Nee voorlopig even geen pups, hadden we met elkaar afgesproken. En wat doe je wanneer zo’n teefje weer loops wordt? De honden gescheiden naar buiten. Dat ging ook prima. Ik hoor het mama nog zeggen : ”Net a-j denkt dat de leupsigheid oaver is…. kiek dan maor uut… Dan gaot ze oew d’r vandeur”. En zij kon het weten. Sacha, de hond die ze na Max hadden, verraste ze al een paar keer op die manier.
Nee… bij ons ging het prima zo… tot… inderdaad Kim ‘em toch naar buiten was gepiept en daar zagen ze hun kans schoon. “Daor he-j ’t gedonder al”, zei Wim. “Wat mo’w d’r noe mee an?”
Het was net in de tijd dat dokter Harrie langs zou komen om de pony’s en de honden te enten. Ik meldde hem ons probleem. “O… zei die, “geen probleem” en schreef op: een injectie ongewenste dekking. Dat had hij nou niet moeten zeggen… ongewenste dekking….. Voor mij was die helemaal niet ongewenst en Kim had zich zo goed hersteld dat het geen probleem zou opleveren. Ik begon te denken….
Bij het eerste nestje vond Karin, de vrouw van Wims collega Walter het jammer dat alle pups al weg waren. Ze hadden er nog wel één willen hebben. Ik belde haar op en legde uit wat er gebeurd was. Ze overlegde even met Walter en zei: ”Als het nestje er komt willen we graag een pup.” Daar kon ik wel mee aankomen bij Wim. Die zuchtte eens… keek mij aan… en sprak: “Laot maor kommen dan” en voegde er meteen aan toe:”Maor ie-j ziet maor da-j ze kwiet wodt…!
In november was het zover. Ben en Niesje zijn er het weekend. Er moet geklust, want het heeft onverwacht hard gevroren en een waterleidingbuis is bevroren en er is lekkage. Zaterdagochtend kom ik beneden en zie net dat Kim wat overstuur is en er ligt een grote dode pup in een hoekje van de mand. Arm beest. Die dag wijk ik niet van haar zijde. Ik bel Karin op en even later zit die ook bij het nest. Om de paar uur en soms wat vlotter komen de pups. Af en toe heeft Kim wat hulp nodig, maar het gaat goed. Aan het eind van de dag tellen we 9 levende pups… of je een emmer leeggooit. Zo mooi… zo mooi! Er is opnieuw een heel kleintje bij. Karin heeft de eerst keus, maar kan gewoon nog niet kiezen.
Wim ziet natuurlijk al weer leeuwen en beren op de weg. Negen min één is nog altijd acht. Het is nu 1998 en er wordt een advertentie gezet in het Dagblad van het Noorden en dan gaat het snel. Als een laatste gezin in de gaten krijgt dat er nog één teefje over is waarschuwen ze direct een vriendin die ook graag een bordercollie-pup wil. Ik besluit m’n verstand te laten zegevieren en beloof als ze deze pup graag willen dat het goed is. Er komt die middag een boer Bonnema met zijn vrouw die een bordercollie in de buurt hebben die alles drijft op het erf wat er maar te drijven valt en gaat nu ook voor dit soort. Nu is alleen het kleine reutje nog te vergeven. Ze twijfelen nog… ze wil eigenlijk een pup met een wit dasje. Dit kleintje heeft wel de 4 witte voetjes en een wit puntje aan de staart, de kenmerken van de bordercollie, maar het dasje is een streepje en een klein blesje. “Ach zegt boer Bonnema dan: ”Ik zie me al zitten op de tractor met deze hond naast me. Doe mij dat lutje maar”. In twee dagen tijd zijn alle 9 pups vergeven.. Groningen, Kleine Huisjes, Norg 2x, Schoonoord, Hollandscheveld, Roswinkel, Emmen en Leek.
Het is wel wat drukker met 9 stuks. De Brinta party is me telkens wat. Als blijkt dat de afzonderlijke schoteltjes één janboel wordt gaan we over op een grote platte schaal. Maar wat is het leuk al dat kleine grut. Er moet wel veel schoongemaakt worden die laatste 3 à 4 weken en buiten is het in december ook niet alles. Bovendien ben je bij de laatste keer uitlaten zo een stel van die donkere boefjes kwijt en kun je er met de zaklantaarn achteraan. Nee, als de eersten opgehaald worden is er toch zoiets als een zucht van verlichting. Kim zal nu geen moeder meer worden. Maar 10 jaar later…?
