Mijn zomer kan niet meer stuk…

Dit zijn Schoonebeker schapen, een mooi oud ras.

Het wordt een bijzondere dag. Het is al gezellig dat Eva een dagje bij ons is. De reden is natuurlijk minder, omdat ze vanwege haar gebroken arm nog geen kant op kan en nog redelijk veel pijn heeft. Ja en Jennifer en Mark hebben beiden hun werk. Als je niet bij de overheid werkt hebben ze nog nooit van zorgverlof gehoord. Daar heb je, als je geluk hebt, oma’s voor.
Wat is er nu mooier dan met een kleindochter op de schommelbank bij de wei naar de pony’s te kijken die een dolle bui hebben: ‘t veurjaor in de kop. We hebben wat afgepraat, school, vriendinnen en de honden passeerden de revue. De kippen mogen aan het eind van de middag lekker een paar uurtjes buiten de ren rondscharrelen en dat doen ze meteen. Eén van de kuikens van de krielkip is aan de verkeerde kant van het gaas gebleven en piept angstig. De kip klokt terug, maar dat helpt niet. We helpen een handje door het kuiken de goede kant op te jagen.
Als Mark helemaal op tijd komt om Eva èn Queeny op te halen heb ik net de pan macaroni klaar. Ik hoef maar één keer te vragen of ze er zin in hebben. Mark gaat zelfs nóg een keer naar de keuken. Voor Jennifer nemen ze ook een extra portie mee. Hebben ze het ook een keer gemakkelijk.
Dan hebben we op de valreep nóg een afspraak: Rob de schapenman. Hij heeft een kudde Schoonebeker schapen en zoekt stukken weiland om die schapen te kunnen laten grazen. En laten wij dàt nou hebben en zoals het jullie niet zal zijn ontgaan ben ik een schapenfan. Het Schoonebeker ras is al een oud ras en de schapen staan nog vrij dicht bij de natuur. Ze lammeren gemakkelijk en dat is al heel wat. Rob is enthousiast over de weitjes en wij ook over de schapen. Dat betekent dat na een kleine aanpassing aan de afrastering we binnen een paar dagen al schapen met hun lammeren hebben lopen. Rob zal een paar mooie stelletjes voor ons uitzoeken. Ik weet het nu zeker, mìjn zomer kan niet meer stuk.