Je snapt dat dit al even terug is—-:
‘Waor he’j mien kamme elaoten?’, ging het. Wim had overal z’n vaste plekken voor, in dit geval bovenop het badmeubel. Ik dacht even diep na en ik wist het weer. Ik had een van de twee meegenomen naar het zwembad want ik wist niet zeker of ik mijn borstel wel ingepakt had. Maar of ik die kam nu in een tas had gestopt of in een jaszak… ik was het even kwijt.
De vorige avond had ik even een mes nodig om oase in stukken te kunnen snijden en dat gaat erg goed met het vleesmes. Wim was net terug en warempel daar hoorde ik al: ’Waor he’j et mes neereleg?’ Ik had geen idee. Misschien op de tuintafel, maar kan ook op de plantentafel of het kastje naast de deur of bij de vuilnisbak toen ik de restjes weggooide. ‘Of he’j em soms met enommen naor de w.c? ’, want ja… als ik ineens nodig moet…. Wim vond hem niet buiten. Ik wist het ook niet meer. Morgen maar kijken, maar waar nu toch die kam gebleven is?
Maar niet alleen voor de zaken die ik heb gebruikt, verlegd of meegenomen, moest ik rekenschap afleggen, maar alles wat Wim niet zo gauw wist te liggen, vroeg hij gewoon. ‘Waorumme zal ik toch zuuken as ie et weet te liggen’. En daar zit wat in.
Wims moeder was er gemakkelijk in. Zo gauw er iemand vroeg: ‘Moe, waor bunt mien schoene?’, was het gegarandeerde antwoord: ’In ’t schoene kastje’. Hetzelfde gold voor brillen, zakdoeken, boeken, pennen enz. Ze had er ook geen tijd voor om de spullen voor haar jongens te zoeken. Wat schoenen betrof kon Wim er soms lang naar zoeken. Piet en hij hadden dezelfde maat schoenen. Alleen Wim poetste ze. Wanneer hij ze aan wilde doen waren ze dus weg, foetsie… Als Piet eerder op pad ging nam hij gewoon de schoenen die er het mooiste uitzagen. Hoe zou hij dat nu in Frankrijk gedaan hebben, vraag ik me dan af….?
