Cowboy Bill

Vanaf 1988 kwamen we al in Engeland en al gauw doorkruisten we heel Groot Brittannië. We waren meteen verknocht aan dit land. Waarom? De vriendelijke en behulpzame mensen, hun humor en de prachtige natuur. In de beginjaren spraken we af: één kasteel, één kerk en één tuin per keer.  Zo kwamen dat jaar via Warwick Castle , Stratford upon Avon en Durham Cathedral in Northumberland. We verbleven op een piepklein campinkje bij boer Bill. De ene ster die ze misschien zouden krijgen was voor de kraan, de afvoer van het chemisch toilet en het prachtige landschap. We zouden 1 of 2 nachten blijven, maar het werd een hele week. Boer Bill zei dat hij soon would get his buspass ( 65 worden)! ”And we don’t even have a bus. Ha ha!” In het dichtbij gelegen Otterburn was een Woollen Mill zoals in zoveel andere plaatsen in Noord Engeland en Schotland. En hier ontdekte Wim een onmisbaar hoofddeksel : een regenhoed van een soort waxstof. Daar was hij helemaal content mee. Die hele week droeg hij hem of het regende of niet. We hadden al veel gezien in de omgeving. Zelfs maakten we een tochtje met de boot naar de Farne Islands, het was helemaal geweldig. We zagen puffins en de zeehonden, wat een mooie natuur! We legden even aan op een eilandje om iets te gaan bekijken. Ik waagde me er niet aan want de sternen doken op je hoofd wanneer we langs hun talrijke nesten liepen. Wim trok er zich niks van aan, hij had zijn hoed op. Toen de boot vast kwam te zitten hees de kapitein ons persoonlijk van de ene boot naar een andere kleinere boot. Het was lachen.

Op aanraden van boer Bill maakten we ook nog een autotochtje om het Kielder Water en bezochten daar een Visiters Centre. We liepen richting dat Centre, Wim in vakantie outfit mèt hoed en ik hoor achter me een jongetje tegen zijn moeder zeggen: “Is that a cowboy, mum?” Dat zou je toch zomaar geloven…