Een herinnering

Als we thuiskomen vanuit Hattem zien we een lege wei …. tenminste zo lijkt het. De lammeren zijn opgehaald en in plaats van 25 schapen en lammeren lopen er nu slechts de zes ooien, de moeders van het spul. Een paar roepen af en toe nog even naar de lammeren op afstand maar dat levert ze niks op. Rob had het al aangekondigd en vanmorgen zaten we voor het laatst met de hele kudde voor onze neus aan de koffie bij de wei

De vier Herdwicks komen nu als eerste naar me toe, nieuwsgierig kijkend of ik misschien iets in m’n handen heb waar ze belang bij hebben. Toch kregen ze allang geen extra’s, hooguit wat wortelloof of appelschillen. Als je ze goed bekijkt lijken ze niet op elkaar. De een heeft een veel smallere kop dan de rest, een schatje om te zien. Het is de moeder van het laatste rammetje, een deugniet die altijd door het gaas zit te vreten en daardoor al een paar keer er uit was en de weg terug niet kon vinden. Maar ook die twee Herdwicklammeren zijn met de andere lammeren mee. Dat spijt me. Alle ooitjes houdt Rob aan nu hij zoveel extra terrein heeft gekregen. Dat scheelt. Misschien zien we er volgend jaar een paar van terug.

Rob leefde zich in na de verhuizing van de lammeren. Hier waren ook de 15 fleslammetjes bij. ‘Dag papa en mama, hartelijk bedankt voor de goede zorg. Wij gaan de wijde wereld in’, mailde hij. En als pleister op de wonde: ‘Alle ooitjes mogen blijven’.