‘Mo’j toch es kieken… die lucht…’, merkt Wim op. We zitten aan ons ontbijt, meestal kwark met vruchten, en ik moet nog even wakker worden. Wim is zoals gewoonlijk ’s morgens actief en ziet het meteen.
En inderdaad, het is weer bijzonder. De zon die de geel groen bronskleurige bomen een extra glans geeft tegen een donkere lucht. Het is maar heel even, dan is die zon weer weg. Toch was ik net op tijd met m’n cameraatje.
Zo is het elke dag weer anders. Je moet het alleen willen zien, net als het roodborstje dat telkens voor het achterraam op de rand van de vlonder komt zitten. Of de specht die capriolen uithaalt om beter bij de pindakaaspot te komen.
De kip die altijd zo’n lawaai maakt als ze haar eitje gelegd heeft is een van de uitbrekers van Rob. Deze bruine hen met een lichte staart is de drukste van het stel, altijd gekakel. De donkerste van de hennetjes neemt het nest naast het hok in beslag. De haan en de oudere hennen zitten dan nog keurig in de ren, ze wachten op ons tot ze er tegen 11 uur uit mogen om verder het erf en onder de struiken rond te struinen.Elke dag is er nog steeds één groot donkerbruin ei in het hok te vinden van één van deze drie van Anja. Dan komen de uitbrekers ook aangesneld om toch even weer bij de voerbak te kunnen. De ren uit is gemakkelijk, maar er in is blijkbaar lastiger.
Zo hebben ze allemaal hun eigenaardigheden. Het zijn net mensen.
