Met genoegen…

Zo leuk om even terug te kijken. Op dat moment  in 2016 hadden  we 6 fleslammeren, vijf Schoonebekertjes en één Drentje. Het voederen ging niet helemaal vanzelf. Het is net als met baby’s, de ene drinkt vlot, een andere laat telkens los, weer een andere danst rond tijdens het drinken. De melk spetterde zo alle kanten op. We hadden er een bij, we noemden haar Witje omdat ze helemaal wit is. Maar soms vroeg Wim  welk lam hij onder handen had: ’Is dit soms het hoestertje?’ Dat kwam omdat die zich altijd wat verslikte. Ze zou eigenlijk maar twee keer per dag melk nodig hebben maar vanwege dit verslikken gaven we liever drie keer een kleinere hoeveelheid. Ze begon het trouwens wel te leren. De grootste, een flinke ram, was al heel wat mans. Die wierp zich ogenblikkelijk in de opening van het hek als je die voorzichtig openmaakte. Ikke eerst. Ach vooruit maar, dan was je van het gezeur af. Vlak ook de kleine ram niet uit, een mengsel van Schoonebeker en een vleesras. Die had een sterke overlevingsdrang en wist hoe hij de restjes moest krijgen, altijd hongerig.

Het kleine ding, het Drentje was het lievelingetje van Maurice. Het had een bijzondere tekening: een dassekopje en een bruine buik, schijnt bijzonder te zijn. Het was de grappigste van allemaal en de slimste. Als we met de flessen aan kwamen glipte ze zelf al door een opening in het schapengaas, dat ging nog net. Haar moeder was een entertje, een jaarling. Meestal krijgen die maar één lam, maar deze had er twee. De natuur regelt het zo dat ze er maar één accepteert omdat ze twee nog niet aankan en dan zouden beiden verpieteren.

Ik had nog geen foto van die kleine. Dus vroeg ik Wim: ’Hol dat kleine ding es effen vaste. Dan maak ik d’r rap een foto van’.

Och… het hield ons even van de straat….. en met genoegen.