Laatst vroeg ik aan Erna hoe Bram en Mies toch aan hun namen kwamen. Zeker Abraham is geen gewone naam in onze familie. Ik dacht even dat opa in die tijd fan was van Abraham Kuiper, maar kon me daar al niet zoveel bij voorstellen. Nee, Bram was naar een Lochemse dominee genoemd waar opa en opoe veel respect voor hadden. Hij was ook nummer 10 en dan zijn de Herman, Hendrik, Hendrika’s en Johanna’s wel aan de beurt geweest. Toch kreeg Bram een tweede naam: Lambertus. Hij was ook vernoemd naar een geliefde oom die zelf geen kinderen had. Toen hij in oorlogstijd in Duitsland er op aan gesproken werd dat hij wel joods zou zijn, kon hij meedelen dat hij ook Lambertus heette. Mies was naar de vrouw van Lambertus genoemd: Wilhelmina.
Toen Erna hoorde dat we na dit bezoekje naar de Lebbenbrugge zouden gaan meldde ze dat daar nog een ouderwetse kar stond van deze oom Bertus en tante Mina Teerink, die ze aan dit mooie museum schonken.
Wij dachten dat het deze wel zou moeten zijn.
