De Wensleys

Ik bleef me dat jaar steeds verbazen over het soort schapen dat we in de wei hadden. Ik heb nog nooit zulke brutale schapen gehad. De Schoonebekers zijn bescheiden, komen alleen dichterbij als ze aan je gewend zijn. De Herdwicks zijn heel nieuwgierig en komen dichtbij maar meer ook niet. De Scottish Blackface blijven helemaal op afstand. Maar nu heb ik een stel Wensleydale ooien in de wei met hun lammeren. De ooien zo brutaal als de nacht. Ze komen op je af om te scoren want af en toe heb ik wat brokken voor ze, maar ze willen altijd meer en meer en wel direct. De ene die zo mager was kreeg inderdaad wat extra’s, maar dat wil niet zeggen dat ze dat op commando krijgt.
Die morgen gaf ik de fleslammeren in de stal hun melk. De beide grootsten nu maar één keer per dag. De kleine Pippies vier keer. Toen ik de grootste fleslammeren er uit liet vloog de magere Wensleydale als een gek de stal in op de brokjes voor de lammeren af en hap hap…. Toen had ik haar te pakken en met een paar schoppen tegen de Wensleykont kreeg ik haar er weer uit. De rest stond al klaar om ook te volgen. Mooi niet, de stal is voor de kleintjes.
Toch zijn de Wensley lammeren prachtig, allemaal krullen. De ooien zelf zijn al geschoren. Hun vacht is heel lang en vol krullen. Daarvoor heeft Rob ze ook, maar hij mag ze van mij wel wat strakker opvoeden. Wat een verschil in karakter.
Ooit zag ik bij de Longwoolshop in de Yorkshire Dales een paar Wensleydale schapen in vol ornaat, d.w.z. met hun lange gekrulde vacht. Het leek me een rustig soort dat wat terughoudend was. Maar wat we toen in de wei hadden? Grote blèérders waren het. En kleurenblind zijn ze ook niet. Ze zagen precies wanneer ik een geel bakje in de mand met de flessen voor de lammeren had. Dat is de schep voor de lammerenbrok en ze zijn gek op die brokken.  Ik bewonderde die Wensleyschapen in de Yorkshire Dales
. Dat leek me een topper onder de rassen. Maar karakter is ook wat. Deze die dat jaar bij ons liepen waren honds brutaal en braken uit als ze maar even een kansje zagen. Zoals ze je aankeken, dan wist je het al. Mooie lange krullen, dat wel. Het Wensleyschaap dat steeds het gras in de andere wei groener vond was die keer weer eens uitgebroken en waren we bezig geweest om dat eigenwijze ding weer aan de eigen kant te krijgen. Die keer nog zonder succes. Ik probeerde het nog een keer  met een bakje met rammelende brokjes. Ook daar trapten ze niet in. Die moest nu maar wachten  op Rob die het stel kwam omweiden. Ik vermoedde al dat ze meteen geschoren zouden worden. Daar waren ze intussen aan toe. Hij wilde ze eerst nog laten opdrogen na al die regen.

Dat was altijd het voordeel van schapen van anderen in de wei: wel de lusten en niet de lasten. We hebben altijd genoten  van ons uitzicht als we bij de wei op de schommelbank zaten, ja ook van deze heerlijk eigenwijze Wensleys….