Deze twee waren het altijd met elkaar eens, ze kunnen door één deur, zeggen we dan. We woonden nu al 25 jaar bij elkaar in de buurt, hoewel onze naaste buren aan beide kanten zeker 400 meter bij ons vandaan woonden. Het was haast net zo ver als vroeger van de Boomgaard in Linde naar onze buren, de Lettinks.
We hadden intussen al veel samen meegemaakt. Er werden verjaardagen en jubilea gevierd, van ons en ook van Harm en Wolterdina, de ouders van Jans. Verder kon je Jans altijd wakker maken als je hulp nodig had. Hij vervoerde de onderdelen van onze Finse Kota met tractor en aanhanger. De grote vrachtwagen die het pakket zou brengen kon hier niet bij huis komen. Bij Wildkamp werd het overgeladen op de aanhanger van buurman Jans en samen brachten ze het naar ons toe. Jans verrichtte zelfs het laatste karwei door de schoorsteen op het Finse huisje te plaatsen. Toen bij hen Doortje 32 moest afkalven en het wat moeizaam leek, hielp ik met trekken bij de bevalling omdat Wim net met zijn enkel in het gips zat.
Eén keer zat ik er naast. Ik had gevraagd aan Jans om mee te gaan Wim ophalen uit het ziekenhuis na zijn gecompliceerde enkelbreuk en de operatie. Ik was bang dat ik hem niet zonder problemen in de auto kon krijgen, hij had immers ook nog een barst in een sleutelbeen. Ik heb Jans nog nooit zo zuur zien kijken. Hij had het niet erg op ziekenhuizen en toen ik voorstelde om mijn vriendin Susan maar te vragen slaakte hij een zucht van verlichting. Wel stond hij bij thuiskomst klaar om Wim heelhuids binnen te krijgen. Dat weer wel.
De laatste jaren bezochten we elke week de oude buurvrouw die nog lang zelfstandig op de boerderij woonde en dat werd gewaardeerd. Nu zijn de beide ouders overleden.
Als Wim verlegen was om een boutje of moertje was het meteen: ’Ik gao effen naor Jans’. En dat is niet alleen om dat moertje. Nee er werd weer bijgepraat. Lief en leed werd doorgenomen… en de rest!
En ook nu is Jans overleden, net als Wim, maar de herinneringen aan wat we meemaakten met die twee is blijvend
