Deze hobbel van herinneringsdagen is voorbij. Na het dankbare gevoel op onze 60e trouwdag kwam een andere herdenkingsdag. Ik ben nog nooit zo verdrietig geweest dan deze dagen rond de sterfdag van Mark. Toch is het al 8 jaar geleden. De eerste paar jaar waren ook heftig, maar daarna waren we bezig met het herstel van Wim, waren blij met de kleine dingen en veel aandacht. Zo raakte het verdriet wat naar de achtergrond.
Nu Wim er niet meer is en de eerste rouwperiode voorbij is wordt het verdriet om Mark ineens heel heftig. Hoe dat kan? Ik hoef maar aan hem te denken of de tranen stromen alweer, of ik dat nu wil of niet. Wat zit een mens toch ingewikkeld in elkaar. Is dat omdat zowel Wim als ik ons verdriet voor elkaar niet teveel wilden laten zien?
Ik zoek de afleiding in de dagelijkse bezigheden buiten de deur, zwemmen, boodschapje, met Susan ons rondje, zondag de kerk, Ria op maandagmiddag, schilderen eens in de 14 dagen enz. Ik probeerde maar eens om naar de uitstrooiplek te gaan in het Oeverse bos, ben ik lang niet geweest. Ik kon het niet…
Maar niets is toeval, ik kreeg deze week een paar bezoekjes die me erg goed gedaan hebben. Kon alles zeggen wat me bezig hield. Dank daarvoor! Een tip: leegte is een wat beladen woord, maar ruimte daarentegen voelt beter. Die ruimte moet ik zien te krijgen.
Toen ik dan ook nog een mail las van een vriendin van precies een jaar geleden, werd dat opnieuw een opening. Zij benoemde het verschrikkelijke als: Er kwam een eind aan Marks pijn… En zo was het ook. Ik wilde hem niet missen, maar dit moet ik hem ook gunnen. Het is net of die ’leegte’ in mijn hoofd en hart verandert in ‘ruimte’.
