Ik ben fan van Wim Daniels. Hij schreef ooit Dingen voor Daan. Het gaat over de belevenissen van een jongen van een jaar of 15/ 16, over verliefd worden en alles wat er bij komt. Zo grappig geschreven. Ik dacht nog… als je pubers aan het lezen wilt krijgen moet je ze dit laten lezen. Ik las toen al eens een stukje voor aan het eind van een les. En ja hoor de bibliotheek kreeg er klantjes bij… Toen kwam Daniels met het oog op Vaderdag met speciale boekjes op naam. Ik kreeg een idee. En zo kwam het….:

‘Wat is dat veur pakje?’ Wim bracht die keer een klein plat pakje mee vanuit de brievenbus. Het was aan mij geadresseerd. Ik wist wat er in zat en het was niet de bedoeling dat Wim het al zou zien. ‘Och.. gewoon… een boekje.’ ‘Een boekje? Zeker iets zweverigs?’, merkte hij op . Vond hij blijkbaar iets voor mij.’ Maar ik kon hem antwoorden: ’Nee heur, integendeel.’ Toen had hij door dat ik het er verder niet over wil hebben. Misschien met Vaderdag voor de boeg wist hij dat zijn nieuwsgierigheid niet beloond ging worden.
Zondagmorgen was het zover. Hij zat gedoucht en wel achter de kwark met vruchten toen ik hem het pakketje gaf met de opmerking: ’Ie bunt mìèn vader wel niet, maar wel de vader van onze kinder’. Meteen kon er een glimlachje af. Toen hij het boekje uit het pakje schoof zag hij de titel en toen glom hij helemaal. ‘Lang leve Wim’, heet het kleine boekje. Wim Daniëls schreef het, net zoals hij dat ook voor Jan en Kees deed. Alles over Wim, Wimmie, Wimke enz. werd erin beschreven. Eigenlijk dacht ik toen ik de inhoud van het boekje bekeek dat het meer een boekje voor mij was, maar Wim keek er zo van op en begon meteen te lezen. Enig commentaar moest er nog wel komen. ‘t Geet alleen aover Wim en niet aover Willem’. ‘Mis, kiek maor es goed’.
‘Tja… voor mij is hij altijd Wim geweest, al heet hij inderdaad voluit Willem, genoemd naar zijn opoe Willempje van der Kolk- Neuteboom. Bij Stork en later bij Holvrieka was het Willem, anders kwamen ze in de war met Wim Seldenthuis. Ik weet dat hij als klein jongetje in de buurt ook wel Wimmie genoemd werd. Toen we ooit een keer op Koninginnedag in Hattem voor het stadhuis stonden, Wim als volwassen man met Gerhard op de schouders, werd hij zo aangesproken door z’n oude buurvrouw. ‘Och Wimmie, wat mooi dat ik oe hier tegenkom’.