De Pippies zijn boos…

We hebben genoten van ons leven in ons boerderijtje aan het Schoolpad met alle dieren, de weitjes en een lap tuin. En Wim die van huis uit geen dieren gewend was, nou ja behalve op de dag dat de koeien naar Homoet gebracht werden, deed net zo enthousiast mee. Ook de tijd dat hij zich tegen zijn moeder liet ontvallen als hij moest helpen in de groentetuin: ’An een bloempot heb ik later genog’, lag ver achter hem.

Ik neem aan dat hij dat niet alleen voor mijn plezier deed al ontlokte dat Robin eens de opmerking: ‘Wim moet wel veel van je houden dat hij dit allemaal voor je doet’, wanneer ik weer zo nodig een flessenlam ontdekte op Marktplaats en hij trouw meeging om die op te halen. Nadat hij ouder werd en met pensioen ging wilde hij niet meer het hele jaar voor schapen moeten zorgen. Om de pootjes bij te knippen was al een karwei op zich, maar ja… fleslammetjes die toch in september weer weggingen… vooruit dan maar. Hij was wel blij dat we later zomers de schapen van Rob in de wei kregen. Je weet wel: alleen de lusten, niet de lasten. Tot aan de verhuizing hebben we er enorm van kunnen genieten. Ja Wim ook… echt wel.

Die keer waren de Pippies  boos. Het zijn de kleine Gotland pels lammeren, een van oorsprong Zweeds ras. Ik begon langzamerhand hun porties melk wat te verminderen. We gingen afbouwen, over een dag of 10 moesten ze het met alleen gras en brokken doen.

Voor het eerst kregen ze die morgen ieder slechts één volle fles. Met wat moeite kreeg ik ze daarna de wei weer in. Eenmaal in de wei liep ik dan met gezwinde pas een stukje richting stal. Ze volgden altijd. En dan moest ik maken dat ik als eerste terug bij het hekje was. Dan gauw open, snel er door en sluiten die hap. Ik was ze voor en uit frustratie sprongen ze hoog tegen het hek op. De twee grote fleslammeren gedroegen zich net zo toen de melk minder werd maar nu zien ze lijdzaam toe hoe die kleine opdonders, de Pippies, wel melk kregen en zij niet meer. Lange tijd waren de restjes voor de grote fleslammeren  als de Pippies uitgedronken waren maar dat was al niet meer het geval. Die maken alles schoon op.

Meestal dropen ze, beiden Hollands welvaren, teleurgesteld af richting stal om toch maar even een paar happen brok te pakken. ‘Ze zien er goed uit’, zei Rob toen hij de anderen op kwam halen en dat deed dit schapenmoedertje toen goed.