Er staan een paar mooie lariksen op de wal achter onze tuin. Ze zijn ooit geplant door Sjoerd, de vorige bewoner van dit huis, zo is mij verteld. Ik zie ze nu voor de 3e keer geel worden, mooie herfsttint en straks zullen deze mooie bomen hun naalden kwijt zijn, als enige den die zijn naalden verliest.
Ooit hoorde ik pa de naam larke noemen en wist niet wat dat voor boom moest zijn. Toch herinner ik me ons zondagmiddagtochtje naar Eefde waar onze ome Gert en tante Janna Voortman woonden, samen met Gerrits zus Bertha en broer Anton en natuurlijk de jonge Anton die toen een jaar of 15 geweest moet zijn. Ze woonden op de Larkenpas zo werd gezegd en vanuit Vorden was dat toch een hele trip. Ik herinner me nog dat we ergens met een pontje een kanaal over moesten. We woonden toen nog op de Haar en ik was een jaar of 6 en Diny 4. Ik had toen nog geen idee dat Larken die mooie bomen waren die er vast gestaan hebben. Eén beeld is me van die trip bijgebleven. Diny en ik zijn natuurlijk aan het rondstruinen geweest, daar waren we goed in en Diny kwam op de een of andere manier in de vijver terecht. Dat gaf nogal consternatie. In kleren van de jonge Anton heeft Diny de terugweg afgelegd. Tja die moeder Coba heeft wat met ons te stellen gehad. Ikzelf zat die zomer onder de wagensmeer en nu Diny in de vijver gevallen. Mama had blijkbaar wat met lariksen want toen de door opa Eggink van het Medler aangelegde Franse tuin op de Boomgaard was omgeturnd in een toen modernere tuin met grasveld en bloemenrand kwam er geen echte lariks, maar een ceder, de boom waar mama zo van hield. Die heeft er heel lang gestaan ondanks dat de vorm niet meer mooi was, een aandenken aan onze moeder.
En zo zit ik achter de ochtendkrant uit het raam te kijken naar deze lariks in herfsttinten en komen deze gedachten voorbij….
