Talenten

Ik heb heel wat neven en nichten, zowel van vader- als moederskant. Soms denk ik er wel eens over dat ze allemaal zo verschillend zijn. Ze hebben allemaal hun talenten en eigenaardigheden. De technische talenten van opa Eggink zijn uitgestrooid over al zijn kinderen èn kleinkinderen. Ik ben er qua technisch inzicht bekaaid van afgekomen. Maar ik zie het zeker behalve bij oom Bram terug bij de neven Anton, Jan, Joop en Wim, Charlie en waarschijnlijk veel meer, want de neven uit De Steeg ken ik niet zo goed. Die zagen we alleen bij de verjaardag van opoe of opa. Dan kwam er een soort jeep, tenminste zo herinner ik me dat, met de familie van Koos en Heintje.. Zij woonden net als Gijs en Mies in de Steeg. Hoe we met z’n allen in dat huis pasten weet ik niet meer, wel dat we alles mochten van ome Jan. Zo mochten we vanuit de hilde in een berg hooi springen. Er is zelfs nog een film van gemaakt terwijl de ouderen toekeken. Totale gezelligheid. Eefje, Wim Groot Nuelend, Herman uit de Steeg en ik waren van dezelfde leeftijd. Er werd flink om de boerderij gerausd. Voor ik naar Hattem vertrok in 1962 ben ik nog op bezoek geweest in De Steeg. Ik weet nog dat tante Heintje vertelde dat ze het avondeten het mooiste moment van de dag was wanneer ze met alle kinderen om de tafel zaten en ze over hun belevenissen van die dag vertelden.

Opa schreef graag en dat zag je ook terug bij Dina die creatief was met dichten en toneel. Iets van dat schrijven zit er ook bij mij in en creativiteit bij veel meer. Ik denk hierbij aan Hanna die met een grote rol stof voor alle zussen leuke jurken maakte met verschillende patronen.

Gerrit, één van de kinderen van Heintje en Koos werd kunstenaar zo vertelde het artikel in de Rhederkrant, attent doorgestuurd door Harry. Ik wist alleen dat hij tekenleraar was geworden maar dit artikel bracht meer aan het licht. Ik herkende in de beschrijving ook iets van het eigene van opa Eggink. Jullie ook?

————–

Voor een lintje had Gerrit bedankt, maar dat hij De Rhedenaar kreeg, vindt hij niet meer dan terecht.

Een gemeentelijke onderscheiding is voor mensen die zich binnen de gemeenschap verdienstelijk hebben gemaakt. Dat heeft hij gedaan, dus dat vond hij wel terecht. ‘Ik ben altijd actief in mijn eigen omgeving, loop rond om te kijken of alles in orde is.’, zo vertelde hij. ‘Ik denk dat ik dat van vroeger heb meegekregen. Ik kom van de boerderij en daar liep ik ’s ochtends altijd even rond om te kijken of alles nog goed was. Het is jouw terrein, daar voel je je verantwoordelijk voor. Ik wel tenminste.’

‘Als ik wandel in de omgeving, pak ik soms dingen die ik vind op om er later iets van te maken. De alledaagse dingen interesseren me. Als je die eruit licht en het verhaal erachter laat zien, dan worden die gewone dingen heel bijzonder. Ik zoek het verhaal, verzin er soms wat bij en ga dan op zoek naar een vorm. Dat verzinnen mag ik doen als kunstenaar.”

Verheven, elitaire kunst interesseert hem niet. ‘Met mijn boerenachtergrond heb ik nooit een opvoeding in de kunst gehad. In je eigen omgeving is zoveel te zien, je hoeft echt niet op vakantie naar Thailand. Ik heb ook de Dingenpartij opgericht. Ik geef lezingen over dingen, zoals Tomado-rekjes of de fietsbel’. ,’Je staat nooit stil bij de werking van een fietsbel, maar het is een fantastisch ontwerp. Met een duimbeweging van twee centimeter zet je een wonderlijk mechanisme in werking, waardoor er een geluid ontstaat. Ik vind het ook mooi dat zo’n fietsbel symbool staat voor een tijdperk’, zo vertelde Gerrit.. ,,Het is mechanisch en ontwikkeld toen de fietsen luchtbanden kregen. Daardoor hoorde je ze niet goed aankomen en werd een bel verplicht. Als je je erin verdiept, krijg je een verhaal waardoor dat gewone voorwerp ineens veel meer gaat leven.”

Bij de Action en de Blokker heb je heel veel dingen. ,,We worden overspoeld door dingen. Het is de kunst om daar met respect mee om te gaan, anders wordt het heel snel afval. Ik heb nagedacht over wat nodig is om van een ding te gaan houden en één criterium is dat je er een band mee opbouwt. Daarvoor is het nodig dat het lang meegaat. Het moet ook authentiek zijn, iets van jouw cultuur weergeven. Zonder in nationalisme te vervallen: vroeger had elk land zijn eigen herkenbare automerken. ,,Je wist meteen of je een Franse of Zweedse wagen zag rijden. Nu auto’s zijn gemondialiseerd, kan je jezelf er moeilijker mee identificeren. Ik heb trouwens zelf een oude tweedehands auto gehad waarvan de spiegel kapot was gegaan toen ik met onze kat snel naar de dierenarts moest. Ik heb die spiegel geplakt met tape. Daardoor kreeg ik nog meer een band met de auto. ‘Er zat een verhaal aan de spiegel. Veel later heb ik de auto naar de sloop gebracht en zou ik er vijftig euro voor krijgen. Ik heb die sloper toen het verhaal van de kat en de spiegel verteld en vond dat de auto daardoor meer waard was. Gewoon, om eens te kijken hoe hij reageerde, maar hij vond het een raar verhaal en mij waarschijnlijk gek.’

‘Ik hou ook van theater. Zo had ik ooit eens een voorstelling waarmee ik wijkcentra afging. Ik speelde daarin zelf de rol van de wethouder die moest beslissen of Velpse volkshelden wel of niet vernoemd zouden moeten worden in een nieuwe wijk. Mensen konden zelf ook meepraten. Kennelijk vonden ze het wel realistisch, want na die tijd vroegen ze aan mij: ‘Wethouder, komen die straatnamen er nu?’”

Foto: Met Diny bij tante Heintje. Ze laat ons haar nieuwste achterkleinkind zien….