Het was werkelijk een cadeautje, de drie nieuwe kippen. Daniel zocht een nieuw tehuis voor ze vanwege zijn verhuizing naar een appartementje in de stad met alleen een balkonnetje. En ondanks onze waarschuwing van de natuur met al zijn gevaren rondom ons, mochten wij ze hebben en hadden we nog een gezellig uurtje met deze twee vrienden. De drie dames waren intussen gewend en liepen net als de andere drie lekker rond te struinen. De eigen bruine kip wilde nog wel eens de baas spelen maar de drie bleven als een groepje bij elkaar en leken niet erg onder de indruk. Ze legden ook nog praktisch elke dag een ei. De witte kip van ons werd ook enigszins jaloers toen ze de eieren netjes in het hok legden en ging toen pontificaal op de favoriete plek zitten en legde voor de gelegenheid voor een keer ook haar witte eitje er bij.

Het kleine haantje, een stoer ding, bleef steeds in de buurt van moeder Kloek die niet eens zijn biologische moeder is, slechts een draagmoeder want het ei waaruit hij geboren is kwam van een kip van Anja. Het oerinstinct voelt geen verschil.
Terwijl we die morgen de kerkdienst in de Schepershof op de tv, want coronatijd, volgden kon ik met een oog af en toe een kip zien langs komen. Het was een mooie Pinksterdienst en de Bijbellezingen in de hedendaagse taal spraken me aan, om met ds. Anne van der Meiden te spreken: ‘Ze komt oe achter ‘t vestje’.
Dia zong mooi, Jorinde speelde prachtig en met Tonnis op het orgel zorgden ze voor de muzikale ondersteuning. Net als ooit onze eigen ds van Zorge in een Jeugddienst een hamer uit zijn toga haalde om te laten zien dat je zoals die hamer een werktuig in Gods hand kan zijn, zo had ds Door- Elske Casimir een herinnering aan een Pinksterdienst op een camping in Bakkeveen die ze als kind meemaakte. Daar werden de pluizenbollen van paardenbloemen uitgedeeld die ze mochten rondblazen. Een beeld van uitgezonden worden. Voor de kinderen prachtig, voor de koster achteraf minder. Maar zoiets visueels blijft hangen. Onze Pinksterdag was goed begonnen.