Mijn allereerste kennismaking met Hattem dateert uit 1958. Ik was vijftien. Samen met Gerke ging ik logeren bij haar oom Jan en tante Bei. Oom Jan was de broer van onze oom Sjoerd, de kleermaker. Hij kon prachtig vertellen over een ridder, Heer Diederik. Tante Hermien liep niet zo met hem weg, want hij gedroeg zich soms alsof hij daar aan de Stationsweg nog thuis woonde. Als hij het koud had greep hij gewoon een trui van broer Sjoerd uit de kast. Tante Bei was vroeger verpleegster geweest en was een heel slank, bijna fragiel vrouwtje, maar heel hartelijk. Ze liep altijd op hoge hakjes.
Ze vertelde tijdens onze logeerpartij dat ze vroeger in de verpleging die hakjes eerst niet mocht dragen. Ze liep echter zo slecht op platte schoenen dat het toch toegestaan werd. Het zou me niet verbaasd hebben wanneer ze een freule geweest zou zijn.
In de grote vakanties kwam de familie vaak met de fiets naar Vorden. Ze logeerden dan bij opa en opoe Aartsen. Die woonden vlakbij de kleermakerij aan de Julianalaan. Deze keer gingen we dus met hen mee op de fiets.. We fietsten over Deventer, daar gingen we de brug over en verder over de Werverdijk langs de IJssel naar Hattem. Jan Gerrit was net zo oud als wij, Hans een paar jaar jonger.
Ik kan niet anders zeggen…het was een gezellige logeerpartij.
Die zondag zouden we ook mee naar de kerk, alleen… Gerke voelde zich niet lekker. Tante Beitske bleef bij haar thuis en ik ging met oom Jan en de jongens naar de grote Hervormde Kerk. Op een gegeven moment kwamen ze onverwacht in de benen. Ik haastte me om ook te gaan staan, maar nee… dat was alleen voor de mannenbroeders. Ik schaamde me natuurlijk, want ik dacht dat iedereen naar me keek. Het was ook de eerste keer dat ik met een gastenboek te maken kreeg. Het werd verondersteld dat Gerke en ik daar iets in zouden schrijven. Het kostte toen enige zweetdruppeltjes, maar het is gelukt!
Het was al met al een leuk uitje en Hattem heeft een goede indruk achtergelaten. Toen ik 4 jaar later op de Kweekschool m’n diploma had gehaald en ik nog aan het denken was of ik wel of niet verder zou gaan voor de hoofdacte, belde oom Jan. Er waren drie vacatures op de Van Heemstra school waar hij ‘Hoofd’ was. En of ik zin had om te solliciteren.
En zo is het dus gekomen. Anders zou ik Wim nooit ontmoet hebben en zou mijn leven er zeker heel anders hebben uitgezien.
Foto:
In 1964 nam ‘oom Jan’ afscheid als hoofd van de van Heemstra school in Hattem om inspecteur van het Chr. Onderwijs in Gorkum te worden.
Dit jongetje heette ook Gerhard. Dat bracht me toen ik in verwachting was op het idee om Gerard naar Gerhard om te buigen wanneer het een jongetje zou worden! In Vorden kende ik maar één Gerard en die liep altijd met dikke snotterbellen onder z’n neus!!
