Weblog2

Code Rood

Daar zitten we dan… aan huis gebonden en dit keer is het serieus.. code rood. Inderdaad zie ik een glinsterende witte laag op de stoep en de weg. En natuurlijk … ik hoef ook niet meer… niemand verwacht me.. alleen vanmiddag kijken of het weer kan.

De meesten van mijn leeftijd hebben in hun leven meer van deze periodes zelf meegemaakt. Ik herinner me de jachtsneeuw die de wegen verstopten en ook thuis tussen de dakpannen doorwaaide en op zolder lag. De keren dat ik lopend met de fiets hele stukken aflegde zoals die oudejaarsavond toen ik vanuit Winterswijk met de trein naar Vorden kwam en toch om half 10 met de fiets door de bulten sneeuw naar huis wilde. Is allemaal gelukt.

De winter van 63 mocht ik mee met de taxi naar het station Zwolle. De trein reed gelukkig wel en ik zat met volle verbazing naar de schaatsenrijders te kijken die met rode gezichten en waarschijnlijk bevroren ledematen op huis aan gingen.

Wim had het graag over de IJssel die bevroren was en waar ze over de schotsen probeerden te lopen of te springen. Ik griezel ervan. Regelmatig werd er een nat pak gehaald en de kleren werden dan bij de bakker gedroogd voor ze naar huis gingen.

Ik denk het liefst aan de groep met kinderen uit Linde die samen lopend naar de School met den Bijbel in Vorden liepen als het te gek werd met de sneeuw. Ik herinner me dat we in de 3e klas de namen van de plaatsen in Gelderland moesten leren en ik met vriendinnetje Berdie dat al lopend erin stampten: Arnhem Velp Dieren Brummen Apeldoorn Het Loo… Hattem Elburg Harderwijk Nijkerk Barneveld Ede Wageningen… Zutphen Vorden Lochem Ruurlo Borculo Neede Eibergen… Doetinchem Doesburg Westervoort Zevenaar ’s Heerenbergh Lobith Pannerden ….Elst Tiel Kuilenburg Geldermalsen Zaltbommel Druten Neerbosch Nijmegen. De andere provincies kwamen later aan de beurt en zitten er minder goed in.

Vorden, winter 1939, bij de Kroezeboom in Vorden. Opa Bijenhof haalde een vracht knollen met Koos. Nooit van code rood geel of oranje gehoord.

Code Rood Meer lezen »

Vriendschap

1964- Schoolkamp in Ede met de hoogste klas van de van Heemstraschool. Roelie en ik waren beide mee, samen met collega’s Steenstra en Dekker. Roelie l. 2e rij, Steenstra links boven, Bart Dekker middelster rij r. en ik ergens in het midden, donkere trui.

Roelie was pas jarig. We hadden veel gemeenschappelijk toen we in 1962 als 19 jarigen op de van Heemstraschool in Hattem onze loopbaan begonnen. Beiden waren we opgegroeid op een boerderij, hadden de MMS doorlopen en daarna de laatste jaren van de Kweekschool. Allebei waren we ‘op kamers’, zoals dat wel genoemd werd. Ik bij mevr. Sobering en jij bij een collega, juffr. Offringa. We hadden veel bij te praten. De eerste sint werd met een stel jongere collega’s gevierd op een zondagavond. Beiden kwamen we net van huis met de bus aan en werden opgehaald door collega Johan Frijling met een soort kar. Daar werden we in optocht mee naar de Randweg vervoerd waar het feest zou plaatsvinden. Zie je het voor je? Onze klassen waren naast elkaar en in de pauzes zaten we bij elkaar of liepen samen op het plein. Ik denk dat we veel steun aan elkaar hebben gehad. Gelijk met ons begon ook Bart Dekker, net uit dienst, en dat gaf veel vertier binnen dit toch wat klassieke clubje collega’s. Hij had een joviale manier van lesgeven en in zijn omgang met leerlingen. Ik zie hem nog tijdens een gymles een wat onhandig meisje buiten op het plein ergens overheen tillen, anders was ze tegen het obstakel gebotst.

Beiden ontmoetten we onze toekomstige mannen en trouwden binnen drie jaar. Jij met Ab en ik met Wim. De familie van der Kolk had je zo’n beetje geadopteerd en bij veel hoogtijdagen waren jullie er bij en wij bij die van jullie. Toen wij naar Aalten en later naar Hengelo verhuisden werd het contact wat minder frequent. Beiden waren we druk met onze gezinnen. En telefoon hadden we toen nog niet, laat staan een mobiele. Maar toch… als we elkaar zagen was het weer net als vroeger.

Er is veel gebeurd in de afgelopen jaren, hoogtepunten en mindere belevenissen. Toen ik 65 werd kwamen jullie zo maar vanuit Gelselaar naar Emmen. Jij een Drentse in de Achterhoek. Ik een Achterhoekse in Drenthe.

Tja… sommige mensen gaan een tijdje samen met je op in het leven, gaan dan hun eigen weg en soms zie je elkaar later weer terug. Maar een eenmaal opgebouwde vriendschap zoals deze….zal altijd blijven.

Vriendschap Meer lezen »

Zomaar een brief van onze dierbare ome Jan Eggink aan zijn nichtje Berdena en haar gezin. En als ik zo teruglijk kan ik me niet voorstellen dat het 51 jaar geleden is. Erna’s huwelijk met Bennie. Henri en Irene die hun werk bij defensie in Duitsland werden gestationeerd. Jan en Jantje waren samen met Jo en Hendrik Jan een paar jaar ervoor naar Herman en Nettie gereisd. Het was een bijzondere belevenis. Een paar jaar later zouden mama en vader Hein met oom Sjoerd en tante Hermien ook die kant op gaan. Bijna de hele familie heeft hier een warm onthaal gehad. Deze brief had Berdena nog zorgvuldig bewaard en vroeg me die voor haar te vertalen. Sinds ‘Brieven uit Barchem’ en het daarna uitgekomen Fotoboek ‘ Rondom het leven van de familie Eggink’ was dat vertalen vaker nodig en wist ik dat het ook via google translate kon. Dus samen met google translate was het minder moeite.

Bosheuvel, 13-1-75

Beste Berdena, Curtis en kinderen,

Voor Kerstmis hebben we Harold en Charlie een kerstkaart gestuurd maar wij wisten jullie adres niet, zodoende hebben jullie geen kaart ontvangen, maar vorige week kregen we een brief van jullie vader en die schreef ons jullie adres.

Jullie zullen uit dit schrijven wel niet veel wijzer worden, maar jullie spreken je ouders nog wel eens een keer, die het dan voor jullie wel willen vertalen. Op Kerstavond bij jullie ouders thuis had je vader de kaarten van Harold en Charlie voorgelezen rondom die kerstboom met die vele cadeautjes, hebben jullie het gezellig gehad, is het niet?.

We denken nog steeds met dankbaarheid terug aan die gezellige tijd bij jullie en al die anderen hebben doorgebracht en hoe Janeen zich in die verjaardagstaart misselijk at. En toen ze weer uit bed kwam waren de ooms en tantes verdwenen.

En Curts met zijn pijpje aan, gezellig aan het barbecueën. Bevalt het jullie nu goed in New Brighton? En nu weer wat dichter bij moeders pappot. Nu kunnen jullie met je eigen car Sibley bezoeken en zullen jullie het overhuizen ook wel kennen. En Berdena weet je nog dat we aan die lange tafel zaten in Charlie’s kelder, toen je tegen Leone die naast je zat zei: “Ome Jan heeft toch nog meer haar op zijn hoofd als onze papa.” Toen streek ik met mijn hand de haartjes die over mijn hoofd groeiden weg. “O,o”,  zeiden jullie tegen elkaar, “hij verstaat ons nog”. Wat hebben we samen gelachen, weet je nog?

Jullie zijn zo bereisd dat je Holland ook maar eens op moet zoeken.

Het weer is op het ogenblijk heel goed, de zon schijnt zo vriendelijk. En de laatste 14 dagen hebben we haast geen regen gehad. De temperatuur is ongeveer 8 à 9 graden boven nul. Jantje is de dag voor Kerstmis jarig en ik voor in januari. Toen hebben we met elkaar een barometer gekocht en vanaf die tijd is alles beter geworden. Hadden we hem maar eerder gekocht want afgelopen herfst was het praktisch elke dag regen. De schoolkinderen moesten bijna elke dag een andere jas aantrekken.

Op de radio en tv horen en zien we dat het bij jullie heel wat slechter weer is, sneeuwstormen en op enkele plaatsen wateroverlast maar dat kennen we hier ook.

Vrijdagmiddag is Erna Groot Nuelend getrouwd, het weer was toen heel goed voor de tijd van het jaar. We keken allen uit naar Henri en Irene maar die zijn niet gekomen, hij zal wel geen verlof hebben kunnen krijgen. Maar nu ze eenmaal in Duitsland zitten zullen ze nog wel een keertje hier op aan komen.

Nu beste mensen, mijn briefje raakt vol en wij wensen jullie het allerbeste toe in 1975.

Met vele groeten aan u allen.

Jantje en Jan

Foto: Vertrek van Schiphol.

Meer lezen »

Johanna

Eenmaal vanuit Hengelo in Emmen had ik de draad hier weer opgepakt en ben vrijwilligster geworden bij de Alfabetisering afd. Zwartemeer en omgeving. Ik wilde me graag nuttig maken. Er waren hier 2 soorten leerlingen: de redelijk intelligente, die gewoon veel ontgaan is op school en die graag de puntjes nog eens op de i willen zetten èn de (zeer) zwak begaafde, die vroeger de juf mochten helpen met plantjes water geven en dus echt nog niets kunnen lezen of schrijven!

Tot deze laatste categorie hoorde Johanna!. Ik haalde haar steeds bij haar huis op en dan reden we samen naar Zwartemeer naar het buurtcentrum. Hier wachtte o.a. ook vriendin Annie. Met hen werkte ik veel met reclamefolders en we gingen samen boodschappen doen. Johanna had geen tanden meer en haar gebit deed haar zo zeer, vandaar dat ze tandeloos meeging. Ze is wel eens bij ons thuis geweest en ze was helemaal gek van onze Laska. Zij wilde ook een Schotse collie en wat ik ook zei over ”nerveuze hond” en zo…het helpt niet. Op een dag, toen ze naast me neer plofte in de auto, zei ze : “(h) Etty, wi’j kriegt ok zon Laska!”. “Zo’j dat wel doen, Johanna?” “Jao, wi’j hebt ‘em al besteld. Hee mot allenig nog gruujen”. Bij de buren hadden ze een nestje gekregen. Iedere week vertelde ze me over de vorderingen van het hondje. Toen de hond er ongeveer aan toe is om opgehaald te worden, ging ze een beetje sip naast me in de auto zitten toen ik haar ophaalde en zei: “(H)etty, ‘et (h) ontien geet ok niet deur!”  “Hoe kump dat dan Johanna?” “Och”, zei ze, “(H)arm zeg, wie’j könt better een zwien in diepvries nemmen!”

Johanna Meer lezen »

Proeike

Een tijd geleden alweer kwam Wim vanaf de postbus lopen:

‘Wat is dat nou weer? Wie is toch die Proeike?’ Hij had net een praatje gemaakt met Geert, de postbode en had een brief voor mij in zijn hand, een grote. Wim zat toen dan al wel jaren met een Achterhoekse in het bootje en wist al heel veel eigenaardigheden over de Achterhoek en zijn bewoners, maar dit was nieuw voor hem. Wanneer er ‘proeike’ op staat moet het wel over een paard gaan. Ik dacht dat Diny er misschien iets mee te maken had, al is dat niet zo’n schrijfster. En ik ben ook niet jarig.

Nee… het was een dikke brief van nicht Gerrie met een sticker van een paard er op en daar stond dat ‘proeike’ bij. Gerrie en ik zijn, samen met Gerke, even oud en in en om Vorden opgegroeid. Onze familie is behoorlijk close. Gerrie kwam uit de buurtschap de Wildenborch- je weet wel- van de dichter Staring die daar vlakbij op het kasteel De Wildenborch woonde. En net als ik is ze opgegroeid op een boerderij. Oom Wim, de enige broer van mama, tante Hermien èn tante Riek, was ook al gek op paarden. Ooit was hij in militaire dienst en maakte deel uit van De Gele Rijders, de soldaten te paard. Wanneer je een paard of veulen riep om die uit de wei of stal te halen riep je altijd: ‘Proeike…proeike….’.En ging je de koeien ophalen voor het melken dan riepen we: ‘Kodda…kodda…kodda’, een afkorting van ‘kom dan’! Ging je de kippen voeren dan riep je ‘Tsjiep tsjiep…tsjiep’ en ze kwamen aanrennen. Had opoe voer voor de kat dan riep ze: ‘Pieie…pieie’ en de katten kwamen op het voer af. Alleen de hond riep je bij zijn naam: Trixie, Sacha. Laska, Kim, Scott, Tessa of zoals nu weer Storm.

Toen Wouter eens met een Roemeens kennisje bij ons was kwamen we ook even bij de kippen en ook zij riep ze met tsjiep…tsjiep… tsjiep! Wereldtaal dus. Maar ik was heel blij met een brief van Gerrie.

—Nu: Ik ben zuinig op haar epistels, want Gerrie is van ons drieën de eerste die over de grens van leven en dood is gegaan. Heb mooie herinneringen aan haar.

Foto: Wim Harwig. Ik weet alleen niet welk paard het was. Diny vast wel…

Proeike Meer lezen »

Het chique hondje

Ik vond het al zo’n chique hondje dat tante Hermien voor zich had en ook zo’n mooi halsbandje, meer een tuigje. Ik kon hem niet thuisbrengen, maar ik had buiten Johan Aartsen gerekend. Hij was toen nog wel niet geboren, maar heeft blijkbaar een goed geheugen als hem iets verteld wordt. Hierbij zijn mooie aanvulling en mijn dank ervoor. 

-Even reageren op de geplaatste foto waar jouw vader en moeder en mijn moeder en onze grootouders Bijenhof op staan. Mijn moeder heeft daar een foxhondje voor zich. De vraag is van wie is toch dit hondje??Ik kan hier antwoord opgeven, dit hondje was van mijn ouders. Zij hadden dit hondje via de krant van een familie uit Haarlem. Het was namelijk zo dat de mensen in het westen van het land tijdens de oorlog nauwelijks iets te eten hadden laat staan voor hun huisdieren. Tante Aart had een Ierse Setter op de zelfde manier gekregen.

Het foxhondje bleek zo waaks dat hij geen andere hond in zijn tuin wenste, toen dat wel een keer het geval was sprong hij van gif uit het raam van de kleermakerij .
Het hondje mankeerde niets. Vader Sjoerd was dol op dit hondje. Mijn ouders hebben het hondje maar 2 jaar gehad .-

Het chique hondje Meer lezen »

Het Rijndal

Onze eerste vakantie in Badenhard 1972 was een openbaring. De Rijnstreek en het uitzicht op de Rijn is prachtig. We bivakkeerden in de tot vakantiehuisje omgebouwde jachthut van de fam. Laborenz, een inspecteur bij de TUV. Wim had veel met hem te maken bij Stork. Hij bood ons deze gelegenheid omdat Wim voldoende techniek in huis had om de gaslampen en de generator aan de praat te houden om aan het eind van je verblijf te kunnen stofzuigen. De enige voorziening in de hut was de waterleiding. We douchten beneden in het toilet of zelfs buiten terwijl het waswater gewoon van de berg afliep. Er in deze streek boven het Rijndal volop wijnbouw en hier zitten we tussen de druivenvelden. Je ziet het: Rick neemt de foto. We zouden hier nog vaak terugkomen. Wim heeft hier nog z’n ‘kale billen gezicht’ zoals Rick het wel eens noemde. Dat zou het blijven tot de zomer van 1978. Tijdens onze vakantie in Auvergne, samen met Dick en Anda en hun jongens, liet Wim z’n baard groeien. Dat was de directeur van Stork een doorn in het oog. ‘Dat ding gaat er af’, sprak hij. Nou ja… zoiets moest je natuurlijk nooit tegen Wim zeggen. Hij heeft de rest van zijn leven al veel lengtes geprobeerd maar het bescheiden baardje van de laatste jaren beviel hem toch het beste.

Het Rijndal Meer lezen »

Loeder

 Loeder, de ondoorgrondelijke. Uiteindelijk was zij lang de baas in huis èn tuin. Ze maakte duidelijk wanneer ze naar binnen wilde of toch liever naar buiten. Ze besliste zelf waar ze wilde liggen of zitten. Buiten was het vogelhuisje haar uitverkoren plekje. Zo had de grande dame een goed overzicht op alles wat zich op het erf afspeelde. Wanneer we een paar dagen weggeweest waren zat ze ons op te wachten met een verontwaardigde blik in de ogen en met de staart trots omhoog liep ze mee en was het eerst binnen van allemaal en ontdooide pas wanneer we haar bakje met haar favoriete voer hadden gevuld. Ze had een bijzondere schoonheid en daardoor dachten sommige kattenliefhebbers dat ze wel een aanhalig typje zou zijn. Maar daar kwam je snel achter als je haar oppakte. Het was meteen duidelijk dat ze dat geen voorrecht vond.

Kijk haar hier zitten, die Loeder van ons. Die maandagmiddag zaten we te kijken van de nieuwste capriolen van onze kat op leeftijd. Ze klom wijdbeens omhoog en nestelde zich op het vogelhuisje, daarna op het voederkastje om even later met haar pootje pindakaas uit de hangende pot voor de vogels te snoepen.
Deze kat was ons gewoon de baas. Ze zeggen wel eens: een hond heeft een baas, maar een kat heeft personeel. Helemaal waar. Als ze je aankeek ging je al voor de bijl.

Alleen Daan liet haar in haar waarde. Hij praatte tegen haar, aaide haar voorzichtig maar probeerde nooit om haar op te pakken. Je zag dat die twee elkaar volledig begrepen. Daan heeft iets bijzonders met poezen. Er was altijd wel iets over Pookie, Karel of Boyd te vertellen. Ik noemde hem al de kattenfluisteraar in navolging van Cesar die alles van honden begrijpt of de paardenfluisteraar die dat met paarden heeft. Loeder mocht oud worden aan het Schoolpad net als haar moeder Suze. En warempel nam ze de plek in huis van haar over nadat Suze overleed, maar een knuffelpoes is ze nooit geworden.

Loeder Meer lezen »

Een verkreukeld stukje papier

Toen Wim zelf de Schipholfoto nog eens goed bekeek, hij gebruikte zelfs het plusje om te vergroten, kwamen er zomaar allerlei herinneringen boven. “O kiek… Gaitie van Eikenhorst.. oo en dat mut Trijnie Roetman wezen. En dat was – ik zal geen namen noemen- zien moe kwam bie-j ons an de deure veur dee 25 gulden.” Dat vergeet Wim van z’n leven niet.
In de tijd dat vader Gerard al ziek was had moeder Siet het niet breed met hun vier jongens. En laat Wim nou op een dag een verkreukeld stukje papier zien liggen. Hij schopt er eerst tegen aan, maar hij is nieuwsgierig en wanneer hij het opraapt blijkt het 25 gulden te zijn. Helemaal over de rooie laat hij het moeder zien. Die stuurt hem meteen door naar het politiebureau om aangifte te doen. “En niks afgeven heur”, krijgt hij als waarschuwing mee. Het is nl. zo dat wanneer een jaar lang niemand dat geld komt opeisen… dan mag je het houden.
Een paar dagen later laat Wim zich in de klas ontvallen dat hij zomaar 25 gulden gevonden heeft en dat hij dat opgegeven heeft bij het politiebureau.
Laat nu meteen de volgende dag de moeder van die jongen bij moeder Siet aan de deur komen: “Ik kom effen dee viefentwintig gulden ophaal’n die jullie Wim evunnen hef”. Maar moeder Siet is niet van gisteren en vraagt :”Wanneer denk ie-j da’j ‘m verleuren bunt?”
“Oo… gistermiddag…. dat wet ik zeker.” “Dan kan et dissen niet wean”, zei moeder gevat, “want Wim hef ‘em eergisteren al evunnen.”
De 25 gulden is een jaar lang goed bewaard en daarna was t-ie van hun.

Foto: Wim rechts vooraan

Een verkreukeld stukje papier Meer lezen »

Over goeie bazen en rooie ganzen…

Ben was aan z’n laatste werkzame jaar begonnen bij zijn baas, maar het laatste voorstel om er eerder uit te gaan stond hem niet echt aan. De ene dag vertel je dat je een nieuwe heup nodig hebt. De volgende dag komen ze met een voorstel om er per 1 augustus uit te kunnen, maar dit voorstel leek nergens op. Het stond hem niet echt aan. Hij moest teveel inleveren. En dat na 43 jaar trouwe dienst. “D’r bunt net zo veule goeie bazen as rooie ganzen”, zuchtte Ben. Wanneer Ben en Niesje er waren was er altijd iets van vroeger in de gesprekken.

Moeder van der Kolk was vaak onderweg. Soms om koffie en thee te verkopen op haar vaste adressen, om kranten te bezorgen of naar de kerk waarvan ze kosteres was. Dat beroep werd niet erg gewaardeerd. Ze verdiende er weinig aan. “Ie-j mag blie-j wean da-j in Gods huis mag werken”, kreeg ze eens te horen. “Brek mien de bek niet lös”, zei Ben toen dit ter sprake kwam. Soms was er zelfs iemand die onder de mat van de kerk keek of er wel goed stof gezogen was. De jongens werden vaak ingeschakeld voor de kranten, om koffie naar de kerkenraadsvergaderingen te brengen of de psalmborden in orde te maken. Wim heeft ’s winters heel wat sneeuw geveegd voor het begin van een kerkdienst.

Moeder had eens in een gesprekje met de vrouw van Gait Witkak gezegd: ”Ik bun zo druk, bidden doe ik vaak op de fietse”. Weer wat nieuws: “Hoezo Gait Witkak?” “Nou gewoon umdat e zon ieuwig bleek gezichte hef”, wist Ben. Zo kom je in Hattem aan een bijnaam. Je hoeft er helemaal niks voor te doen. De mooie dochter van de ijsboer werd Lammie met de moccabenen. Om de Mulders uit elkaar te houden werd de ene de Zoere en de andere de Taoie genoemd.

De groentezaak van Pik kwam ook weer eens langs. Heel beeldend omschreef Ben hoe de jonge katjes daar over de kisten met prei, sla en wortels raceten. ’s Avonds werd het paard dwars door de groentewinkel naar de zich in het achterhuis bevindende stal gebracht. Dat waren nog eens tijden. Op een keer onweerde het flink net toen Pik met z’n groentekar met paard er voor bij z’n winkel aankwam. Het ging zo te keer dat hij maar even naar binnen ging om te schuilen en z’n paard en groentekar buiten liet staan. Er kwam op een gegeven moment zo’n harde klap dat een stuk van de pui van zo’n oud huis naar buiten omviel boven op de tomaten en sla van Pik. “Hij kon verder met tomatenpuree”, besloot Wim toen. Hangjongeren waren er toen ook al. Deze Pik ging zondags met z’n kar met paard naar camping de Leemkule om fruit en snoep te verkopen en bond daarbij het paard aan een boom een eindje verderop. Zo kon hij nog een centje bijverdienen. Wat opgeschoten jongens kwamen op een idee: ”Hee Pik… oew peerd löp lös!” Pik er op af natuurlijk en intussen deden de jongens een graai naar de snoep. En… weg was de winst van zo’n dag. Vertel me nu niet dat vroeger alles beter was.

Waarom ik dit verhaal weer opduikel? Al meer dan 25 jaar komt de bromfietsclub op zondag bij elkaar op de Leemkule en ze vroegen mij of ik nog een foto ergens had van groenteboer Pik. Maar nee… in die tijd in Hattem—1963-65 maakte ik nog niet zoveel foto’s. Maar wie er wel een heeft mag zich melden dan stuur ik het weer door naar Henk van Ogtrop van de bromfietsclub.

Foto: Hattem. Links de Achterstraat en rechts de Kerkstraat. Aan het eind van die Kerkstraat was de groentewinkel van Pik.

Over goeie bazen en rooie ganzen… Meer lezen »