Daniel Lohues heeft eens in een tv programma gezegd dat hij het lied van Jules de Corte ‘Ik zou wel eens willen weten’ het mooiste Nederlands talige lied vindt. Wim Groot Nuelend wees me er al op. Daar kan ik in meegaan al vind ik zijn eigen liederen ook heel erg mooi. Ik hou van zijn gevoelige stem net als van zijn beschrijvingen rondom de plek waar hij weg komt, zoals hij dat zo mooi zegt. Alleen maar mooi, mooi, mooi….
Ik vraag me toch ook wel eens af: zou hij nooit vliegende mieren in huis tegen komen of zich verstappen in de gaten die molshopen achterlaten. Of zou er nooit een kip van hem zijn opgevreten. Ach… die heeft hij natuurlijk niet, hij is te vaak weg. Net als een hond. Hoeft hij ook nooit pillen of druppeltjes te halen tegen vlooien en teken.
Het was een paar jaar terug onze nieuwste jacht, de jacht op de vliegende mieren. Daar heb ik Daniel nog niet over gehoord. Ze zaten bij ons in de studio. Ze kwamen ergens uit een spleet vandaan en verzamelden zich bovenaan tegen het raam. Meteen kregen we de drang om de boel uit te roeien, want dat wil toch geen mens, vliegende mieren in huis. Ik heb er over gelezen. Eind juli, begin augustus is de tijd dat ze vleugels hebben om zich verder te kunnen verspreiden. Nou, die van ons hebben geen kans meer. Een klein deel had geluk. Die waren zo verstandig om de open deur naar buiten te kiezen. De rest ging zonder pardon allemaal in de stofzuiger. Niet een stuk of 10, nee honderden.
Een week lang hebben we toen alles wat te voorschijn kwam opgezogen. Alle voorkomende spleten in het hout ben ik toen nog even nagelopen met die lange smalle bek van de stofzuiger.
Na de jacht zaten Wim en ik bij de wei en genoten van alle natuur om ons heen aan het Schoolpad. Ik heb nog nooit zoveel verschillende vogelzang gehoord als dat jaar.
