Weblog2

Dat pak!

“Wat zut die Wim d’r netjes uut, wat steet dat pak ‘em goed”, zei buurvrouw Wolterdina toen ze hem jaren geleden zag bij de uitvoering van de Crucifixion. Ik denk dat ze hem daarvoor nog nooit in een kostuum gezien had.
Wim heeft er een aversie tegen… tegen die nette pakken net als tegen een uniform. Ik heb hem ooit één keer in zijn uniform van de koopvaardij gezien. Toen deed hij hem bij zijn moeder thuis even voor me aan, nog voor we trouwden. En er kwam meteen een opmerking achteraan: ”Je moet niet denken dat ik in uniform trouw!” En ook dat uniform stond hem geweldig. Ik had niet genoeg overredingskracht of misschien maakte het me niks uit, maar hij trouwde in een net zwart pak mèt streepjesbroek. Kan altijd van pas komen werd er van zo’n “trouwpak” gezegd. Als je een kind laat dopen of als ouderling. Wim….? Die heeft hem nooit meer aan gehad. Mijn trouwjurk deed tenminste nog dienst als hemeltje voor de wieg bij Gerhard en Rick en bovendien had ik uit de rest een mooi doopjurkje genaaid.
Nee die Wim hield het verder bij een combinatie d.w.z. een colbertjasje, het liefste van Harris tweed, en een bijpassende broek. Nu kreeg hij bij Stork in Hengelo werk in de Kwaliteitsdienst waarbij hij er steeds gekleed moest uitzien mèt stropdas en al. Voor al die inspecteurs die hij moest ontvangen moest hij wat over hebben. Hij ging overstag, zij het met tegenzin. De tijden veranderden, maar toen hij bij Holvrieka-Ido in Emmen ging werken was het, om in gelijke termen te blijven, van hetzelfde laken een pak, maar iets minder streng. Hij hing daar z’n colbertjasje mèt stropdas aan een hangertje achter zich aan de kast en wanneer er inspecteurs op bezoek kwamen die gevoelig voor stijl waren …. Nou dan deed hij snel een greep naar die hanger.
Toen hij stopte met werken bij Holvrieka heeft hij me bezworen dat hij geen kostuum meer draagt tenzij… nou ja Gerhard en Judiths trouwerij. Hiervoor hebben we zelfs een nieuw donkergroen kostuum gekocht bij Schomaker, zijn favoriete shop. En mooi dat het hem stond! Acht jaar later trouwden Jaap en Mirjam en kwam dit pak weer te voorschijn. Stond hem opnieuw heel goed. Buurvrouw Wolterdina zou zeggen:…. Zie boven!

Dat pak! Meer lezen »

Mijmeren

Je hebt van die dagen dat je denkt: Morgen ga ik lekker in de tuin, boodschappen, vriendinnen bellen, opruimen!
En zoals nu is de energie minder, zit ik wat in gedachten, en beleef dingen van vroeger opnieuw.

Het gekke is dat ik me vervelende dingen minder goed herinner, weg geblokt zeker, maar de herinneringen aan de mensen waar ik veel aan gehad heb worden dan duidelijker. Opa Bijenhof die een bepaalde rust uitstraalde, opoe Bijenhof die je troostte als je gevallen was of verdriet had. Mama die zo spontaan voor de dag kon komen, tante Hermien die altijd koffie of thee voor je klaar had en tante Riek waar je tot rust kwam. Gerrie met wie ik vreselijk kon lachen en samen En mijn grootvaders klok.. is een heel oude klok zong. Diny waar ik mee kon lachen èn huilen. De afwas deden we samen al zingend. Ons eerste plaatje dat we samen kochten was: Twee reebruine ogen… Die keken de jager aan… en dat zongen we dan tweestemmig mee. Wanneer we in bed lagen sliepen we niet snel. Het was altijd nog donderjagen. Ik herinner me dat we zo’n lange kartonnen koker bemachtigd hadden en dan in bed daar doorheen kletsten en toeterden. Steeds mama onder aan de trap: ‘Deerns gao slaopen’. ‘Jao jao’, riepen we dan, maar dat ging natuurlijk niet. Pas wanneer ze met:  ‘Mot papa soms bi-j oele komm’n’? begon, dan hadden we de schrik te pakken, want dan werd het menens.
In mijn herinnering onweerde het veel vaker dan nu. Bij de eerste bliksemschicht stond Diny meestal al naast ons bed: ‘Hetty d’r uut… onweer’.
Het moest wel heel hard gaan voor ik er uit kwam, want ik sliep vast. Opoe zat dan al lang en breed beneden aan tafel ons op te wachten, geheel gekleed: ’Neet bi-’t raam kinder, nee ok neet bi-j de schosteen… nee nee ok niet bi-j et stopcontact… as t’r es een vuurbal kump, want…..’. Nee Jehan( opa) niet naor buten gaon, ’t geet nog völs te hard… oe oe weer zon klap… foi toch foi toch. Heb iele wel wat an de veute en de jas an’? Het was altijd een heel spektakel. De petroleumlamp stond klaar voor als het onweer op de draod sloeg want dan was alle elektra in één keer uit. Wanneer het wat rustiger werd in de lucht ging pa buiten poolshoogte nemen en zei wanneer we weer naar bed konden gaan.
Ach…een beetje mijmeren…. moet af en toe kunnen.
….

Mijmeren Meer lezen »

Op het Medler

Af en toe vertelde pa wel eens over zijn jonge jaren op ’t Medler, over de boerderij, de paarden waar hij gek op was en waar hij later veel mee werkte, ook in de bossen rond het Medler.
Ze hadden een ronde keukentafel waar een hendel onder zat zodat je de tafel op kon klappen. Bij het Museum de Lebbenbrugge zagen we nog zo een staan. Wanneer je tegen die hendel onder de tafel duwde, klapte de tafel vanzelf op. Op een keer stonden bij de familie de borden met pap op tafel te dampen en iedereen zat klaar om aan te vallen toen kleine Hein per ongeluk tegen die hendel trapte met zijn voet. Klats…. Daar gingen de borden en de pap zat tot aan het plafond. Toen had vader wel even wat opgenoemd.
Hein en Aaltje hadden nog een jonger broertje, Wimke. Het is altijd Wimke gebleven want hij is als jongetje ergens in een sloot in de buurt door het ijs gezakt en kreeg longontsteking. Er was toen nog geen penicilline en Wimke overleed een week later. Als opoe uut Mossel, zoals wij haar noemden, de naam Wimke noemde, kon je haar verdriet hierom nog voelen.
Vader Eggink kreeg op een gegeven moment vreselijke buikpijn. Toen uiteindelijk de dokter kwam constateerde hij blindedarmontsteking. De huisarts opereerde hem zelf op de keukentafel. Hoe en of er verdoofd is weet ik niet. Misschien had hij lachgas bij zich?
Maar vader Eggink kwam er weer bovenop.

Op het Medler Meer lezen »

Lambertus en Wilhelmina

Op een van onze bezoekjes aan de Achterhoek gingen we ook bij nichtje Erna aan. Meestal gaat het dan over familieverhoudingen. Ik vroeg haar hoe Bram en Mies toch aan hun namen kwamen. Zeker Abraham is geen gewone naam in onze familie. Ik dacht even dat opa in die tijd fan was van Abraham Kuiper, maar kon me daar al niet zoveel bij voorstellen. Nee, Bram was naar een Lochemse dominee genoemd waar opa en opoe veel respect voor hadden. Hij was ook nummer 10 en dan zijn Herman, Hendrik, de Hendrika’s en Johanna’s wel aan de beurt geweest. Toch kreeg Bram een tweede naam: Lambertus. Hij was ook vernoemd naar een geliefde oom die zelf geen kinderen had. Toen hij tijdens de oorlog moest werken in Duitsland er op aan gesproken werd dat hij wel joods zou zijn, kon hij meedelen dat hij ook Lambertus heette. Mies was naar de vrouw van Lambertus genoemd: Wilhelmina.

Toen Erna hoorde dat we na dit bezoekje naar de Lebbenbrugge zouden gaan meldde ze dat daar nog een ouderwetse kar stond van deze oom Bertus en tante Mina Teerink, die ze aan dit mooie museum schonken.

Wij dachten dat het deze wel zou moeten zijn. Ik vind dat deze ook een plekje verdiend in het komende familie fotoboek.

Lambertus en Wilhelmina Meer lezen »

Het Piepenbelt

Heel vroeger waren geboortekaartjes zoals vanaf de veertiger jaren gebruikelijk was nog niet gewoon. Tante Jo heeft een boek bijgehouden van alle kaartjes die ze in de loop der tijd gekregen heeft. Die van ons vieren zitten er ook allemaal in.
Bij overlijden werd dat aan de naaste familie ”aangezegd” door een naaste buurman van de overledene, maar of dat met geboortes ook zo was weet ik niet. Wel vind ik tussen allerlei brieven die door tante Jantje zorgvuldig bewaard zijn een gewone briefkaart uit 1926 met een aankondiging van de geboorte van een dochter bij de familie Jansen in Eefde van “Het Piepenbelt”, een broer van opoe Eggink. Dit is wel een originele manier om de geboorte van je dochter te melden.
Misschien is het niet goed te lezen. Daarom:

Eefde, 24 Augustus

Gisteravond om 7 uur alhier,
Kwam onze dochter Johanna hier.
Met de juffrouw doch zonder dokter,
Kregen wij een jonge dochter.
Alles is hier nu weer goed en wel.
Nu rekenen wij op een bezoek
Dat begrijpt ge zeker wel.

Gegroet van de fam. Jansen “Piepenbelt”.

In stead of the birth card this poem at the birth of Johanna in 1926, a daughter at the Piepenbelts home.

Yesterday evening at 7 oclock here
Our daughter Johanna arrived here
With the nurse but without a docter,
We’ve got a young daughter.
It’s all here in good health again.
Now we expect visitors
That’s what you will understand

Het Piepenbelt Meer lezen »

Badend Hart

Zo werd onze eerste vakantieplek aangeduid door vriend Dick. Het is al heel lang geleden. Deze twee waren met hun gezinnen op vakantie. Het ene stel ging de volgende dag naar huis. Het andere koppel was net gearriveerd. Toch nog één avond samen in de hut. De dag was lang en vermoeiend geweest. Eindelijk de vijf jongens naar bed.
Je zou zeggen dat je van een glaasje Rijnwijn uit het Nahetal opknapt, maar ik vermoed dat deze twee vriendinnen daar niet op hebben gewacht. Hier zag één van de mannen z’n kans schoon om hen jaren later aan deze avond te kunnen herinneren.

Badend Hart Meer lezen »

Die oude auto

Ik kwam hem tegen tussen al die oude familiefoto’s. Bovendien kende ik een aantal van de inzittenden. Bram achter het stuur. Het is een foto  van die auto, waar mijn vader het een en ander van kan vertellen, meldde Jannie Dinkelman. Het is een oude T Ford die de Groot Nuelends hadden gekocht van de eigenaar van Hotel Stad Lochem, hij was klaar voor de sloop. De Groot Nuelends hebben er eerst nog wat mee gereden. Mijn opa en oma zijn er ooit mee naar Vierakker gebracht. APK kende men nog niet en de regels waren niet zo streng. Op de foto is hij al half gesloopt want het dak is er al af. Het onderstel is gebruikt om een wagen van te maken waar nog lang melk mee gereden is. De motor is bij mijn vader terecht gekomen, die hebben er de “hakselmölle” mee aangedreven.

Tja… dat waren nog eens tijden

Die oude auto Meer lezen »

Wat steet em dat goed…

“Wat zut die Wim d’r netjes uut, wat steet dat pak ‘em goed”, zei buurvrouw Wolterdina toen ze hem nu alweer jaren geleden zag bij de uitvoering van de Crucifixion. Ik denk dat ze hem daarvoor nog nooit in een kostuum gezien had.
Wim heeft er een aversie tegen… tegen die nette pakken net als tegen een uniform. Ik heb hem ooit één keer in zijn uniform van de koopvaardij gezien. Toen deed hij hem bij zijn moeder thuis even voor me aan, nog voor we trouwden. En er kwam meteen een opmerking achteraan: ”Je moet niet denken dat ik in uniform trouw”! En ook dat uniform stond hem geweldig. Ik had niet genoeg overredingskracht of misschien maakte het me niks uit, maar hij trouwde in een net zwart pak mèt streepjesbroek. Kan altijd van pas komen werd er van zo’n “trouwpak” gezegd. Als je een kind laat dopen of als ouderling. Wim….? Die heeft hem nooit meer aan gehad. Mijn trouwjurk deed tenminste nog dienst als hemeltje voor de wieg bij Gerhard en Rick en bovendien had ik uit de rest een mooi doopjurkje genaaid.
Nee die Wim hield het verder bij een combinatie d.w.z. een colbertjasje, het liefste van Harris tweed, en een bijpassende broek. Nu kreeg hij bij Stork in Hengelo werk in de Kwaliteitsdienst waarbij hij er steeds gekleed moest uitzien mèt stropdas en al. Voor al die inspecteurs die hij moest ontvangen moest hij wat over hebben. Hij ging overstag, zij het met tegenzin. De tijden veranderden, maar toen hij bij Holvrieka-Ido in Emmen ging werken was het, om in gelijke termen te blijven, van hetzelfde laken een pak, maar iets minder streng. Hij hing daar z’n colbertjasje mèt stropdas aan een hangertje achter zich aan de kast en wanneer er inspecteurs op bezoek kwamen die gevoelig voor stijl waren …. Nou dan deed hij snel een greep naar die hanger.
Toen hij stopte met werken bij Holvrieka heeft hij me bezworen dat hij geen kostuum meer draagt tenzij… nou ja Gerhard en Judiths trouwerij. Hiervoor hebben we zelfs een nieuw donkergroen kostuum gekocht bij Schomaker, zijn favoriete shop. En mooi dat het hem stond! Een paar jaar later trouwden Jaap en Mirjam en kwam dit pak weer te voorschijn. Stond hem opnieuw heel goed. Buurvrouw Wolterdina zou zeggen:…. Zie boven!

En nu? Het pak van het huwelijk van Gerhard hangt hier nog mooi te wezen. Bij een nieuwe trouwerij kan Gerhard of Rick hem zo weer aan. Sommige dingen doe je niet gauw weer weg….

Wat steet em dat goed… Meer lezen »

Alles sal reg kom…

‘Alles sal reg kom’, zei een van ons. ‘Behalve de kromme benen van Hofmeier’, antwoordde moeder Siet gevat. Het schijnt te maken te hebben met de vroegere slager Hofmeier die het varken dat geslacht moest worden tussen de benen klemde. Het zijn van die Hattemse gezegden en daar wist moeder Siet er wel wat van. Het was de laatste keer dat we haar opzochten in de Bongerd en we gezellig samen in het restaurant van de Bongerd koffie hadden gedronken en vooral veel gezongen, want dat kon ze tot het laatst nog heel goed. Bijna het hele liedboek plus het Hattemse volkslied kende ze uit haar hoofd.

Vandaag is het haar verjaardag en ik denk dat de rest van de familie er ook wel even bij stil staat. Op 23 april 1913 werd ze geboren als oudste in het gezin de Bruin in Wapenveld. Gerard, Wim en Bé volgden. Ze schijnt altijd al een bijdehandje geweest te zijn. Oom Bé vertelde eens dat hij als jongen zijn hand op een dubbeltje legde, maar dat zus Siet daar ogenblikkelijk gewag van maakte. ‘Moe, Bé hef een dubbeltie onder zien hand’.

Behalve bijdehand was ze een geweldige moeder en oma. Paul Sietse en Gerard vertelden pas nog over haar wanneer ze eens per week tussen de middag bij haar kwamen eten en toen Gerard in Zwolle naar school ging mocht Paul Sietse een vriendje meenemen. Onze jongens mochten ook graag bij haar logeren. Gerhard is zelf in Hattem geboren en heeft tijdens zijn studietijd nog een paar jaar bij zijn oma Siet gewoond. Tot op hoge leeftijd bleef ze het stralend middelpunt.

Dank je wel oma Siet voor wie je was.

Alles sal reg kom… Meer lezen »

Bram, de filosoof

Oom Bram is er niet meer. Ik moest gewoon weer even aan hem denken, zo’n unieke man. Hij was rustig ingeslapen te midden van veel dierbaren. Hij was er klaar voor.

Hij heeft niet alleen voor zijn eigen familie veel betekend maar ook voor die van Betty en voor de hele buurt waar hij toch al 30 jaar woonde nadat hij stopte met zijn Doe het zelf zaak in Amsterdam.

In die tijd kwam hij regelmatig met zijn Pick up hout halen bij de zagerij in het Medler dat begin 40er jaren was opgericht door zijn broer en onze vader Hendrik Jan. Na het motorongeluk en overlijden van Hendrik Jan hebben twee van zijn knechten het bedrijf overgenomen, Ribbers en ten Brinke. Bram kwam er graag. Tot 1990, zolang de zagerij bestond, heeft de zagerij de naam van zijn oprichter H. J. Eggink gedragen en heeft de foto van Hendrik Jan daar gehangen op de plek waar koffie werd gedronken. Toen de zagerij stopte gaf Albert Ribbers de foto aan zijn schoonzoon Johan Aartsen om hem aan een van de dochters van Hendrik Jan te geven. En zo is het gebeurd.

Bram, de filosoof Meer lezen »