Nu is dan het eerste jaar zonder Wim zichtbaar naast me voorbij. Een jaar van leven op de automatische piloot, zo noem ik het. Ik deed mijn ding en dat was goed. Alleen thuis zitten is het ook niet, wordt je nog verdrietiger van.
Maar nu? Aanvankelijk voelde ik me sterker worden, het werd lichter in mijn hoofd, net of er meer ruimte kwam voor andere dingen. Ik voelde me beter. Ik vroeg het maar eens aan anderen die in dezelfde situatie hadden meegemaakt, gelijkgestemden ook. Of ze dit herkenden misschien? ‘O nee, bij mij werd het tweede jaar nog erger’, kreeg ik als antwoord. Misschien komt het besef dat je echt alleen door moet. En dat is ook zo, alleen leef ik in een soort zeker weten dat Wim nog steeds om me heen is. Zou bij mij de klap wat later komen?
Ik weet wel dat bezigheid voor mij belangrijk is om me beter te voelen. Terwijl de een het huis helemaal op de kop gaat zetten was ik het liefst aan het schrijven. Het werken aan de beide boeken Ode aan Wim en Een reis door het leven rond de Familie Eggink heeft me goed gedaan. Beiden zijn een afronding van iets waardevols.
De avonden beginnen nu langer te worden en in het donker ga ik niet graag meer weg. Deze week had ik een mooie avond met buurvrouw Ineke, die ook alleen is. We keken samen de ooit bekroonde film As it is in heaven. Zegt dat jullie nog iets? Elf jaar geleden kregen we die in de vakantie mee van Jan en Jannie. In de caravan in Engeland keken we ’s avonds graag een dvd’tje. Met de hele serie van James Herriot en ook deze schitterende film kwamen we de avonden wel door.. Toen dat mooie lied laatst ter sprake kwam bij Ineke dacht ik aan die film. ‘Zal ik die film nog eens vragen?’, stelde ik haar voor. ‘Dan kom je maar eens een avondje bij mij en kijken we die samen”. Ik vroeg Jannie om die nog een keer te mogen lenen. En zo zaten Ineke en ik deze week een avond gezellig voor de tv deze film te kijken. En ik wist meteen… dat moeten we nog eens vaker doen.
