Weblog2

Over een strakke milt en voedingsadviezen

Zo’n 15 jaar geleden hadden we een vrouwelijke chiropractor. Ik weet niet meer precies wat de klachten van Wim waren, ik meen iets met de spieren. Ze hoorde nauwlettend zijn verhaal aan, onderzocht hem en vond dat hij een ‘strakke’ milt had. Het zou zelfs verergerd kunnen zijn door de ingreep om z’n pacemaker om te wisselen. Inderdaad was het vanaf die tijd vervelender geworden. Ze heeft hem extra behandeld om z’n spieren wat losser te krijgen en gaf meteen voedingsadviezen mee: ‘s morgens en ’s avonds ananas. Daarnaast eens in de twee dagen leverpaté om z’n ijzergehalte wat op te vijzelen. Ze noemde een aantal eigenaardigheden die bij dit verschijnsel horen: een Calvinistische inslag…ahum, kort lontje… te veel bezig met dingen doen i.p.v. genieten. Ik zei niks…. Maar sommige van die dingen herkende ik wel. Ha ha! Z’n creatieve kant moest maar eens meer uit de verf. Zingen deed hij al met plezier… nu moest hij eens gaan leven zoals ze in Zuid Portugal doen. Gewoon alles heel ontspannen doen….. en beetje bij beetje. En dat was het nu juist. Als hij eenmaal bezig was moest alles af… klaar… finito, ready! Maar goed dat we nog weer op pad gingen met ons caravannetje… ja richting Zuid Portugal.
Het werd toen de Morvan, Piet en Marry en later Les Issambres naar Dick en Anda. En onze topper werd als altijd: Badenhard op de terugweg. Was helemaal geweldig. Zo fijn dat we toen zoveel ondernomen hebben in onze tijd als pensionado’s.
En ik kan je vertellen dat het ‘gewoon alles heel ontspannen doen’ zoals geadviseerd werd, daarna eindelijk was gelukt. Een mens is nooit te oud om te leren.

Over een strakke milt en voedingsadviezen Meer lezen »

Hendrik met een van de mooie meiden

Of het nu komt dat ons Schoolpad niet meer bestaat of dat het in mij ingebakken zit? De herinneringen zijn blijvend. Hierbij een momentje  met opperhaan Hendrik…

Toen de datum van zijn operatie eindelijk onder handbereik was ging de stemming van Wim behoorlijk omhoog. Hij fietste flink op de home trainer en dat deed hem goed. Het leek of zijn spieren sterker werden en dat het ietsje scheelde met de pijn. Hij kon nu weer genieten van alles wat er op ons erf gebeurde. De drie hennetjes die in juni uit het ei kropen zaten ’s nachts dan nog wel wat afgezonderd in de hulstboom naast het kippenhokje maar ze waren intussen helemaal door Hendrik geaccepteerd. Tja… het waren ook een stel mooie meiden geworden. Nu moesten ze alleen nog gaan leggen.

Ik hield alle dames in de gaten. De gouden en de grijze kip legden keurig hun ei in het hok maar de bruine kip met de lichte staart had gewisseld van legplek, nu had ze onder de kapschuur een oude legplek opnieuw in gebruik genomen. Jammer dat Queeny het doorhad want het eerste ei dat ik er echt zag liggen achter de grasmaaier was even later verdwenen. En er was dus maar één die ik ervan verdacht en die me even later schuldbewust aankeek terwijl ze de tong nog even om haar bek liet gaan.

De kloek met haar vier kuikens zou ook wel aan haar rust toe zijn. De vier haantjes, jammer ja, flierefloten verder rond. Wat moesten we daar nou weer mee. Ria zei telkens: ’Ik kan kippen slachten hoor’, maar toen ik voorstelde dat zij de haantjes straks mocht hebben als er wat meer vlees aan zit, schrok ze er zichtbaar van. Straks wordt het dan toch buurman Jans die heel goed en humaan dat karweitje kan klaren. Hij heeft een tante Jantina, die gek is op zo’n lekker gebraden haantje. Want zelf opeten… dat was misschien wat schijnheilig, ik kon ze zelf niet door de keel krijgen. Och, voorlopig gunde ik ze nog een tijdje lekker rondscharrelen op ons erf. Ik zag ze genieten. Hoewel… Hendrik hield ze streng in het gareel, maar als echte pubers trokken ze zich er niet veel van aan.

Zouden onze kippen het wel hebben beseft dat ze het zoveel beter hadden dan veel soortgenoten?

Foto: Hendrik met een van de mooie meiden.

Hendrik met een van de mooie meiden Meer lezen »

Één moment…

Er was steeds één moment op een doordeweekse dag dat we op tijd voor de tv zaten. Nee niet voor het journaal, het nieuws hoorden of zagen we tussendoor wel. Nee, precies om half 6 stemden we af op SBS6, vaak met het bord op schoot.

We waren beiden fan van Escape to the Country, of in het Nederlands: Droomhuis op het Platteland. Het gaf ons een vakantiegevoel en liet ons keer op keer genieten van het Engelse en Schotse platteland. Ze laten een huis zoekend stel 3 verschillende huizen bekijken voor een bepaald budget en dat aan hun eisen zou moeten voldoen. Het laatste huis is altijd een verrassingshuis waar ze zelf nooit aan gedacht zouden hebben. En zo gaan we met hen mee op reis van Cornwall tot in de Highlands.

We beseften dat we geluksvogels waren om de afgelopen 30 jaar zoveel zelf te mogen ontdekken van zowel de Britse natuur als de cultuur. Vergeet ook de typische Britse humor niet. We hebben er vrienden voor het leven aan over gehouden. De laatste weken zochten de huizenzoekers vaak hun ideale huis in Herefordshire, Devon of Cornwall, maar ook wel in Sussex, iets dichter bij Londen omdat ze vaak nog afhankelijk zijn van hun werkplek. Ook de streek tussen Engeland en Wales is favoriet en ook daar zijn we vaak geweest. Het zijn soms jonge net beginnende gezinnen die hun kinderen ver van de stad willen laten opgroeien maar ook de ouderen die de rest van hun leven ver van de drukte willen doorbrengen. En altijd zagen we de voor ons bekende streken en haalden we zo herinneringen op. Al konden we zelf op dat moment weinig ontdekken, op deze manier was het heel fijn om mee te genieten van het prachtige Engelse platteland met zijn mooie kastelen, kerken en tuinen.

Ik zei dan bv. tegen Wim: ’Wet ie nog wel da-w met Tom en Joan bi-j Chatsworth Castle waren met die ommuurde tuin?’ Wim kon het zich nooit herinneren, die onthield heel andere dingen dan ik. Meer de behulpzaamheid van de Schotten, Engelsen ook trouwens. Eens reden we in de buurt van een distillery in de Highlands een verkeerde weg in en moesten we met caravan en al achteruit. Ik zat met het zweet op de rug, Wim niet. Er werd niet getoeterd of geroepen. De auto’s achter ons bleven gewoon aan de kant staan, armen rustend op het stuur en geduldig wachtend tot Wim zijn auto met caravan achteruit gereden had en we weer op de goede weg zaten. Er werd alleen een duim opgestoken. Zo van: goed gedaan jochie! Zie, deze ervaringen onthield Wim dan weer maar je moest hem niet vragen waar het was. Daar had hij mij weer voor.

En nog steeds geniet ik ervan, nu op BBC First

Één moment… Meer lezen »

Gerrie

Een van de dagen die er vast in mijn geheugen zitten is 19 oktober. Het is de verjaardag van nichtje Gerrie. Officieel is het Gerritje, genoemd naar haar opoe van moederskant, opoe Bruins. In haar latere leven met man en kinderen werd ze Gré genoemd, maar voor ons is ze Gerrie gebleven. Ze deed er niet moeilijk over, ze luisterde naar beide. We groeiden samen op, deden samen belijdenis, gingen naar dezelfde Kweekschool en gingen zo naadloos beiden het onderwijs in. We hebben veel plezier gehad samen.
We hadden zoveel raakvlakken dat we het plan hadden om straks als we beiden klaar zouden zijn we samen op een flatje te gaan wonen. Maar ja… ik was net iets eerder klaar en aan het werk in Hattem en een jaar later begon zij aan een school in Rouveen. In deze tijd zouden we misschien toch in Zwolle een flatje kunnen bemachtigen en op en neer kunnen rijden. Toen was een autootje nog ver van ons bedje. Bovendien kwam ik al gauw Wim tegen en zij later haar Gerrit. Maar ons contact is gebleven. Ons eerste hondje Laska kwam bij hen vandaan, uit Doornspijk.
Ook toen onze kinderen groot waren bleven we contact houden. We zochten hen op en zij en Gerrit kwamen ook hier bij ons aan het Schoolpad. Veel brieven met afdrukjes van foto’s stuurde ze want Gerrie was goed in het onderhouden van haar contacten.
Toch moesten we haar een paar jaar geleden missen na een korte ziekte. Regelmatig denk ik nog aan haar en vind het fijn om ook af en toe te zien hoe het met haar kinderen en kleinkinderen gaat. Ik zie veel van Gerrie in hen terug.

Foto: In de zomer van 1962 begeleidden we een groepje stadskinderen op een kinderkamp ergens in Brabant. Het was een mooie week.

Gerrie Meer lezen »

Waarom?

Waarom een hond…?

Waarom wil iemand een hond? Groei je er zelf in je jeugd mee op? Ik denk dat dat met mij wel zo was. Altijd hebben we een hond gehad. Op De Haar was er Trixie. Op De Boomgaard Juno, Max en nog later Sacha.
Nu ik deze foto zie denk ik dat dit de eerste echte kennismaking met honden was voor Mark. Wij waren met pa en mama een dag of tien naar het Naturfreundenhaus op de Meissner in Hessen. Wij… dat waren Wim en ik met Gerhard en Rick. Mark was toen 1,5 jaar en Ben en Diny die voor deze gelegenheid op De Boomgaard waren om de honneurs waar te nemen wilden best ook op hem passen.
Ik vond het wel lekker rustig met twee i.p.v. drie kinderen, maar Wim beviel het niets en beweerde met overtuiging dat hij in het vervolg alle jongens mee zou nemen op vakantie. En zo gebeurde het…tot ze het heel veel later één voor één zelf lieten afweten.
Op De Boomgaard waren op dat moment twee honden: Sacha en haar pup Beertje. Het was ook net een beertje. De vader was zo te zien een Groenendaler bij hen uit de buurt. Mama zei altijd wanneer Sacha loops was…’de 14e dag dan mo-j uutkieken…..dan gaot ze d’r vandeur’.
Zo zal dat deze keer ook wel geweest zijn. Beertje was een scheet van een hond en was gek op Mark…beet hem iedere keer achter in de broek, vertelde Diny. En Mark was gek op Beertje. Op deze foto is al te zien dat hij zeer geïnteresseerd is in die kleine zwarte. En zo is ’t gekomen…….dat Mark altijd gek op honden is gebleven. Toen hij 6 was kreeg hij zijn eerste hond, oma beloofde dat zijn hondje in vakantietijd op de Boomgaard mocht komen. Kleine Laska werd een echte gezinshond, maar Mark zorgde voor haar. Hij liet haar uit en trainde haar en het werd een echte gezins- en buurthond. Hierna zijn we nooit meer zonder hond geweest…
Toen Mark eenmaal in zijn studentenhuis woonde kwam hij toch elke dag even naar huis… voor hond Kim. En zo gauw hij later zelf een mogelijkheid had kwam Tessa en later Queeny in zijn leven.
‘Ik weet al wie Queeny staat op te wachten’, zei Rick, toen we haar moesten laten inslapen. Tja… die Rick.

Waarom? Meer lezen »

De Tocht der Tochten

Soms denk ik terug aan mijn jeugd waarin ik samen met mijn nichtjes Gerke en Gerrie opgroeide. Èavenolders waren we, in hetzelfde jaar geboren. Met beiden kon ik goed overweg en Gerke spreek ik nog regelmatig. Gerrie overleed helaas een paar jaar geleden.

En ik denk graag terug aan onze gezamenlijke jeugd.

Ik was net een jaar eerder klaar met mijn opleiding en werkte al in Hattem aan de van Heemstraschool. Van onze plannen om later samen op een flatje te gaan wonen kwam nog niets terecht. Een jaar later was het zover en in 1963 was Gerrie ook klaar met haar opleiding aan de Kweekschool. Ze solliciteert naar een baan aan de Christelijke School in Rouveen. Ze schreef me over haar wedervaren die bewuste dag.

Ze mag een proefles komen geven. Een paar mensen van het Bestuur en het Hoofd der school zitten achter in de klas. Ze mag beginnen en wil het bekende gezang De Heer is mijn Herder laten zingen, maar voor ze in kan zetten komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen Psalmen”. Gerrie is niet voor één gat te vangen en geeft Psalm 100 op: Juicht aarde juicht alom den Heer! Ze begint te zingen zoals ze dat gewend is. Opnieuw komt het Hoofd naar voren. “Juffrouw Bijenhof, wij zingen hier alleen op hele noten, dus allemaal even lang”.

Gerrie maakt toch een goede indruk en krijgt de baan. Nu moet er nog een kamer gezocht worden. Het Hoofd is behulpzaam en weet een geschikte kamer. De familie maakt er gelijk een nuttig uitje van wanneer ze gaan kijken. Pa en mama gaan samen met oom Wim en tante Janna en natuurlijk Gerrie op stap. De dames worden afgezet bij het Hoofd der School in Rouveen en de mannen gaan naar de N.O. polder om hooi te kopen……

Zo gezegd ..zo gedaan! De ontvangst is hartelijk, de kamer wordt goedgekeurd en ze drinken nog een kopje thee. Het duurt wel lang voor de mannen terug zijn. Het Hoofd en z’n vrouw hebben die dag nog meer plannen en de 3 dames besluiten de mannen alvast een eindje tegemoet te lopen en gaan naar de grote weg richting Zwolle. Ze hebben geen geld bij zich, want hun tasjes zijn achtergebleven in de auto. En mobieltjes zijn er dan nog niet!

Tja……dan is de weg naar Zwolle wel heel erg lang. Er moet ondertussen nodig geplast worden en om de beurt verdwijnen ze in de bosjes, terwijl de anderen op de uitkijk blijven staan naar de mannen.

Het wordt een zware tocht, de tocht der tochten. En mama houdt niet eens van lopen en tante Janna heeft niet eens zo heel erg lang daarna een nieuwe heup gekregen. Ze durven ook niet te liften, want stel je voor dat hun mannen er aan komen en hen zoeken……. Ze zijn al in de buurt van Zwolle als ze ontdekt worden door een politieauto! Het eerste wat ze vragen is: ”Is er misschien een ongeluk gebeurd tussen de N.O. polder en Rouveen?”. “Nee, daar is ons niets van bekend”, antwoorden de redders in nood.

“Waor blieft ze toch, dee kearls van ons…o, foi toch…foi toch “, hoor ik tante Janna zeggen.

Op het bureau moet er weer geplast worden en gebeld natuurlijk! Waar naar toe in hemelsnaam? Naar tante Hermien en oom Sjoerd natuurlijk. Die zijn voor de hele familie altijd als een rots in de branding! Op het moment dat ze tante Hermien aan de lijn hebben, gaat bij haar de deur van de keuken open en staan de beide verloren gewaande mannen mèt de damestasjes in de hand in de deuropening! Ze hadden autopech. Toen ze naar het Hoofd in Rouveen belden waren de dames al lang weg. Ze hebben de trein naar Vorden maar genomen. Zij hadden immers wèl geld bij zich! Oom Sjoerd heeft de drie lange-afstand-wandelaars bij het Zwolse politiebureau opgehaald.

Ik denk niet dat mama die eerste week nog veel gelopen heeft! Tante Janna kreeg kort erop zelfs een nieuwe heup!

Na dit avontuur schreef Gerrie me een uitgebreide brief waarin ze de belevenissen van deze dag beschreef! Dus: met dank aan Gerrie! Ook tante Hermien kon er later smakelijk over vertellen hoe de beide mannen met de damestasjes in de hand bij haar de keuken inkwamen!

De Tocht der Tochten Meer lezen »

In en umme Bronkhorst

Het was een klas met uiteenlopende figuren op de Kweekschool voor onderwijzers in Doetinchem, zoals het toen heette. Niet alleen wat betreft de karakters maar ook hun geografische achtergrond. Ze kwamen vanuit de hele Achterhoek en Liemers, van Gelselaar tot aan Velp. En Grada kwam uit Bronkhorst, de dochter van bakker Bosch. We hebben samen heel wat afgelachen want Grada was een vrolijk type. Dat had ze niet van een vreemde. Haar moeder was net zo. Die hield wel van een geintje.
Toen Grada na haar Kweekschooltijd in Vorden aan de mij zo bekende School met den Bijbel kwam te staan, werden na een tijdje de collega
’s in Bronckhorst uitgenodigd op de koffie. Juffr. Van de Hel, mijn eigen oude juffrouw van de eerste klas was er nog bij en waarschijnlijk ook de toen al oude meester Berenpas. Moeder Bosch had het een en ander gehoord over de stijlvolle collega’s natuurlijk en kon het niet laten…. Toen het gezelschap precies op het afgesproken tijdstip arriveerde, had moeder Willemien net alle stoelen op de kop op de tafel staan, een schort voor en een doek om het hoofd zodat het net leek of ze druk aan de schoonmaak was. Wat een consternatie. Toch stonden in een ogenblik alle stoelen recht, zag Willemien, schort af en doek van het hoofd, er pico bello uit en kwam de taart op tafel. Ze hebben nooit geweten of ze het misschien vergeten of dat het als grap bedoeld was.
Bovendien kon die erg aardige gedichtjes maken over alledaagse zaken die ze zag of haar ter ore kwamen. Ze maakte ze ook naar aanleiding van de verhalen die Grada vertelde als ze thuis kwam. Zo ook het gedicht over de kwijtgeraakte blokfluit van klasgenoot Aad. Die was trouwens wel vaker iets kwijt. Sommige kwamen in de krant terecht, zoals het Jammerhöltjen. .
Alweer jaren terug gingen we met Ben en Riet vanaf camping De Boomgaard naar Bronkhorst om even rond te kijken en een kop koffie te drinken in Herberg De Gouden Leeuw. Ik schoot met Riet ook even een winkeltje in, gewoon even kijken. Ik zag ineens dit boekje liggen: In en Umme Bronckhorst, waarin een aantal gedichtjes in het Achterhoeks van Willemien Bosch weergegeven worden. En dan gaat het verleden weer leven. Het is een heel dun boekje, uitgegeven in 1970. Ik kocht er een.
‘Vind u het niet erg dat er in geschreven is?’, zei de dame achter de kassa. ‘Het geeft wat extra’s, gaf ik als antwoord, ‘het is haar handtekening’.  Ik vroeg haar nog of zij de schrijfster gekend had. Ze had geen idee. Zo gaat het.

Om het verhaal opnieuw weer compleet te maken:

Deze komt uit het bundeltje: In en umme Bronckhorst
Riemelerieje van Willemien Bosch- Wentink.

Wat van ver kump…

Ze hadden al sinds jaoren
In ’t zelfde darp ewoond
Mor nooit nog veur mekander
Belangstelling getoond

Mor toen die blonde Pleuntjen
Een baan kreeg in de stad
Jao wel, toen merken Driekes
Op ens- hi’j missen wat

Toen is die domme Driekes
Eur haostig nao gegaon
En hef- wel wat verleagen-
De ‘grote vraog’ gedaon

‘Ik snap ow niet’, zei Pleuntjen
‘Toe’k in de buurte zat
He’j a’k et zo mag zeggen
Nooit oog veur mien gehad’

Jao, dan mot Pleuntjen lachen
At zi’j ten antwoord krig
‘Wi’j zuukt vaak in de verte
Wat hier veur ’t griepen lig!’

En soms is de wereld weer klein. Zo meldde neef Joop, die bevriend was met Grada’s broer, dat hij ooit voor Bakker Bosch een brandmerk met ‘Bronkhorst’ gemaakt heeft om daarmee in klompen de naam te branden. Die verkocht hij dus ook naast zijn bakkerij.

In en umme Bronkhorst Meer lezen »

’t Jammerhöltjen

Derde klas van de Kweekschool. Ik sta in het midden met het lichte vest en naast mij Grada die hier het praten niet kan laten. Aad is er niet bij, zeker vergeten….Gert Jan Somsen 2e van rechts bovenaan.

Grada Bosch komt uit Bronkhorst, het kleinste stadje van Nederland. Nu is het een trekpleister voor heel Europa en Omstreken. En … woont Grada op een woonboot in Amsterdam!
Toen was het gewoon
…een heel klein stadje met een kerk èn een bakker: bakker Bosch, Grada’s vader. Haar moeder kan heel leuk dichten en wanneer ze de enthousiaste verhalen van Grada hoort stroomt er vanzelf weer een nieuw stuk Achterhoekse poëzie uit haar pen. Aad Dorst en Gert Jan Somsen zijn meestal een dankbaar onderwerp. Ik heb deze indertijd (1962) uit de krant geknipt!

‘t Jammer höltjen
-historisch-

Toontjen had et veurjaor weer te pakken.
De schoonmaakwoede sloeg eur in de bol.
Ze zei dat zi
’j- as eur mevrouw et goed von-
Vandaag Joops kamer effen nemmen zol.

Wat
‘effen nemmen’ is, hef Joop ervaren
Toen hi
’j in huus kwam van de school- wat strop-
Toen dreef zien kamer- inclusief ook Toontjen-
Vanaf de vloer tot et plafond van
‘t sop.

Hi
’j ging die aovend bi’j zien vriend studeren
Mor biester lukken wol zien studie niet.
Want hi
’j hef zenuwachtig uutgelaoten
‘k Bun straks al mien eigendommen kwiet.

Hi
’j had dat al zo vake ondervonnen
As Toontjen an et schoonmaakwoeden was.
De helft verdween rap in de vuulnisemmer
De rest op zolder in een olde kast.

Den andren dag is hi
’j op school gekommen
Gehaost mor toch nog net precies op tied.
Zien vriend mos um effen de blokfluit lenen
Natuurlijk was hi
’j ‘t jammerhöltjen kwiet.

Ik bun beni
’jd wat ik een volgend keertje
An Toontjens schoonmaakzin ten offer leg.
‘ ‘k Zol zegge’n- hef zien vriend um angeraojen
‘Breng al oew eigendommen van te veuren weg.

’t Jammerhöltjen Meer lezen »

Gijs

Ik had indertijd leuk contact met Ton Heekelaar, een collega van ome Gijs, die bezig was om een boek over hem te schrijven. Hij stuurde me verscheidene verhalen over Gijs.

Toen jachtopzichter Gijs van Velthuizen op zijn verzoek in 1942 werd overgeplaatst van Wassenaar naar de Onzalige bossen e.o. ging hij in de kost bij Koos en Heintje van Middelkoop te De Steeg. Zoals te doen gebruikelijk moest op een bepaald moment hoognodig de schoorsteen van de boerderij worden geveegd (geschuumd). Anders loop je immers de kans op schoorsteenbrand! De handige jonge kostganger -Gijs van Velthuizen- wist er wel raad op. Hij gaf Koos in overweging om geen halsbrekende toeren uit te halen met een gammele ladder tegen het rieten dak.’ Dat is niet goed voor het dekriet en daarbij levensgevaarlijk’, aldus Gijs. Hij wist wel een techniek om het varkentje snel en doeltreffend te wassen! ‘En waaruit mag die techniek dan bestaan’, vroeg Koos nieuwsgierig? Gijs was kort van stof en liet vervolgens weten: ’Dat zal je wel zien!’

Terstond haalde de jonge jachtopzichter zijn jachtgeweer voor de dag en zette er twee proppen fijne hagel op. Hierna sommeerde hij Koos een emmer bij de hand te houden om de roetaanslag in op te vangen. Vervolgens knielde Gijs onder de schouw en schoot zijn hagelgeweer leeg in de schoorsteen. De loden hagelkorrels caramboleerden zich met geweld een weg door de schoorsteen naar boven. Uiteraard was Koos niet in staat om de massaal neerdalende roetdeeltjes in de emmer op te vangen. Gevolg: dat in no time de keuken zich vulde met één grote zwarte stofwolk. Men kon geen hand voor de ogen zien. Als het Sinterklaastijd was geweest kon Koos zo doorgaan voor Zwarte Piet!!! Heintje, de vrouw van Koos, was hier uiteraard niet blij mee. Het moreel van deze anekdote: Een schot hagel door de schoorsteen jagen blijkt een probaat middel -edoch- Gijs werd nimmer meer gevraagd!

Ik, Ton Heekelaar oud 67 jaar, kan mij nog goed herinneren wanneer Gijs dit voorval diverse keren gememoreerde.

Nabrander: Wij, bosmensen zijn bij voorkeur houtstokers. Ook toen ik trouwde en bijna 20 jaar, van 1971-1989, de jachtopzichterwoning in de Imbosch aan de Lange Juffer heb bewoond, bleef dat zo. Gevolg: ook regelmatig schoorsteen schumen. Indien Gijs hiervan lucht kreeg volgde steevast de geijkte kwinkslag met glimmende pretoogjes: ‘Moet ik soms even langs komen met het hagelgeweer!!!’

Velp, 26-april-2011

Gijs Meer lezen »

’t Geliek van opa de Bruin

Een herinnering uit 2011–

’t Geliek van opa de Bruin.

‘Ik hebbe speciaal wat veur oe mee ebrach’, meldt Ben wanneer hij met Niesje het erf op komt. Hij heeft een krant bij zich.

‘Zie wel dat opa de Bruin geliek had in 1955’. De krant meldt dat Rotterdam de onveiligste gemeente is van Nederland. Ik had het wel gelezen, maar och… Rotterdam. Wij zitten hier nog veilig denk je dan. Hier kunnen we de deur nog gewoon open laten als je binnen zit. We zijn wel eens de hele middag weggebleven met de buitendeur wagenwijd open, per ongeluk… dat wel. In 1955 was Wim in Zoetermeer gelogeerd samen met opa de Bruin. Opa vond dat hij Wim in de gaten moest houden maar eigenlijk was het andersom.

In Rotterdam werd dat jaar de Expo gehouden, de E 55. Wim mocht er van oom Paul en tante Catrien heen samen met Lenie. Wim was toen 15 en Lenie waarschijnlijk 13. Opa de Bruin had het niet meer. ‘Meid’, zei hij tegen tante Catrien, ‘je kunt die kinderen toch niet alleen naar Rotterdam laten gaan… dat is een gevaarlijke stad. Ze voeren daar de kinderen snoepjes met vergif. Dat kun je niet doen’. Maar Wim en Lenie gingen toch en hadden de dag van hun leven in dat grote Rotterdam. Onveilig daar? Ze hadden er niets van gemerkt.

‘Zie wel’, zei Ben en hield me de Stentor voor van deze week, ‘opa de Bruin had toch geliek’.

Foto: ook 2011, de oudste en de jongste waren het altijd samen eens..

’t Geliek van opa de Bruin Meer lezen »