-10 jaar geleden- Een van onze Texelaars met haar lammeren, een heel ander soort.
Ga je je niet hechten aan die lammetjes’, wordt me regelmatig gevraagd. Natuurlijk doe je dat, maar je weet dat ze hier niet blijven. Ik heb indertijd met Wim afgesproken om zelf geen schapen meer aan te houden. Het bleek te inspannend om de verzorging en dan met name het hoefjes knippen te blijven doen. Als hij er één te pakken had en op de rug had gelegd dan stroomde het zweet van hem af. En die Texelaars die we hadden, is een stevig ras. Nee… dan maar fleslammeren in het voorjaar die in september of oktober weer verkocht zouden worden. We hebben er altijd veel plezier aan beleefd. Dit jaar werd de topper. Van de elf lammeren dartelen er nu 10 in de wei rond. Sinds gisteren lopen alle schapen en lammeren bij elkaar, 21 in getal. Zo’n mooi gezicht. Maar telkens als ik in de buurt kom of als er eentje mijn stem hoort komen er 10 al blèrend op de afrastering af in de hoop dat er nog iets te beleven valt aan fles of brokken. En steeds komt de kleine bonte voorop. Dat was een speciaal geval. Rob bracht er twee die niet wilden groeien. Ze konden de hoeveelheid die ze nodig hadden niet verwerken. De ene legde het loodje na een paar dagen. De andere, de kleine bonte, kreeg wel te weinig maar ontwikkelde zich goed. En toen hij eenmaal de brokken had geproefd veranderde er iets. Toen hij wat meer brokjes kon verwerken was het net of hij ook gretiger werd met de fles melk. Ineens waren de klachten verdwenen, net als bij baby’s die darmkrampjes hebben in het begin.
‘Ik zie geen verschil tussen de gewone lammeren en de fleslammeren’, zei Rob pas. ‘Ze zien er top uit’. Tja… daar groei je toch van als pleegmoeder. Niet voor niets bezig geweest!
