Rick was even in de familie geschiedenis gedoken. Ik had even terug de stamboom van de van der Kolk- en de Eilanderfamilie geplaatst.
‘Grote gezinnen waren dat vroeger’, vond hij. Dat waren het vaak ook. Acht tot tien kinderen op een rij en soms nog meer. Zijn opa van de Eggink kant kwam ook uit een gezin van 10.
‘Als je goed keek, zag je dat er vaak kinderen jong dood gingen’. Ik noemde ze op in mijn eigen familie. De eerste twee kinderen van opoe Bijenhof werden doodgeboren. N N stond dan vermeld in de stamboom. Een broertje van ons overleed ook bij de geboorte en in de rest van de familie kwam dat ook regelmatig voor net als overal in die tijd. Het eerste kindje van vader Hein en Hanna ook. Er was weinig voorlichting en de kinderen werden thuis geboren. Als er dan iets bijzonders was bij een bevalling was je maar zo nog niet in een ziekenhuis. Verder in het verleden bakerde vaak een buurvrouw, voorloper van de vroedvrouw.
Ook ik ben op de keukentafel geboren en ‘met de tang’ gehaald, zoals mijn moeder me dat vertelde. Mijn vader was er bij en dacht dat het voor mij slecht af zou lopen en dacht toen alleen aan zijn Coba.
‘Ja Rick, jij bent ook thuis geboren en dat was ook geen gemakkelijke geboorte.’ Hij heeft er wel zijn handicap aan over gehouden. Maar Rick schoot een beetje in de lach en terwijl hij de deur uitliep keek hij nog even slim om en merkte droog op: ‘Ik adem nog!’
Foto: Rick 1968
