Onzekerheden…

Hebben we niet allemaal onze onzekerheden. Ik had er eigenlijk geen erg in maar kom langzamerhand wel tot de ontdekking dat ik er een aantal heb. Zo gebeurde me dit eens.

“Wat is dit? Het dekseltje van de suikerpot ligt onderin de theepot”. Wim ging sinaasappels persen en thee zetten. “O…dat is gisteren al gebeurd. Ik wilde de deksel op de theepot doen en toen had ik de verkeerde deksel in m’n hand…te laat”. Ik wilde nog zeggen:  ”Lach niet”! Maar Wim lacht me niet zo gauw uit. Die was alleen verbaasd over de stommiteiten die ik zelfs op die leeftijd nog al eens uithaalde.
Nee….aan uitlachen heb ik een hekel. Daar kan ik slecht tegen. Wanneer ze me vroeger wel eens uitlachten om m’n naam Heintje, vond ik dat verschrikkelijk. Ha ha Heintje Davids ha ha! Deze Heintje was een klein gezet vrouwtje met knalrood aangezette lippen en een spraakwaterval van hier tot gunder. Pa en mama zijn eens op Koninginnedag naar een avondje met Heintje Davids geweest. Was ze eigenlijk een zus van de grote Louis Davids?…. Het enige wat mama ervan zei de volgende morgen was: ”Foi foi, wat een mense, maor greun… o… wat greun”! Daarmee bedoelde ze dat Heintje erg pikant uit de hoek kon komen. Nee ik kon er slecht tegen om met haar vergeleken te worden.
Toen ik een jaar of 17 was wilde ik wat gaan afvallen wat met weinig moeite ook lukte. Ik fietste toen iedere dag naar Doetinchem wat een uur heen en een uur terug betekende. Maar toen ik eens voor pa uit liep op het land om te helpen zei hij iets van: “D’r is nog zat an blieven zitt’n”. Wat later had hij het over ”betonstampertjes” waarmee hij mijn benen bedoelde. O o…wat leuk! Daar werd ik zo giftig van.
“Jij bent ook zo gauw op je teentjes getrapt”, zei Wim wel eens.
Ik ben ook vaak in gedachten als ik onderweg ben. Lang geleden ben ik al eens toen ik uit school kwam gewoon achter op een stilstaande vrachtauto gefietst. En zeer dat het deed. Ik was helemaal verdoofd, voel het nog, maar denk maar niet dat ik het thuis vertelde.
Toen ik een tijd terug naar het oude zwembad ging, reed ik gewoon door richting Scheper ziekenhuis en had het toen pas in de gaten. Ik vertelde het toen ik thuis kwam maar zei er gelijk bij:”Lach niet!”. Maar Wim lachte niet. Die schudde alleen z’n hoofd.

Tja… ik heb intussen leren leven met mijn onzekerheden…….