Het is 7 oktober, nu 3 jaar geleden viel Wim zomaar om. Het is vreemd, de eerste tijd pep je je op. Natuurlijk miste ik hem heel erg, maar ik hield me vast aan de vele mooie en minder mooie belevenissen die onze band versterkten. Vorig jaar was ik op deze dag met Jan en Ria naar België en bezocht net op 7 oktober mijn Vlaamse vriendin José. Zij is jaren geleden ook haar man verloren. Een dag samen met iets extra’s.

Maar nu…? Is 3 jaar na mijn grote verlies nu zo anders? Is het nu net of ik hem echt helemaal kwijt ben? Mijn gevoel bewijst het tegendeel. Ik ben echt niet de enige die hier doorheen moet. Buurvrouw Erna kwam hier op dezelfde manier voor te staan. Gisteren was de uitvaart van haar man. Toen ik samen met Hennie en Pieter haar gingen condoleren herinnerde ze eraan dat Wim op dezelfde plotselinge manier heen ging.
Ik bedenk dat ik aan het Schoolpad genoeg afleiding had. Wat is mijn leven na die tijd toch veranderd. Hier nog een stukje over de zorgen van toen….
Oktober 2018–Ik begin me zorgen te maken over ons gras. Het gras bij de wei, het gras in de kippenren, het is een raar gezicht. Er zijn allemaal gangen net onder het oppervlak. Als je er overheen loopt zak je gewoon een beetje weg. Hele stukken zijn nu verdord, dat heeft ook met de droogte te maken. Alleen mollen kunnen het niet zijn. Af en toe vangt Wim er eentje en heel veel molshopen zijn er niet. Dus ben ik op internet gaan kijken. Ik kom tot de slotsom dat het woelmuizen kunnen zijn, maar waarom er juist het laatste half jaar zoveel gangen bijgekomen zijn. Dan sla je aan het prakkiseren. Wat doen we anders dan een jaar geleden? Ineens bedenk ik dat we vroeger per kip een handjevol gemengd zaad in de ren strooiden. En dan: op is op. De rest vinden de kippen wel in de tuin.
Ergens deze zomer hebben we een grote kippenvoerbak gekocht bij de Welkoop. Die vul je dan en heb je een aantal dagen, misschien wel een week, genoeg, zo dachten we. Ook gemakkelijk voor de oppas als we een paar dagen weg zijn.
Dan zoek ik verder. Woelmuizen en ander ongedierte houden van een beetje slordige tuin met veel dorre bladeren onder de struiken. En dan is het hier een paradijs voor ze, niet alleen voor de egeltjes dus. Overdag zie ik niets wat op ongedierte lijkt. Dan zijn ook de honden buiten. Maar om 7 uur is het donker, de kippen op stok of in de hulstboom en de honden zijn dan meestal binnen. Dan kan alles op de kippenvoerbak aanvallen. Die voerbak is ook aardig snel leeg, vond ik al wel. Zou dat?
Nu begrijp ik onze tantes die zo van een keurig omgespit tuintje hielden zo tussen de planten en struiken. ‘Höldt ‘t ongedierte weg’, ik hoor het tante Gerritje nog zeggen. Nee dat spitten tussen de planten ga ik niet doen, maar die voerbak gaat weg en ik ga weer op de ouderwetse manier voeren. Op is op, geen woelmuis krijgt mijn kippenvoer meer.