De volgende dag gaan we naar Rothbury, zo’n 40 km naar het oosten. ‘Hé… een gallery’, ik zie het nog net. Wim draait automatisch zijn stuur al om. Hij is pottenbakker. Zij maakt prachtige zwart witte tekeningen. Verder is er een uiteenlopend aanbod van mooie dingen. Wim bezwijkt ogenblikkelijk voor het hout, een mooie brood/kaasplank die gemaakt is door een plaatselijke houtbewerker. Ik zie een leuk schaaltje met haan voor Judith. Het allermooiste vind ik de aquarellen van Maru Ann Rogers die met het grootste formaat kwast met forse streken een haan of pony neerzet.
Ik scheur me los ander komen we vandaag niet ver. Het lijkt heel druk in Rothbury. Er zijn zoveel auto’s geparkeerd. We horen later van Will dat het komt omdat de mensen hier geen garages hebben!
Een expositie van de National Trust leert ons van alles over Norhumberland, voor veel het einde van de wereld. Aan het eind van de middag wippen we nog even bij de Otterburn Mill aan. Die kun je nog zien werken. Vroeger werd hier alle wol uit de omgeving aangevoerd. En niet te geloven… Wim vindt zijn hoed, zijn lang gezochte hoed! Jarenlang paste hij alle hoeden die hij tegenkomt: jagershoeden, opa hoeden, hoeden type Canadese cowboy, macho hoeden. Alles werd tot nu toe afgekeurd. Maar dit is em: een donkerbruine waxhoed mèt veertjes. Voorlopig gaat die niet meer af!
