Het warme moederlijf….

Het grut begon al aardig te wennen. ’s Nachts zaten ze lekker warm in de stal, overdag in de wei en daarbuiten. De laatste nachten liet ik zelfs de deur van de stal open.

‘Bij mij liggen alle lammeren altijd gewoon buiten’, zei Rob. Ik mocht ze van hem niet te veel verwennen. Toch kwam hij een extra baal stro brengen op mijn verzoek.. Ze zijn beiden van een sterk oerras, uit deze streek. De witte is een Schoonebeker heidelam en het zwartje een Drentje. Beiden zijn sterke lammeren.

‘Maar die bij jou hebben wel een moeder om warm tegen aan te liggen’, was mijn reactie dan. Toen ik net van een boodschap terugkwam fietsen, zag ik ze onder de schommelbank liggen. Ze braken nogal eens uit en dan was dat de veilige plek want daar zaten we vaak en wij waren nu eenmaal een soort van moederfiguren voor ze.

Die avond vonden ze het blijkbaar wat te lang duren voor ‘de fles’ kwam. Storm was ook bij de wei om voorbijgangers op de Bargerweg in de gaten te houden. Maar toen hij er op een gegeven moment genoeg van had kwam hij op huis aan, beide lammeren in zijn kielzog. Ja wat doe je dan? Als ik me laat zien komt dat stel steeds terug. Ik liet de hond gauw binnen en deed de deur dicht. Vonden ze niet leuk, te horen aan het kabaal dat ze maakten, maar binnen een paar seconden namen ze een sprintje terug naar de wei. Toen ik later met de fles kwam lagen ze onder de schommelbank op me te wachten. Het zwartje klom na de fles altijd tegen me op, heel even warm op schoot. Het zou niet lang meer duren en dan is ook dit afgelopen.