Te slim af

Het duurde even, maar ze waren ons toen toch weer te slim af. Rob stuurde die morgen net een berichtje dat zijn stagiair de afrastering van de wei zou komen repareren. Pa zou zeggen: vrochten, maar ik denk dat de meesten van jullie dat woord niet kennen. Net als die middag een tijd terug toen we samen de nieuwe expo hadden ingericht. Het gesprek kwam op namen voor vogels en ze vroegen zich af wat toch een geiteling was. Eigenlijk zeiden ze gaiteling. Was dat misschien Twents? En ze keken mij daarbij aan. Ik kon ze vertellen dat het een gieteling is, een merel. Hoe ik dat wist. Ik zei: ‘Opoe noemde hem al zo’, zoals ik zoveel van opoe leerde.

En wie me te slim af waren? Een paar schapen. Ze vonden het gras aan de andere kant van het gaas groener. Een ooi liep er zonder de lammeren, die stonden aan het gaas te kijken. Met het bekende gele bakje lokte ik de ooi weer naar het hek en deze familie ooi was weer verenigd. De andere uitbreekster had haar lammeren bij zich en liet ik maar want morgen worden ze waarschijnlijk ook weer omgeweid. Ik vulde in elk geval de waterbak maar.

Toen het ging schemeren keek ik nog even. Nu liepen dezelfde uitbrekers weer aan de andere kant.

De rust is weergekeerd. Bean kwam en heeft de afrastering nagelopen en hersteld.

Foto: nog even een foto  van deze trotse moeder ooi met haar lammeren!