Dat was de oplossing voor ons zo’n 20 jaar geleden. Het werken met eigen schapen werd wat te zwaar. Vooruit wat fleslammetjes kon nog wel, maar niet meer de bevallingen, de maden, pootjes met rotkreupel. Fleslammeren kostte ook wel enige energie maar dat kon ik zelf nog aan. En met het halen en brengen stond Wim altijd klaar, zodat Robin eens zei toen we weer op pad gingen voor een flessenlam: ‘Opa moet wel erg veel van je houden dat hij dat allemaal voor je doet…. Het was voor ons een welkom aanbod van Rob dat hij graag schapen in onze weitjes zou willen laten grazen. Helemaal goed. En af en toe een flessenlam kwam er dan ook wel bij…
Zo… in 2015…’Met Rob…’, klonk het gistermorgen. ‘Ja Rob met Hetty’. Het werd even heel stil aan de andere kant van de telefoon. Het was ook nog vroeg en dan is er meestal wat aan de hand. Net of hij z’n adem inhield. ‘Rob, je hebt er een tweeling bij’, kon ik hem melden. Ik kwam net uit de wei en had de net geboren lammeren ontdekt. ‘Oo.., ik was al bang dat er weer een schaap dood lag’. Hij zuchtte even van opluchting, leek het mij toe, maar dat kan ik me verbeeld hebben. ‘Maar het spijt me voor jou, het zijn wel twee rammetjes’. ‘Nou dat vind ik in dit geval juist wel mooi’, zei Rob, want die bonte is mijn mooiste ooi en daar heb ik ook graag rammen van.’ Dat klinkt dan weer goed.
De grote tweeling waarvan de moeder deze week dood in de wei lag doet het gelukkig goed en ze zijn vandaag voor het eerst weer gewoon bij de anderen in de wei. Vanavond riep ik ze voor hun flesje en warempel… ze kwamen mijn kant op. De anderen trouwens ook want als ze me zien kijken ze of ik soms iets eetbaars in m’n handen heb. Je weet maar nooit….
De nieuwe tweeling is nog zo klein, maar ze doen hun best en de moeder ook. Wim zag dat moeder en kinderen vanavond de warme stal opzochten.
