Voorjaar aan het Schoolpad

‘Kiek, ik zie wat zwarts’, meldde ik Wim, het kleine haantje was er nog. Dacht ik toen dat de kippen in de rouw waren omdat het kleine haantje er niet meer bij was… niets was minder waar. De kloek had er gewoon genoeg van. Klaar is Kees, het broeden en verzorgen van haar slechts ene kuiken was afgerond en hij moest zich nu zelf redden. Ik zag hem onder de struiken rondscharrelen, soms in de ren bij de nieuwe kippen. Het was echt klaar met de zorg. Moeder ging zelfs ’s nachts op een andere plek, de schutting heeft ze weer uitgekozen als favoriet.

Het ging alleen een beetje mis met het bereiken van de plek. Ze probeerde via het vogelhuisje al fladderend de schutting te beklimmen. We zagen het vanuit de kamer gebeuren. Klats, het vogelhuisje viel om. En daar zat net weer een nieuw nestje in wording in. Voorzichtig zette ik het weer overeind en keek even achter het deurtje. Acht eitjes waren tegen het deurtje aan gerold en de koolmees zat stijf op het nest. Ik rolde heel zachtjes de eitjes één voor één naar moeder Koolmees met de wens dat ze die weer onder zich zou schuiven. Ik zette meteen het hokje klem zodat het bij een volgende fladderpoging niet om zou kunnen vallen. Opoe Bijenhof die me ooit de regels omtrent vogelnestjes bijbracht zei altijd als ze me optilde om samen eens in zo’n merelnestje te kijken: ’ Ssst zachtjes heur, ie mag zon nestje niet verstoren. Dan kump de moder niet weer en dan gaot die kleine veugeltjes allemaole dood’.

En toen? Ik had er die keer weinig vertrouwen in. De volgende avond zag Wim het. De koolmees vloog weer in en uit. Op hoop van zegen. En de moederkloek die geen kloek meer was en ook de bijbehorende klokgeluiden niet meer maakte? Ze had intussen haar taak van eieren produceren weer opgepakt. De volgende avond zag ik haar zitten, samen met de ander twee in de hulstboom, het haantje had zich stijf tegen haar aan genesteld. Vooruit dan maar…