Zoals ingewijden weten mocht ik graag even een kringloopje aan doen- en nog-. “Ach”, zei ik dan, ”ik kom er op weg naar het dorp toch langs”. In Hengelo hadden we een buurvrouw, de vrouw van B B (Buurman Boet) die vertelde dat haar fiets vanzelf linksaf sloeg bij het ziekenhuis . Zo vaak lag haar man daar.
Nou mijn auto- of fietsstuur doet hetzelfde. Zonder dat ik het bewust plan ga ik automatisch richting “Het Goed” zoals onze kringloopwinkel heet. Ook voor Wim scoorde ik regelmatig een leuk shirt.
Wanneer ik dan met mijn buit thuiskwam liet ik zo’n shirt, een boek of een leuk stukje aardewerk graag door Wim bewonderen, maar met mijn eigen kleding was het anders. Dat wil je niet weten…. Wim zei ook altijd: ”Gooi eerst maar eens wat weg, anders past het niet meer in de kast”.
Dat leuke T-shirt of die broek kon ik soms echt niet laten liggen, maar lag dan thuis op de stapel te wachten tot het aan de beurt was. Als het dan zover was dat zag Wim bijna nooit dat het iets nieuws was. Soms toch wel…. en dan zei hij:” Nieuw shirt”? “Welnee”, zei ik dan, “die heb ik al zo lang”.
Diny is er net zo één. Soms moeten we elkaar helpen om onze garderobe uit te dunnen. Meestal gaat er dan een stapel naar Polen of Roemenië. Vaak gaat er ook een vest, T-shirt of broek met de ander mee. “Ach dat steet oe völle better, nem dat astoeblief mor met”.
Toen we jaren terug met onze nicht Berdena op een van hun bezoekjes aan de Nederlandse familie ook onze favoriete shop in Lochem lieten zien en gedrieën rondstruinden vertelde ik haar hoe we soms thuiskwamen met onze buit. “O”, zei ze lachend, toen we vertelden over onze kledingtruc en maakte het af. ”Later on when I’ve got it on Curtis says:”Aahh …something new”? “Ooh no… I ‘ve bought it a long time ago”!
Zijn alle vrouwen nu hetzelfde of is één en ander toch genetisch bepaald bij de Eggink-sisters?
