
Het was weer zover. Hadden we net met hulp van buurman Jans de hanenschaar opgeruimd en waren er slechts één jonge haan en 4 kippetjes over…. En toch… alweer een kip kwijt. Hoezo kwijt…? Ze kon natuurlijk gepakt zijn door een vos, maar ik achtte die kans toen klein. En een gezonde jonge kip ligt ook niet van de een op de andere dag dood in een hoekje. Nee… ik vermoedde dat madammeke weer ergens zat te broeden. Die kippetjes van ons, van het multiculturele soort zal ik ze maar noemen, waren oermoeders.
De haan was niet om aan te horen, meldde Marjan dat weekend nog. Die sliepen in hun camper vlak bij de kippen die ’s morgens vroeg uit de veren waren. Ik had het schorre gekraai ook al wel op afstand gehoord, maar ja… het was nog een jong haantje. Hij zou de baard nog wel in de keel hebben. Verder was het geen puber meer, maar gedroeg zich al wel als een echte sultan in zijn harem.
Wim mopperde natuurlijk al. “Laote wi-j dit hele spul toch oprumen. Dan hale wi-j een paar kippen bi-j een legbatterieë. Hebbe wi-j ok ’s winters eier net als Susan en Frans”.
Susan had haar drie kippen inderdaad bij een legbatterij in de buurt van Haaksbergen gescoord en had ook die winter drie eitjes per dag van Wendy, Barney en Tilly. Nee… geen extra verlichting in hun hok, gewoon zonder mankeren drie eieren per dag. Toen die van ons het lieten afweten in november duurde het tot eind februari voor er weer eitjes geproduceerd werden. Maar ja… Susan vertroetelde het spul wel met gekookte spaghetti in olijfolie. Wanneer ze hun rondje door de tuin hadden gehad lokte ze hen hiermee weer in de ren. Als ze de kippen riep kwamen ze er alle drie klapwiekend aanrennen.
Ach Wim had groot geliek. Maar ik hou toch wel van ons stelletje dat zo puur natuur hier op ons erf rondscharrelde. Stiekem hoopte ik dat de verdwenen kip later met een paar kuikens aan zou komen zetten. In gedachten hoorde ik Wim al foeteren: ”Dat zölt wel weer allemaole hanen wean.”
Natuurlijk mis ik mijn dierenspul… maar Wim nog heel veel meer… ja ook zijn gemopper…