gerke en Wim hier naast Tante Hermien. Deze foto werd gemaakt op de 25-jarige trouwdag van oom Sjoerd en tante Hermien

Vanmorgen belde Gerke. Maandag had ik haar een mail gestuurd omdat ik haar telefonisch niet kon bereiken, om haar te feliciteren met haar 65e verjaardag. Ze krijgt nu ook haar AOW. Ik moet er nog een half jaar op wachten.
Toen opa Bijenhof, ons beider opa, in begin jaren 50 voor het eerst "van vadertje Drees trok" ,zoals dat toen in de volksmond genoemd werd, was hij daar zó blij mee. Sinds die tijd heeft hij bij de verkiezingen altijd op Drees gestemd en volgens mij na die tijd verder ook P vd A. Nu waren de ouderen niet meer afhankelijk van hun kinderen. Het was de tijd van de eerste bejaardencentra. Er waren er heel wat die met 65 jaar in zo’n bejaardencentrum gingen wonen. Het idee alleen al. Nee Gerke daar zijn wij nog lang niet aan toe, wat jij?!
Gerke vertelde dat hun jongste kleinzoon Joppe met broertje Diederik bij hun gelogeerd had en dat dat zo’n woelwater is dat je met z’n tweeën moet zijn om hem een schone luier te geven.
Verder raadde ze me aan om ook te gaan Nordic Walken! Dat doet zij met Wim elke vrijdagmiddag! Ze wandelt graag èn het is goed voor de conditie. Haar Wim hoort bij de fanatieke groep. Die wil nog presteren. Gerke doet het met een groepje Soester dames wat rustiger aan.
Je ziet het hier ook veel. Toen we eens met onze kinderen èn Ben en Niesje met een wandeltocht in Exloo meededen waren er ook Nordic wandelaars die meededen en een behoorlijke snelheid konden ontwikkelen. Op een gegeven moment was het pad wat smaller geworden en een paar van die wandelaars met stokken kwamen gevaarlijk dicht langs Rick gelopen. Die keek wat woestig opzij en sprak: "Rot op met die stokken!"

Gerke en ik……. 2008 is het jaar van onze AOW! Meer lezen »

Nooit meer paddestoelen zoeken….

Gerke, Janneke, Carin en Johan.

Toen Diny en ik nog op "de Haar" woonden, hadden we geen buurkinderen zover ik weet, maar we gingen vaak naar tante Hermien en oom Sjoerd. Ook zondagsmiddags, zelfs toen we al naar "De Boomgaard" in Linde verhuisd waren. Het volgende verhaal schreef ik een tijdje terug hierover!

Als kind van een jaar of 4 á 5 ging ik vaak met mijn nichtje Gerke, haar zusjes, mijn zusje Diny en Oom Sjoerd naar het Vordense bos. Gewoon lekker naar buiten in de vrije natuur. Dan gingen we de eendjes, de “groenkopjes”, voeren en altijd even kijken bij het indrukwekkende Kasteel Vorden met zijn brede gracht. En oom Sjoerd wist altijd veel te vertellen over het bos .
Tante Hermien ging voor zover ik me herinner nooit mee. Die was waarschijnlijk blij met een paar uurtjes rust in de tent. In het najaar kwam daar ook nog het zoeken naar cantharellen bij. In de buurt van wat hoge dennenbomen werd dan gezocht. Als we dan blozend van al die buitenlucht weer thuis kwamen bij tante Hermien werden die cantharellen lekker gebakken met een uitje in een heel grote koekenpan.
Mijn herinneringen aan die goeie ouwe tijd kwamen weer boven toen ik het volgende hoorde.

In Vorden woonde een gezin bij ons in de buurt die ook gek was op cantharellen.
Als je toch precies weet hoe die er uit zien, kan je toch weinig overkomen, dachten ze.
Ook zij gingen op cantharellenjacht. Ook zij wisten precies waar ze die lekkernijen konden vinden.
Thuisgekomen werd er een heerlijke maaltijd klaargemaakt en de familie ging aan tafel.
Het smaakte magnifiek. De restjes waren voor Sara, de teckel, de oogappel van het gezin.
Maar ’s avonds toen ze met z’n allen voor de tv zaten zei één van de kinderen:
"Mama, moet je eens kijken ..Saartje doet zo raar!”. Ze keken eens goed. De hond zag er uit of ze vreselijke krampen had. Ineens bedachten ze dat Saartje ook een behoorlijke portie paddestoelen had gehad. Er zou toch geen giftige tussen gezeten hebben? En bij zo’n klein hondje merk je dat natuurlijk wat sneller.
In allerijl werd de huisarts gebeld. ”We nemen geen risico”, zei die. “Naar het ziekenhuis!”
In Zutphen in het ziekenhuis werden de magen van de hele familie leeggepompt.
Dat was geen pretje!
Eindelijk waren ze weer bij huis. Hoe zou het toch met Saartje zijn? In de paniek van het moment had niemand meer aan die arme hond gedacht. Zou ze nog leven?
Met angst om het hart gaan ze snel naar de hondenmand. En zien daar….tot hun stomme verbazing Sara met vier puppies aan haar tepeltjes die hen trots en innig tevreden aankijkt.

Maar toch! Ik ga nooit nee…. never zelf paddestoelen zoeken!!

[i]Gerke wordt vandaag 65 jaar. Van harte gefeliciteerd!:lol:

Nooit meer paddestoelen zoeken…. Meer lezen »

De reis van hún leven!

Het huis van Herman en Nettie waar nu achter-kleindochter Amanda in woont.

In 1975 was het zover. Pa en mama gingen samen met oom Sjoerd en tante Hermien ook op bezoek bij Herman en Nettie in Iowa. Je kunt wel zeggen: de reis van hun leven.
Er moest veel geregeld worden. De boerderij moest doorgaan en de "verzorging" van de beide broers die nog thuis waren. Ben en Diny kwamen met Berend Jan toen maar tijdelijk op "De Boomgaard" om de honneurs waar te nemen. Diny kende het klappen van de zweep als geen ander. Ze had al zo lang meegeholpen voor ze met Ben trouwde.
Ook werd er een bezoek aan de notaris gebracht. "Iej laot heel wat achter en ie wet maor nooit! As dat vliegtuug naor beneden kump…verkoop iej de hele boel maor!"
Hun vliegtuig kreeg gelijk bij de start al een lekke band en daardoor misten ze de aansluiting bij het overstappen en hebben een hele nacht op een vliegveld zitten wachten in een dekentje.
Maar eenmaal in Sibley was alles vergeten en ze genoten van hun verblijf daar. Ze verbaasden zich erover dat ze om een hapje ergens te gaan eten ze een anderhalf uur moesten rijden. Wanneer ze ergens op bezoek gingen werd er eerst gepraat en nieuwtjes uitgewisseld en daarna kwam pas koffie en eten en drinken op tafel. Het zal wel zijn omdat je na die tijd nog een eind te gaan hebt.
Anders dan in de Achterhoek. Zo gauw je daar binnen bent is het eerste wat er gevraagd wordt: "Köpken koffie?"
Oom Herman heeft ze alles laten zien op het gebied ven het boeren daar. Ook oom Sjoerd was vol belangstelling. Die heeft in die tijd nog een paar mooie rokjes genaaid voor tante Nettie.
Mama was helemaal wèg van tante Nettie. Zo’n lieve schoonzus! Nettie bakte iedere morgen hun eigen brood. Ze gingen ook op bezoek bij Harold en Luella en Charlie en Leone die met hun gezin in de buurt woonden.
Het bezoek aan Berdina en Curtis was verder weg..in Minneapolis. Daar werden ze ook geweldig ontvangen. Mama was helemaal vertederd door kleine Pam die ’s morgens gezellig bij haar in bed kroop.
Nu is de Hollandse familie aan de beurt om dit keer Berdina en Curtis met open armen binnen te halen.

De reis van hún leven! Meer lezen »

Opa’s reis

Oom Herman, Harold en Charlie met hun kampioenen.

In 1932 ging opa Eggink op reis. Hij ging naar Herman in Amerika om te zien hoe het hem ging. Hij had eigenlijk een heel avontuurlijke inslag, maar was getrouwd, kreeg 10 kinderen en ja… dan ga je maar zo niet meer weg. Maar wèl Johan Eggink. Mijn vader Hendrik Jan was toen 21 en hielp mee de boerderij in Barchem te verzorgen èn opa ging. Hij schreef zijn belevenissen op in een klein oranje dagboekje. Hij vertelde over de reis per schip, over de hymnen in een kerk in Londen die hij zo mooi vond en over de ijsbergen die hij zag. Toen hij zag dat er veel mensen zeeziek werden, was hij blij dat Bram niet meegegaan was zoals eerst nog de bedoeling was. Bram was toen een jaar of 8.
Per trein reisde hij vanaf New York verder westwaarts en daarna werd het laatste stuk per bus afgelegd. Eigenlijk wilde opa zo onverwacht bij Herman en Nettie voor hun neus staan.
Op het laatst was hij de enige passagier in de bus en de chauffeur maakte een praatje en hoorde dat hij bij Herman Eggink moest zijn. Hij belde daarop bij een volgende stop stiekem Herman op om te vertellen: “Ik heb hier je vader in de bus en we komen er aan”.
Zo stonden ze hem toch op te wachten bij de bus, Herman, Nettie èn de kleine Harold. Hij is al met al een half jaar weggeweest, beschreef alles wat hem opviel onderweg en over het leven daar.
Toen ik later na opa’s overlijden dat boekje meekreeg om te lezen, las ik ook op school telkens een klein stukje voor. De brugklassers luisterden met aandacht en vroegen na iedere les om nog een klein stukje.
Het boekje ging uiteindelijk terug naar ome Jan. Toen ome Jan ziek werd en wist dat hij niet meer lang zou leven gaf hij mij het boekje terug en ik bewaar het als een waardevol document!

Opa’s reis Meer lezen »

Uncle Herman

Luella met Nancy samen met oom Bram (de jongste van de 10) en tante Betty. -april 2006-

Eén van de 10 kinderen van opa en opoe Eggink was Herman. Hij was de oudste en wilde graag boer worden. Toen de meester in de Wildenborch aan het eind van de middag eens wat tijd overhad, vroeg hij de kinderen wat ze later wilden worden. Herman zei toen: "Ik wil naar Amerika, want ik wil boer worden". "Dan mag je eerst wel het Engelse alfabet leren en tot honderd leren tellen in het engels". "Leer het me maar!",zei Herman.
De volgende dag kende hij het.
Toen hij 21 was gaf opoe eindelijk toestemming om te gaan. Hij kreeg zijn erfdeel mee en ging naar Amerika. Hij kwam in Iowa terecht, werkte eerst bij verschillende boeren en toen hij tante Netty ontmoet had en trouwde, begon hij voor zichzelf. Het was geen vetpot. Hij heeft zijn memoires geschreven: Goals in Life. Met grote interesse heb ik zijn levensverhaal gelezen. Eigenlijk kreeg hij het pas beter toen de tractor bij hem in beeld kwam. Daarvóór was hij vaak afhankelijk van anderen en gooide het weer vaak roet in het eten bij de oogst.
Ze kregen 4 kinderen waarvan Harold de oudste is, daarna Charly en Berdina is net zo oud als ik. Henry is genoemd naar vader Hendrik Jan die toen net verongelukt was in 1946.
Ik weet nog dat zijn brieven gespeld werden door de familie en van hand tot hand gingen: "D’r is weer een breef van Herman!"
Herman werd bekend door zijn Holstein met Fries vee gekruiste koeien, die nu overal in de wereld rondlopen. In Nw Zeeland zagen we ze ook.
Ze zijn verscheidene keren terug geweest in Nederland, toevallig waren ze ook op onze bruiloft. Oom Herman is dik in de 90 geworden. Bij zijn laatste bezoek aan ons land kwam Harold mee en het was net of het een oudere broer van me is.
Later is hij met zijn vrouw Luella geweest. Luella en dochter Nancy kwamen vorig voorjaar hier weer naar toe. Het was erg leuk. Ze genoten van Amsterdam, de Keukenhof, de familie en de rondreis langs de plekken waar vader Herman opgegroeid was. Hier in Emmen hebben we ze natuurlijk ook onze hunebedden laten zien!
Een jaar geleden zijn Ben en Diny bij Harold , Charlie en Berdina op bezoek gegaan en kwamen helemaal enthousiast terug.
Dit komend voorjaar komen Berdina met haar man Curtis naar Nederland om de roots van vader Herman op te zoeken. We verheugen ons er op!

Uncle Herman Meer lezen »