Ik kan niet zeggen dat het leven aan het Schoolpad saai was. Bij het ouder worden doe je dingen op de automatische piloot. Ik hoef maar het woord sleutels te noemen en de verhalen vliegen je om de oren.
Na een overleg die dinsdag kwam ik thuis, zette mijn tas neer naast mijn redelijk vaste plek, keek meteen even naar de binnengekomen mailtjes en moest dan nodig naar de wc en snel ook. Ik had wat lastige kleren aan maar het lukte op tijd.
De volgende morgen was het tijd voor de boodschappen die we nog moesten halen voor Wim z’n verjaardag. Lidl, Boni, slager, och je weet wel… Ik wilde de sleutels pakken, maar ze hingen niet aan het haakje. Hoe kon dat nou weer? Ik had ze het laatst gebruikt, maar ze hingen er niet. We hebben alle plekken waar ik geweest ben gehad, heb wel 10 keer gekeken en kwamen tot de conclusie dat ze weg waren, echt weg weg weg. Gelukkig is er boven een zuinig bewaarde reservesleutel wel zonder alle extra’s zoals de automatische sluiting enz. Wim wilde meteen een nieuwe bestellen. ‘Och Wim laote wie’j noe eerst maor een dag wachten. Ie wet nooit hoe de nog te veurschien kump’. ‘Den kump niet, wie hebt alles al 10 keer afezocht’. We zijn er intussen allebei van overtuigd dat die sleutel in de wc pot verdwenen is. Ik had in de haast niet eens de lamp aangeknipt. Wim pakte ineens door, belde de garage en bestelde een nieuwe.
De eerste bezoeker die toen voor Wims verjaardag was Susan. Ze bracht lekkere geurdruppels voor Wim mee voor de sauna. Ze wist wat Wim kon waarderen en na de koffie stapte ze weer op. Op de valreep vertelden we onze stunt met de autosleutels. ‘Het ergste is dat ook de sleutel van het fietsenrek er aan zit, hoe krijgen we die weer open’. We probeerden alle kleine sleuteltjes aan de balk nog eens. Nee geen een leek op de bewuste sleutel. ‘Daar dan’, zei Susan, ‘aan de balk’. ‘Ja, dat is de reservesleutel’. ‘Nee… aan de andere kant van de balk, aan de kant van de voorkamer…’
Je hebt hem al door, daar hingen de vermiste sleutels. Tja, ’t is gebeurd, we konden hem niet meer afbestellen. ‘Wet ie wat’, zei Wim, ‘noe heb ie straks oew eigen sleutels’.