Een moes… een moes…

Ik kom net bij Alle en Anja vandaan en Dirk was er ook, onze kat. Sinds hij bij hen woont en verwend wordt ben ik niet meer in tel. En toch hebben we een paar leuke jaren met hem beleefd. We woonden nog aan het Schoolpad toen er een heel klein grijs ding langs mijn benen schoot richting kachel in de voorkamer. Ik had net de deur open gedaan want ik hoorde Dirk. ‘Ooooooh’, ik gaf van schrik een gil. Meestal wil Dirk dan naar binnen om een plekje te zoeken om te slapen, maar soms ook om zijn vangst te tonen voor hij die verorbert. Zo ook die keer, maar zijn vangst was er vandoor. Je bent een jager of niet… Dirk schoot er achteraan en had meteen dat kleine grijze muisje te pakken. In de gang werd die kundig verorberd. Alleen het allerlaatste ronde orgaantje liet hij altijd liggen voor de liefhebber. Dat veegde ik later gauw naar buiten.

Wim schrok altijd als ik schrik. ‘Gil dan ook niet zo’. Maar ja, een muis in de kamer deed mijn kindertrauma weer herleven. Buiten heb ik er geen last van, maar binnen!!

Het is niet meer zo erg als vroeger maar sinds zwager Ben me eens op de Boomgaard bij het zien van een muis op de tafel zag klimmen besefte ik dat het blijkbaar een vreemde reactie van me was. De oorzaak weet ik nog. Ik lag te ijlen in bed op de Haar. Ik had mazelen gehad en een bronchitis er achteraan. En ik weet zeker dat ik een muis de gordijnen in zag klimmen. Ik gilde net zolang tot er iemand kwam. ‘Een moes, een moes…’,riep ik. Tante Hermien was er net en had aardbeien met slagroom voor me meegebracht. ‘Och’, zei ze tegen mama. ‘‘t Kind hef koorts, dan ziet ze wel meer wat ‘r niet is’.

Maar ik wist beter….

Intussen kan ik zo’n mooi klein diertje met een zacht grijs velletje wel bewonderen. Alleen buiten… Gelukkig hadden we Dirk…