‘Zag ie dat?’, zei Wim altijd in het voorbijrijden. Ja, zo ging dat bij ons wanneer we onderweg waren.
‘Wat was dat dan?’ Ik zag natuurlijk weer niks.
‘Daor zat d’r weer ene… op dat päöltjen’ en dan bedoelde hij altijd de buizerd. Natuurlijk zag ik dat zo gauw niet. ‘Ik snappe niet da-j dat niet ziet’, ging het dan. Wim had een voorliefde voor die roofvogels.
En ik moest even terug denken aan deze vogels bij ons aan het Schoolpad. We hadden inwoning, tenminste als ik ons erf er bij mag betrekken. Al weken zat er een stoere buizerd bij ons in de wei, elke dag. Af en toe verhuisde die even naar Alle en Anja, maar iedere keer als we bij de wei kwamen of er langs reden was ze er. Ze was prachtig met een witte krans veren over de borstpartij. Meestal zat ze op een paal in het midden. Goed overzicht moet je hebben, zal ze gedacht hebben. Maar soms zat ze ook midden in de wei op het gras. Ik denk dat ze dan net een mol of muisje gepakt had. Ik verdenk haar er ook van dat ze een aanval op de witte kip had gedaan die totaal overstuur aan het eind van een middag in november onder de rododendron zat. Dat was even minder. Ik had de kip nog proberen te redden door extra te verwennen met voer en water en een plekje in de schuur, maar ze heeft de stress niet overleefd.
Maar we waren gaan wennen aan ‘onze’ buizerd en wensten haar nog veel muizen en mollen toe want de molshopen en gangen net onder het gras laten zien dat er voer genoeg is voor deze struise dame. Van ons enig overgebleven haantje moest ie wel afblijven dan…vond ik toen.
Maar ook toen we op een morgen niet meer gewekt werden door onze haan zagen we de bui al hangen. En ja hoor… in de wei zagen we zijn veren liggen. En onze mooie haan? Foetsie… Daarna hebben we die ruigpootbuizerd niet terug gezien.
