Ach… die familie van der Kolk. Wat heb ik veel met en bij hen gelachen. Vooral wanneer Wim in onze verkerings- en verlovingstijd op zee zat. Jammer dat ik vader Gerard nooit gekend heb, maar hij is zeker nooit vergeten.
Maar vader Gerard had meer kwaliteiten dan alleen zijn schildersvak of de muziek. Er werd ook toneel gespeeld, misschien bij de Chr. jonge mannenvereniging of de Chr. Vakbond, maar de jongens vertelden dat hij er goed in was net als zijn broer Anton.
Van Henry weet ik dat hij ook heel goed typetjes kan en Ben… wie hem kende weet dat hij van ieder verhaal een soort komedie maakt. Zo kon hij vertellen over Coba, een old wieffien, dat altijd maar breide en zoals hij het vertelde zàg je Coba voor je zoals ze liep te breien. Ook was het bekend dat wanneer ze zich onbespied waande ze regelmatig achter witte lakens in de tuin naakt aan het zonnen was. Neef Jan was toen al de humorist van de familie. Die zag, zittende bij zijn tante Siet aan de Dorpsweg, een bekende voorbijkomen die mank liep. Ik weet zijn naam niet eens, want meteen riep Jan dan: ’Kiek daor löp Mefiboseth ok’. Sinds die tijd bleef het Mefiboseth. Waarom? In de bijbel komt die voor met de zin: hij is aan zijn heup geslagen. Mank dus. En kwam het weer eens ter sprake, sprong Ben in de benen om voor te doen hoe dàt er uit zag.
foto: vader Gerard.
