Over foto’s en herinneringen

‘Maar… we hebben de foto’s nog’. Het is maar zo’n kreet als een tijdperk afgesloten is. Zo is het ook met de herinneringen aan onze tijd aan het Schoolpad met alle dieren die we in die jaren om ons heen hadden. Een ervan was Suze, ooit genoemd naar ons nichtje in Canada. Onze Suus van er een van een drieling die we alle drie opgehaald hebben ergens achter Oosterhesselen, alledrie fantastische muizenvangers. Zij heeft de rest overleefd en zorgde een paar keer voor nageslacht zoals Loeder die totaal niet op haar leek. Dat was een dikke zwarte, waarschijnlijk te danken aan een kater uit de buurt.

‘Ga maar naar buiten, naar buiten Suus, naar buiten Loeder’, hoorde ik Wim zeggen tegen de beide katten toen ik die morgen de trap af kwam. Loeder en Suze hadden net hun ochtendhapje uit een kuipje verorberd en werden dan meteen weer naar buiten gebonjourd door Wim. Hij praatte ook altijd Alg. Nederlands tegen de katten, tegen Storm en zelfs tegen de kippen. De benaming ABN is tot mijn tevredenheid eindelijk omgezet in AN. Het was net of streektalen niet beschaafd zouden zijn, dus hebben ze nu de B- van beschaafd- er buiten gelaten. En zo hoort het. Overdag hielden we de katten het liefst buiten. Hun territorium was de schuur en muizen vangen was hun taak. Toch zat Suze altijd op haar kans te wachten en verschanste zich tussen de laarzen in het gangetje tot de kamerdeur open ging Bij mij hadden ze wat meer ruimte, ik had ze graag om me heen als ik m’n krantje las. Loeder mocht zo graag op de printer liggen als ik achter de computer zat. Suze zat graag op de leuning van je stoel en ’s avonds lag ze bij Wim op de bank met haar voorpootjes op zijn bovenbeen, lekker warm. Zelfs als we aten moest ik lachen om die stiekeme kattenkopjes die op afstand zaten te wachten op een kansje iets mee te kunnen pikken. Storm bleef nooit op afstand. Hij zat tussen ons in als we aan tafel zaten in afwachting of er wat per ongeluk viel.

Ik weet het, wij hadden een huishouden van Jan Steen, maar ik genoot ervan. Die vrijdag bracht Wim een gebakken visje, wat zeg ik… VIS, mee van de markt en wij gingen er meteen maar even voor zitten. Ineens zag ik het kleine kopje van Suze aan de overkant van de tafel verschijnen. Die had ook vis geroken. Je snapt al dat ze met ons mee mocht doen, zij het met de restjes…

Je merkt het al… de heimwee naar vroeger begint weer toe te slaan….